Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein en de nieuwsflash.

Voorwoord

In deze laatste nieuwsbrief van 2015 bespreken we twee schenkingen: we kwamen in het bezit van briefwisseling van journalist en schrijver Napoleon Destanberg, én van het archief van mevrouw Angèle Van Geluwe-Eggermont, archivaris en bibliothecaris van het Gentse Willemsfonds. Gent kleurt dit najaar oranje en dus bekijken we welke kranten uit de periode 1815-1830 in de collectie van het Liberaal Archief te vinden zijn. We bespreken het boek Esthetiek der steden van Karel Buls en de debatavond met minister Sven Gatz. In de Blauwe Doos staan we stil bij het zinken van het passagiersschip de Lusitania, in 2015 honderd jaar geleden.

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Esthetiek der steden

Op 30 november 2015 had in het Archief en Museum voor het Vlaamse Leven te Brussel (AMVB) de voorstelling plaats van het boek Esthetiek der steden van Karel Buls (1837-1914). Het boek is een uitgave van het Liberaal Archief, het Willemsfonds Brussels Hoofdstedelijk Gewest en uitgeverij ASP. Het werd ingeleid en vertaald door Els Ampe, schepen van Openbare Werken en Mobiliteit van de stad Brussel en Brussels parlementslid. Johan Basiliades deed de eindredactie.

karel buls

Karel Buls was in 1893, toen hij Esthétique des villes schreef, burgemeester van Brussel. In het boek ontvouwt hij zijn ideeën over urbanisatie en stadskernvernieuwing, en past deze toe op "zijn" Brussel. Zijn inspiratie voor het boek haalt hij uit zijn vele reizen naar Europa's fraaiste steden. Het is een boek, geschreven vanuit de dagelijkse praktijk van een beleidsmaker. Buls droomt van een mooiere stad, heeft gedurfde ideeën, maar moet voor de praktische realisatie ervan samenwerken met stadsarchitecten en planners. En hij krijgt - zoals elke vernieuwer - ook heel wat kritiek. Niet zelden botsen zijn ideeën met deze van de koning-urbanist Leopold II. Zo verschillen Karel Buls en de koning openlijk van mening over de aanleg van de Kunstberg.

Het boek werd destijds in één adem genoemd met toonaangevende boeken over stadsarchitectuur zoals Der Städtebau nach seinen künstlerischen Grundsätzen van Camillo Sitte (1889) en Der Städtebau van Josef Stübben (1890). Maar anders dan deze twee academische werken, is het boek van Buls geschreven door een autodidact met praktijkervaring.

els ampe spreekt

Esthetiek der steden raakte daarna grotendeels in de vergetelheid. Toch kan de visie van Buls op stadsontwikkeling ook vandaag nog steeds beleidsmakers inspireren en helpen bij het maken van stedenbouwkundige keuzes. Meteen de voornaamste reden waarom het Willemsfonds Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Brusselse schepen van Openbare Werken Els Ampe dit werk van onder het stof halen. Deze heruitgave en vertaling van Esthétique des villes is tevens het derde boek dat wordt uitgegeven in de reeks Stadslucht maakt vrij, een reeks met als doel een positieve (en liberale) visie op Brussel en het stedelijk beleid te ontwikkelen.

Eerder werd door het Liberaal Archief en Uitgeverij ASP het boek Croquis Siamois uitgegeven, een ander bijna vergeten werk van Karel Buls, over de wellicht meest avontuurlijke reis die globetrotter Karel Buls ondernam, naar Siam (het huidige Thailand).

Klik hier om Esthetiek der steden en/of Croquis Siamois van Karel Buls te bestellen

top

Archiefaanwinst: Napoleon Destanberg

De Napoleon Destanbergstraat in Gent, vlakbij de Coupure, herinnert aan de 19de-eeuwse Gentse journalist, uitgever, toneelschrijver en dichter, bekend van de Arteveldecantate die werd uitgevoerd bij de inhuldiging van het standbeeld van Jacob Van Artevelde op de Vrijdagmarkt in 1863.

Napoleon Destanberg

Napoleon Destanberg (1829-1875) leefde van zijn pen. Hij kwam in 1859 als journalist in dienst bij de krant De Stad Gent en bouwde deze mee uit tot de spreekbuis bij uitstek van de progressieve Gentse Vlaamsgezinde liberalen. Zijn fanatiek antiklerikalisme, en zijn verdediging van het Vlaamse volksliberalisme, maakten van hem een veelbesproken en vaak controversieel figuur. Daarnaast was hij uitgever en redacteur van diverse liberale kiesbladen en periodieken.

