BENOIT VAN OUTRIVE, WEST-VLAAMS ANTIKLERIKALISME OP DE GENTSE WESTERBEGRAAFPLAATS

Op 4 april 1881 vertrok een ietwat ongewone begrafenisstoet van het West-Vlaamse Ruiselede naar de dertig kilometer verderop gelegen Gentse Westerbegraafplaats. In de lijkkoets bevond zich het lichaam van notaris Benoit Van Outrive, liberaal politicus en overtuigd antiklerikaal.

Grafmonument Benoit Van OutriveVan Outrive werd in 1805 geboren in Kanegem, waar zijn vader burgemeester was. Net als zijn broer Lodewijk, studeerde Benoit rechten en notariaat en in 1837 werd hij notaris in Gullegem. In maart 1839 nam hij een notarispraktijk over in Ruiselede, vlakbij zijn geboortedorp, waar hij zich definitief vestigde. De liberaalgezinde Van Outrive werd er ook politiek actief. Hij nam in 1840 deel aan de gemeenteraadsverkiezingen, behaalde de meerderheid van de stemmen en werd al onmiddellijk burgemeester van Ruiselede. Twee jaar later werd hij eveneens West-Vlaams provincieraadslid. Hij behield dit mandaat tot 1868 - uiteindelijk toch zesentwintig jaar - waarna hij zich niet langer verkiesbaar stelde en de zetel van het kanton Ruiselede in handen van de katholieken kwam. Als burgemeester profileerde hij zich als een gedreven antiklerikaal. Hierbij kreeg hij duidelijk steun van het lokale kiespubliek want hij behield zijn sjerp tot zijn overlijden in 1881. Het meest opvallend en memorabel resultaat in zijn strijd met de clerus kan nog steeds worden bewonderd op de Ruiseleedse Markt. De parochiekerk, waarvan de bouwgeschiedenis terugging tot de vroege tiende eeuw, was tijdens het bestuur van Van Outrive aan herstelling en renovatie toe. Hoewel grondig vernieuwd halfweg de achttiende eeuw, wou pastoor Doom de kerk nogmaals uitbreiden. Hij kreeg hierbij de hulp van de provinciale architect Croquison, die de hoofdkerk met een travee verlengde en een nieuwe toren met portaal liet optrekken aan de westzijde. Het liberale gemeentebestuur was allesbehalve gelukkig met deze gang van zaken maar kon enkel toekijken hoe de kerk in 1872 werd ingewijd. Van Outrive bleef niet bij de pakken zitten. Reeds sinds 1860 was hij immers plannen aan het maken voor de bouw van een gemeentehuis annex vredegerecht op de Markt en het succes van pastoor Doom gaf de doorslag. In 1873 keurden de gemeenteraad en de provinciale overheid een ontwerp van de Nederlandse architect Henri de Fernelmont goed. De bouw van het rijk versierde neogotische gemeentehuis, met siermotieven die naar onder meer de vrijmetselarij en het darwinisme verwijzen, verliep opvallend vlot en in 1877 nam een trotse Van Outrive zijn nieuwe kantoor in gebruik. Niet onbelangrijk was de hoogte van de toren, door Van Outrive nauwgezet in de gaten gehouden. Deze was namelijk iets hoger dan de nieuwe kerktoren, wat voor hem een duidelijke overwinning van de seculiere samenleving op de Kerk betekende. Door twintigste-eeuwse herstellingen aan de kerk is de verhouding intussen omgekeerd.

Grafmonument Benoit Van OutriveIn zijn testament volhardde hij in zijn levensvisie. Hij stipuleerde nadrukkelijk dat hij burgerlijk begraven moest worden en dat op een gereputeerd ‘burgerlijk’ kerkhof, dat van Gent of Schaarbeek. De stad die hem ‘gastvrijheid’ zou verlenen, ontving in ruil 5.000 frank waarmee gedurende tien jaar broden moesten worden gekocht voor de armste leerlingen van de stedelijke lagere scholen. Hij overleed kinderloos op 30 maart 1881 en zijn fortuin, bijna anderhalf miljoen frank, ging grotendeels naar zijn huispersoneel. Zijn erfgenamen kozen voor het kerkhof in Gent en na een druk bijgewoonde begrafenisplechtigheid in Ruiselede - ondanks de herhaalde oproepen van de lokale clerus om de begrafenis te boycotten - zette de lijkstoet koers naar de Arteveldestad. Bij elke gemeentegrens werd halt gehouden om de nodige taksen op lijkvervoer te betalen, waarna Van Outrive op 4 april tijdelijk werd bijgezet in de stedelijke grafkelder op de Westerbegraafplaats of “Geuzenkerkhof” aan de Brugse Poort. Het werk aan zijn grafkelder nam nog behoorlijk wat tijd in beslag want pas op 8 oktober kreeg hij een definitieve rustplaats in een van de mooie dreven van de eretuin. Zijn opvallend grafmonument werd pas in 1885 afgewerkt. Naast een geknakte zuil in roze graniet staat een levensgrote bronzen Vadertje Tijd, een allegorische voorstelling van de Dood met zeis en zandloper, zijn rechtervoet steunend op de resten van de klassieke Griekse oudheid, verbeeld door een gebroken Ionisch kapiteel. Met deze voorstelling van het vergankelijke en het tijdelijke van het leven leverde beeldhouwer Benoit Wante een meesterwerk af dat tot op vandaag terecht de aandacht van elke bezoeker trekt.

Bronnen:

  • Dagverslagen en inventaris van de graven, Westerbegraafplaats Gent, boekdeel 1 (1881)
  • Capiteyn (André) en Decavele (Johan), In steen en brons van leven en dood. Inventaris van de waardevolle grafmonumenten en portretgalerij van verdienstelijke personen rustend op de begraafplaatsen van de stad Gent. Gent, Dienst Stedelijke Begraafplaatsen en Stadsarchief Gent, 1981, p. 108.
  • Hernalsteen (An), De Westerbegraafplaats van Gent. Gent, Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 2000, pp. 24-25.
  • “On nous écrit de Ruysselede”, in: La Flandre Libérale, 7 april 1881, p. 1.
  • Schepens (Luc), De provincieraad van West-Vlaanderen 1836-1921. Tielt, Lannoo, 1976, pp. 611-612.
  • Vanackere (Carl) en Almey (Bruce), “In alle stilte: Benoit Van Outrive (1805 - 1881)”, in: ’t Meiboompje, jg. 25, nr. 3, juli 2008, pp. 87-92.
  • Van Loo (Dany), “Pastoor en burgemeester streden om hoogste toren”, in: Het Nieuwsblad, 17 augustus 2006.
  • Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, ‘Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed’, op: http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/90576, geraadpleegd op 30 juni 2011.