De Lusitania gekelderd, de echtgenote van dr. Depage verdronken?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog stuurden de Duitsers, vooral vanuit Zeebrugge, een hele vloot duikboten naar zee om schepen tot zinken te brengen en de bevoorrading van hun vijanden te bemoeilijken. De belangrijkste schipbreuk als gevolg hiervan, was deze van het Engelse passagiersschip Lusitania, een scheepsramp met maar liefst 1.200 slachtoffers. Aan boord bevond zich Marie Picard, echtgenote van de vermaarde Brusselse chirurg Antoine Depage.

groepsfoto van verpleegsters met Depage en Cavell

Antoine Depage (1862-1925), die geneeskunde gestudeerd had aan de Brusselse universiteit en in het buitenland, stichtte in 1907 in de hoofdstad de eerste school voor lekenverpleegsters waarvan de Engelse verpleegster Edith Cavell de leiding kreeg. Bij het uitbreken van de oorlog was hij buitengewoon hoogleraar aan de Brusselse universiteit en hoofd van de chirurgie in het universitair ziekenhuis. Vanaf eind 1914 bouwde hij, op vraag van koning Albert I en koningin Elisabeth, in en rond het hotel L'Océan in De Panne een immens en alom geprezen militair ziekenhuis uit.

Eind januari 1915 reisde zijn echtgenote Marie Picard (1872-1915) naar de Verenigde Staten om geld in te zamelen voor deze instelling. Ze stelde haar terugkeer een paar dagen uit om de kaap van 100.000 dollar te halen en scheepte op zaterdag 1 mei in op de Lusitania, met bestemming Liverpool. Haar bestemming zou ze nooit bereiken. Op vrijdag 7 mei 1915 werd het schip, in het zicht van de Ierse kust, door een Duitse torpedo tot zinken gebracht.

Hoe snel het nieuws bij hun vrienden en familie in het door de Duitsers bezette Brussel doordrong, en welke hun reacties hierop waren, kan men lezen in Journal d'une bourgeoise 1914-1918 van Daniël Vanacker, een oorlogsdagboek dat in 2015 door het Liberaal Archief is uitgegeven in samenwerking met Les Editions de l'Université de Bruxelles.

monument voor Cavell en Picard in Ukkel

Marguerite Giron, schrijfster van het dagboek, was de dochter van een hoogleraar-magistraat en verkeerde in dezelfde, overwegend liberale kringen als het echtpaar Depage. Ze vernam het kelderen van de Lusitania al op zondag 9 mei en noemde het een massamoord. Omdat ze blijkbaar wist dat Marie Depage-Picard rond die periode zou terugkeren, vroeg ze zich meteen af of deze zich aan boord bevond, evenals een bevriend echtpaar, de Hanssens, dat in L'Océan werkte en meegereisd was. De volgende dagen signaleerde Marguerite in haar dagboek dat deze wandaad veel verontwaardiging wekte, behalve uiteraard in Duitsland. Op woensdag 12 mei vernam men te Brussel dat de naam van Marie Depage in de Franse krant Le Matin verschenen was. 's Anderendaags hoorde men dat de Hanssens gelukkig met een ander schip waren teruggekeerd en dus nog leefden.

Pas op zaterdag 15 mei kwam er meer duidelijkheid over het lot van Marie Picard: haar lichaam was teruggevonden en dokter Depage vertrok meteen om het te identificeren. Marguerite noteerde die dag in haar Brussels dagboek dat dit voor dokter Depage een enorme klap zou betekenen, zowel privé maar ook voor het werk in het hospitaal. Dokter Depage liet het stoffelijk overschot van zijn echtgenote voorlopig naast het ziekenhuis, in de duinen van De Panne, begraven. De koning en de koningin woonden haar begrafenis bij. Nog een week later werd het treurige nieuws aan Marguerite "officieel" bevestigd. Een vriend meldde in een telegram: "Marie Picard slachtoffer van de schipbreuk Lusitania. Lichaam gevonden".

Op 12 oktober 1915 werd Edith Cavell door de Duitse bezetter geëxecuteerd. Ze was ter dood veroordeeld wegens medewerking aan een ontsnappingsroute voor geallieerde soldaten. Deze zaak maakte nog veel meer ophef in Brussel en in het buitenland. Na de oorlog werd Marie Picard herbegraven op het kerkhof in Bosvoorde en Edith Cavell in het Engelse Norwich. Antoine Depage werd in mei 1920 liberaal senator. Hij bleef dit tot aan zijn dood in 1925.

top