Maar zijn ware passie lag bij het theater en de poëzie. Hij was een bijzonder productief auteur en schreef gedichten, zangstukken en meer dan honderd toneelstukken. Hij was de eerste in Vlaanderen die Shakespeare vertaalde (MacBeth) en hij schreef een (weliswaar nooit officieel erkende) Nederlandse tekst voor het Belgische volkslied La Brabançonne. Zijn liberale overtuiging kon hij kwijt in zijn liedjesteksten en sociaal geëngageerde gedichten.

Jan Van Melle, een achterkleinzoon van Napoleon Destanberg, schonk de door hem bewaarde briefwisseling (1863-1894) van de Destanbergs aan het Liberaal Archief. Belangrijkste stukken zijn zonder twijfel een 50-tal brieven en briefjes van Napoleon Destanberg zelf, die hij schreef tussen 1863 en 1875, voornamelijk aan zijn dochter Pauline (de grootmoeder van Jan Van Melle) en aan zijn andere kinderen. Ze zijn meestal in het Frans, maar soms ook in het Nederlands geschreven. Napoleon Destanberg was vader van negen kinderen en deze correspondentie geeft ons een beeld van hem als een warme familieman. Verder vinden we er ook brieven in terug van de kinderen Destanberg, die bij speciale gelegenheden soms gedichten van hun vader naar elkaar stuurden.

affiche voor concert met muziek van Miry

Destanberg overleed op nauwelijks 46-jarige leeftijd, maar zijn nazaten hielden zijn nagedachtenis in ere, en verzamelden alles wat over hun bekende voorvader te vinden was in de diverse archieven en bibliotheken. Ook deze verzamelde documentatie werd aan het Liberaal Archief geschonken, samen met een aantal transcripties door de familie van vooral gedichten, en ook enkele toneelstukken. In de schenking vinden we ten slotte ook een verzameling met partituren voor zangspelen en operette, met teksten van Destanberg en op muziek gezet door zijn goede vriend Karel Miry (1823-1889).

Het Liberaal Archief publiceerde in 1989 een fotomechanische herdruk van Al de liberale liedjes en gedichten van Napoleon Destanberg uit 1866. De eerste tien snelle doorklikkers krijgen een gratis exemplaar van dit boekje toegestuurd.

Klik hier voor een gratis exemplaar van Al de liberale liedjes en gedichten van Napoleon Destanberg

Klik hier voor een uitgebreide biografie van Napoleon Destanberg

top

Angèle Van Geluwe-Eggermont

Het Liberaal Archief kwam onlangs in het bezit van het archief van mevrouw Angèle Van Geluwe-Eggermont (1918-2012). Decennialang was zij bibliothecaris van de Gentse Willemsfondsbibliotheek aan de Voetweg, gevestigd in het gebouw waar nu het Liberaal Archief huist. Ze was eveneens de "behoedster" van het Willemsfondsarchief van de afdeling Gent, in het Lakenmeterhuis op de Vrijdagmarkt, en ze verdiende haar sporen als samensteller van succesvolle tentoonstellingen over onder meer het Gentse stedelijke onderwijs in de 19de eeuw en de herdenkingstentoonstelling over Johan Daisne. Tot aan haar overlijden was zij ook bibliothecaris van de Heemkundige en Historische Kring Gent (HHKG)/het Documentatiecentrum voor Streekgeschiedenis dr. Maurits Gysseling.

Van Geluwe in bibliotheek

"Madame Angèle" zoals veel Gentenaars en kennissen haar noemden, was de weduwe van Robert Van Geluwe (1909-1995), zelf zeer actief in het Gentse Willemsfonds als ondervoorzitter en hoofdbibliothecaris. Het echtpaar Van Geluwe was een vertrouwd gezicht in Gentse vrijzinnige en heemkundige middens, en leverde door hun bibliotheekwerk een belangrijke bijdrage tot de leescultuur van generaties Willemsfondsleden. Voor hun uitzonderlijke verdienste kregen Robert en Angèle Van Geluwe in 1982 de erkentelijkheidsorde van het Willemsfonds uit handen van voorzitter Adriaan Verhulst (foto).

