SOCIAAL LIBERALISME TE GENT IN 1846

Hoe oud is het “sociaal liberalisme” dat in ons land de politieke actie van de liberalen voedt?

Zonder andere origines te willen uitsluiten, staat alleszins vast dat vanaf 1846 te Gent een groep jonge universitairen (filosofen, taalkundigen, juristen, artsen, sociologen) zich François Huet gemeenschappelijk bezon over een vooruitstrevend liberaal ideeëngoed dat in de samenleving naast vrijheid ook meer rechtvaardigheid en gelijkheid wou doen heersen. Gangmaker van dit genootschap was de Franse filosoof François Huet (1814-1869) die op twintigjarige leeftijd hoogleraar aan de Gentse universiteit was geworden. De groep, die bekendstond als de Société Huet, wilde de traditie van de christelijke moraal verzoenen met de blijvende verworvenheden van de Franse revolutie. Hij legde zich vooral toe op de uitbouw van de politieke democratie (door uitbreiding van het stemrecht en een radicale scheiding van kerk en staat) en de verbetering van het lot der arbeidersbevolking (door openbaar en kosteloos lager en volwassenenonderwijs, volksopvoeding, gezondheidszorg, enz.). De Société Huet verspreidde zijn denkbeelden eerst in het maandblad La Flandre Libérale (niet te verwarren met het in 1874 gestichte gelijknamige dagblad) en vanaf 1848 in de krant De Broedermin. Voor de Société gingen sociale vooruitgang en respect voor de moedertaal immers hand in hand.

In een van zijn boeken (La science de l’esprit, deel II, p. 306) omschreef Huet dit vooruitstrevend ideeëngoed uitdrukkelijk als “sociaal liberalisme”. De Gentse burgerij - zowel de katholieke als de traditioneel-liberale - was helemaal niet gelukkig met deze gang van zaken en zette een hatelijke lastercampagne in. Huet werd evenwel, op grond van de vrijheid van mening, in bescherming genomen door de liberale minister Charles Rogier. Toen Huet in 1848 partij koos voor de Franse republikeinen ontaardde de ideeënstrijd tot een politiek conflict waarbij nu ook koning Leopold I zijn afzetting eiste. Moegestreden nam Huet in 1850 ontslag en keerde terug naar Frankrijk waar hij nog diverse wijsgerige boeken schreef.

Handboek van gezondheidsleerDe leden van de Gentse Société Huet gaven na het vertrek van hun voorman nog een krachtige uitstraling aan het sociaal liberalisme. De filosoof Gustave Callier en de taalkundige Jacob Heremans werden allebei hoogleraar te Gent en schepen van Openbaar Onderwijs. De idealen van de jong overleden Callier werden voortgezet door zijn vriend François Laurent, hoogleraar en liberaal gemeenteraadslid. Laurent zette zich in voor het volksonderwijs, het schoolsparen en de zgn. “Laurentkringen” die tot ver in de 20ste eeuw instonden voor het verdere onderricht en de ontspanning van “werkjongens en werkmeisjes”. Heremans gaf op zijn beurt de fakkel door aan zijn leerlingen Julius Vuylsteke en Paul Fredericq waardoor het sociaal liberalisme spoedig ook het Willemsfonds, ’t Zal Wel Gaan en later het Liberaal Vlaams Verbond ging bezielen. Ook Fredericqs vader, de arts Cesar Fredericq, was lid van de Société Huet. Hij werd “armendokter” in een Gentse volkswijk, sociaal-liberaal gemeenteraadslid en huwde de zus van François Huet, zodat Paul Fredericq een neef was van de Franse filosoof. Twee leden van de Société (Jean Stecher en Emile de Laveleye) werden hoogleraar aan de universiteit van Luik waar zij de denkbeelden van hun Gentse jeugd trouw bleven. Ook de jurist Paul Voituron werd schepen te Gent en stichtte in 1874 een liberale Progressistenkring die aanstuurde op allianties met de opkomende socialistische arbeidersbeweging.