Van Geluwe ontvangt medaille van Verhulst

Angèle Van Geluwe-Eggermont was bijzonder gedreven in haar vrijwilligerswerk. Zo kende ze de literaire voorkeur van bijna al haar bibliotheekbezoekers die ze graag leestips gaf. Ze stond als bibliothecaris en archivaris ook bekend om haar punctuele zorg en stiptheid. Dat blijkt onder meer uit de 11 albums met fotoreportages van de activiteiten van Willemsfonds Gent die nu aan het Liberaal Archief geschonken zijn. Van 1976 tot 2002 maakte ze en hield ze fotoreportages bij van alle activiteiten van de Gentse Willemsfondsafdeling, waaronder veel binnenlandse uitstappen en buitenlandse reizen. Deze 11 fotoalbums geven zo een chronologisch en volledig beeld van de Gentse WF-activiteiten in het laatste kwart van vorige eeuw, en zijn daarom een bijzonder interessante historische bron.

Zij was daarnaast ook stadsgids en lid van de Stedelijke Commissie van Monumenten en Stadsgezichten. In die hoedanigheid kreeg ze veel foto's, en verzamelde ze alle mogelijke informatie over (al dan niet verdwenen) Gentse gebouwen en stadsgezichten. Ook deze "Gentse documentatie" werd nu overgemaakt aan het Liberaal Archief, net als haar privébibliotheek met zo'n 500 boeken, voornamelijk over Gent.

top

De minister op bezoek

Op 3 december 2015 had in de Blauwe Zaal van het Liberaal Archief een debatavond plaats over cultuur en politiek met Sven Gatz (Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel), Bart Caron (voorzitter van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media) en Andreas Tirez (kernlid van Liberales). Een kleine honderd aanwezigen woonden het debat bij.

Sven Gatz in debat

Koert Van Espen, kernlid van Liberales, modereerde een geanimeerd gesprek dat zich vooral toespitste op de discussie of cultuur al dan niet door de overheid gesubsidieerd dient te worden. Twee benaderingen stonden van oudsher lijnrecht tegenover elkaar. De liberale econoom Andreas Tirez vond van niet, en beschouwde cultuur als een economische wetmatigheid. Als voornaamste argument haalde hij aan dat de positieve effecten van subsidiëring niet wetenschappelijk aangetoond kunnen worden.

zicht op publiek in de Blauwe Zaal

Daartegenover stond de visie van beide politici die (over de partijgrenzen heen) wezen op de "onmeetbare" intrinsieke waarde van kunst en cultuur, een waarde die het gemeenschapsgevoel bevordert en zelfs onze democratie versterkt. De investeringen in kunst en cultuur kunnen dan ook niet uitsluitend op economische wetmatigheden beoordeeld worden. Zouden onze theaters en concertzalen nog evenveel volk trekken als de ticketprijzen nog meer zouden stijgen? Zou het cultureel aanbod in Vlaanderen nog even rijk zijn zonder de huidige subsidies? Zijn archieven en andere erfgoedinstellingen leefbaar zonder subsidiëring? Beide politici waren overtuigd van niet.

top

Uit onze collectie: pers in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1830)

In 2015 is het tweehonderd jaar geleden dat Nederland en het latere België werden samengevoegd tot het Koninkrijk der Nederlanden. Met een belofte van persvrijheid maakte de nieuwe grondwet van 1815 een einde aan de censuur die het Franse regime indertijd had opgelegd. In de korte periode van het koninkrijk (1815-1830) kwamen periodieken op de markt die de grens van de persvrijheid aftastten. Een overzichtje van wat te vinden is in de collectie van het Liberaal Archief.

Le vrai liberal

Aanvankelijk juichten uitgevers, redacteurs en een breed lezerspubliek de nieuwe koning Willem I toe, en spraken ze vol lof over deze progressieve en duidelijk liberaal geïnspireerde grondwettelijke vrijheid. Nieuwe kranten en tijdschriften zouden de markt overspoelen en het publieke debat stimuleren, woord en wederwoord aanmoedigen. In de praktijk liep het niet zo'n vaart. Het autocratische bewind van koning Willem kon maar een relatief beperkte hoeveelheid kritiek absorberen en na de wittebroodsweken (1814-1817) zette de overheid de nodige stappen om de perspolemieken zo goed en zo kwaad het kon in de hand te houden. Persprocessen werden schering en inslag doordat redacties weigerden om zich neer te leggen bij elke vorm van beknotting van de in 1815 beloofde persvrijheid. De kritische oppositiepers balanceerde dan ook constant op de slappe koord. Een voorbeeld van een krant uit die wittebroodsweken is het Brusselse dagblad Le Libéral. Journal Philosophique, Politique et Littéraire. Le Libéral werd in 1817 voortgezet door Le Vrai Libéral. Ondertitel én devies (Est modus in rebus, wat letterlijk betekent "er is een maat in de dingen" maar naar de geest best gelezen wordt als "er is altijd een gulden middenweg") werden behouden. Beide kranten brachten internationaal en nationaal tot lokaal Brussels nieuws. In 1821 verdween Le Vrai Libéral.

Waar Le Vrai Libéral nog relatief gematigd bleef, kan van zijn opvolger bezwaarlijk hetzelfde worden gezegd. Le Courrier des Pays-Bas behield weliswaar het motto van zijn voorgangers, maar veel gulden middenweg was er niet meer. Onder leiding van Louis De Potter (in samenwerking met latere liberale topfiguren als Lucien Jottrand, Jean-Baptiste Nothomb en Sylvain Van de Weyer) werd Le Courrier één van de belangrijkste oppositiekranten tegen Willem I. Le Courrier overleefde de revolutie en werd in 1831 Le Courrier - Ancien Courrier des Pays-Bas.

Le Belge - Ami du Roi et de la Patrie

Eveneens uit Brussel komt Le Belge - Ami du Roi et de la Patrie. Deze krant werd in 1821 opgericht als Ami du Roi et de la Patrie maar profileerde zich, in tegenstelling tot wat de titel laat vermoeden, als een onvermoeibare en harde oppositiekrant. Uitgever en hoofdredacteur Ferdinand Vanderstraeten werd wegens kritiek op het regime opgesloten en stierf in 1823 in gevangenschap. Zoon Edouard nam de uitgeverij over en voegde in 1826 de naam Le Belge toe aan de titel. Eind augustus 1830 werd de krant kortweg Le Belge.

Aan de andere kant van het spectrum waren er uiteraard de meer gezagsgetrouwe kranten. De Journal d'Anvers et de la Province ging van start in de Franse periode, onder volle perscensuur, en verheugde zich initieel dan ook in de nieuwe perswetten onder Willem I. Na enkele strubbelingen in de beginjaren profileerde dit blad zich in de jaren 1820 als een liberaal gezind pro-regeringsblad dat na de onafhankelijkheid resoluut koos voor het orangisme. Ook de Gazette des Pays-Bas die van 1827 tot 1830 verscheen, publiceerde gehoorzaam de door de overheid geleverde akten en aankondigingen, net zoals de Journal de la Belgique die verscheen van 1814 tot 1848.

Naast deze geëngageerde pers was er uiteraard ook de meer neutrale pers. Deze hield zich vooral bezig met de meer praktische aankondigingen en kleine lokale nieuwtjes. Geen hoogstaande opiniepers, wel een mooie spiegel van het dagelijkse leven in die periode. Nemen we bijvoorbeeld Oudenaarde, waar de dominante drukkersfamilie Bevernaege van 1816 tot 1829 de Feuilles d'Annonces uitgaf, in 1829 opgevolgd door het vernederlandste Annoncenblad dat tot 1838 standhield.

Het Liberaal Archief bezit volgende staalkaart van deze kranten:

  • Le Libéral: eerste jaargang 1816-1817
  • Le Vrai Libéral: jaargang 1820
  • Le Courrier des Pays-Bas: grootste deel van jaargang 1822
  • Le Courrier - Ancien Courrier des Pays-Bas: eerste helft jaargang 1831
  • Le Belge - Ami du Roi et de la Patrie: jaargang 1829
  • Journal d'Anvers et de la Province: losse nummers uit 1823 en 1824
  • Gazette des Pays-Bas: jaargang 1828
  • Journal de la Belgique: december 1828
  • Feuilles d'Annonces: integraal (jaargangen 1816 tot 1829)
  • Annoncenblad: integraal (jaargangen 1829 tot 1838)
top

Blauwe Doos: De Lusitania gekelderd, de echtgenote van dr. Depage verdronken?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog stuurden de Duitsers, vooral vanuit Zeebrugge, een hele vloot duikboten naar zee om schepen tot zinken te brengen en de bevoorrading van hun vijanden te bemoeilijken. De belangrijkste schipbreuk als gevolg hiervan, was deze van het Engelse passagiersschip Lusitania, een scheepsramp met maar liefst 1.200 slachtoffers. Aan boord bevond zich Marie Picard, echtgenote van de vermaarde Brusselse chirurg Antoine Depage.

Antoine Depage (1862-1925), die geneeskunde gestudeerd had aan de Brusselse universiteit en in het buitenland, stichtte in 1907 in de hoofdstad de eerste school voor lekenverpleegsters waarvan de Engelse verpleegster Edith Cavell de leiding kreeg. Bij het uitbreken van de oorlog was hij buitengewoon hoogleraar aan de Brusselse universiteit en hoofd van de chirurgie in het universitair ziekenhuis. Vanaf eind 1914 bouwde hij, op vraag van koning Albert I en koningin Elisabeth, in en rond het hotel L'Océan in De Panne een immens en alom geprezen militair ziekenhuis uit.

groepsfoto van verpleegsters met Depage en Cavell

Eind januari 1915 reisde zijn echtgenote Marie Picard (1872-1915) naar de Verenigde Staten om geld in te zamelen voor deze instelling. Ze stelde haar terugkeer een paar dagen uit om de kaap van 100.000 dollar te halen en scheepte op zaterdag 1 mei in op de Lusitania, met bestemming Liverpool. Haar bestemming zou ze nooit bereiken. Op vrijdag 7 mei 1915 werd het schip, in het zicht van de Ierse kust, door een Duitse torpedo tot zinken gebracht.

Hoe snel het nieuws bij hun vrienden en familie in het door de Duitsers bezette Brussel doordrong, en welke hun reacties hierop waren, kan men lezen in Journal d'une bourgeoise 1914-1918 van Daniël Vanacker, een oorlogsdagboek dat in 2015 door het Liberaal Archief is uitgegeven in samenwerking met Les Editions de l'Université de Bruxelles.

Marguerite Giron, schrijfster van het dagboek, was de dochter van een hoogleraar-magistraat en verkeerde in dezelfde, overwegend liberale kringen als het echtpaar Depage. Ze vernam het kelderen van de Lusitania al op zondag 9 mei en noemde het een massamoord. Omdat ze blijkbaar wist dat Marie Depage-Picard rond die periode zou terugkeren, vroeg ze zich meteen af of deze zich aan boord bevond, evenals een bevriend echtpaar, de Hanssens, dat in L'Océan werkte en meegereisd was. De volgende dagen signaleerde Marguerite in haar dagboek dat deze wandaad veel verontwaardiging wekte, behalve uiteraard in Duitsland. Op woensdag 12 mei vernam men te Brussel dat de naam van Marie Depage in de Franse krant Le Matin verschenen was. 's Anderendaags hoorde men dat de Hanssens gelukkig met een ander schip waren teruggekeerd en dus nog leefden.

monument voor Cavell en Picard in Ukkel

Pas op zaterdag 15 mei kwam er meer duidelijkheid over het lot van Marie Picard: haar lichaam was teruggevonden en dokter Depage vertrok meteen om het te identificeren. Marguerite noteerde die dag in haar Brussels dagboek dat dit voor dokter Depage een enorme klap zou betekenen, zowel privé maar ook voor het werk in het hospitaal. Dokter Depage liet het stoffelijk overschot van zijn echtgenote voorlopig naast het ziekenhuis, in de duinen van De Panne, begraven. De koning en de koningin woonden haar begrafenis bij. Nog een week later werd het treurige nieuws aan Marguerite "officieel" bevestigd. Een vriend meldde in een telegram: "Marie Picard slachtoffer van de schipbreuk Lusitania. Lichaam gevonden".

Op 12 oktober 1915 werd Edith Cavell door de Duitse bezetter geëxecuteerd. Ze was ter dood veroordeeld wegens medewerking aan een ontsnappingsroute voor geallieerde soldaten. Deze zaak maakte nog veel meer ophef in Brussel en in het buitenland. Na de oorlog werd Marie Picard herbegraven op het kerkhof in Bosvoorde en Edith Cavell in het Engelse Norwich. Antoine Depage werd in mei 1920 liberaal senator. Hij bleef dit tot aan zijn dood in 1925.

top