Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.
Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein en de nieuwsflash.

Voorwoord

Vandaag, 14 juni 2016, is het exact 170 jaar geleden dat te Brussel de Liberale Partij werd opgericht. Het spreekt voor zich dat we hier uitvoerig over berichten. We besteden in deze nieuwsbrief verder aandacht aan de publicatie van de oorlogsbrieven van Gentenaar Emile Varlez, de tentoonstelling De symbolische mens, en een belangrijke aanvulling op het archief van het liberaal verenigingsleven te Lokeren. Maar we beginnen met de voorstelling van een nieuw gezicht: Peter Laroy, sinds 1 mei de nieuwe directeur van het Liberaal Archief.


Nieuwe directeur voor het Liberaal Archief

Sinds 1 mei 2016 is Peter Laroy directeur van het Liberaal Archief. Hij volgt Luc Pareyn op, die meer dan dertig jaar aan het hoofd van het Liberaal Archief stond en sinds 1 juni 2016 met pensioen is. De kennis en de expertise van Luc Pareyn verdwijnen niet uit het Liberaal Archief, want hij maakt intussen deel uit van het Dagelijks Bestuur en de Raad van Bestuur.

peter laroy en luc pareyn

Peter Laroy (1968) studeerde geschiedenis en communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij werkte ruim 20 jaar geleden in het kader van zijn vervangende legerdienst reeds 18 maanden in het Liberaal Archief. Van 1994 tot 2015 was hij uitgever en uitgeefdirecteur van wetenschappelijke uitgeverij Academia Press (Gent). In het najaar van 2015 maakte hij de overstap van de uitgeefwereld naar de erfgoedsector en kreeg een intense opleiding ter voorbereiding van de op te nemen functie. Hij blijft samen met de medewerkers verder bouwen aan het Liberaal Archief, dat in 2017 zijn 35ste verjaardag viert.

top

De symbolische mens

Nog tot 15 juli 2016 loopt in het Liberaal Archief de tentoonstelling De symbolische mens - Rituelen en initiaties uit diverse culturen. Deze tentoonstelling toont foto's van wereldreizigers Christian Van Kerckhove en Els Heyvaert, en mondiale objecten die gebruikt worden bij overgangsrituelen.

Geboorte, volwassenwording, huwelijk en dood zijn momenten in een mensenleven waar in elke cultuur, religie of levensovertuiging wordt bij stilgestaan. Globetrotters Christian Van Kerckhove en Els Heyvaert zijn gefascineerd door de rituelen die hiermee gepaard gaan. Hun zoektocht naar overgangsrituelen brengt hen naar vaak afgelegen dorpen en streken in Afrika, Zuid-Amerika en Oceanië.

afrikaanse vrouwen

Het Liberaal Archief brengt in een rijk geschakeerde expositie voorbeelden van overgangsrituelen uit diverse culturen: het Joodse bar mitswa, een crematie aan de Ganges in India, een huwelijk in Cuba, een geboorte bij een Afrikaanse stam, een puberteitsritueel in China, … Alle culturen beleven hun overgangsrituelen op hun eigen, specifieke manier. En toch zijn er ook heel wat overeenkomsten, zaken die telkens weerkeren, waar ook ter wereld. Verrassend is dat niet echt, alle mensen ter wereld zoeken immers een antwoord op dezelfde levensvragen.

Deze tentoonstelling werd gerealiseerd in samenwerking met het Expertisecentrum Mix!t - Forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven (Faculteit Mens en Welzijn) van de Hogeschool Gent. De tentoonstelling is gratis te bezoeken, elke werkdag tussen 9 en 17 uur, in de Blauwe Zaal van het Liberaal Archief.

top

170 jaar Liberale Partij

"Een indrukwekkende en plechtige manifestatie van vooraanstaande mensen, afkomstig uit alle maatschappelijke klassen, vanuit alle hoeken van het land, doordrongen met de geest van het liberalisme en met als doel zich te verenigen". Zo kan kort worden geparafraseerd wat een journalist schreef in de krant L'Indépendance Belge, naar aanleiding van de oprichtingsvergadering van de Belgische Liberale Partij op 14 juni 1846, 170 jaar geleden dus.

De bijeenkomst was het eindpunt van een proces dat reeds enkele jaren bezig was. Na de oprichting van de Belgische staat hadden de katholieke en liberale strekkingen zich verenigd in het zogenaamde unionisme om het hoofd te bieden aan binnenlands gevaar (zoals de orangisten) en aan buitenlandse inmenging (de Nederlandse vorst Willem I bleef hongerig naar "zijn" Zuidelijke Nederlanden). Toen de situatie zich na een tiental jaar stabiliseerde, kwamen er barsten in het verbond. Een langzaam toenemend overwicht van de katholieken veroorzaakte frustratie bij de liberalen. De overtuiging dat zij zich dienden te verenigen om zelf zwaar genoeg op het bestuur te wegen, werd steeds groter.

Van zodra duidelijk werd dat de aangekondigde manifestatie niet zomaar een bevlieging was, gingen de tegenstanders in de tegenaanval. De katholieke pers deelde in de aanloop naar het congres flink wat speldenprikken uit. Nu eens kwam er commentaar op het principe van de bijeenkomst, dan weer hekelden bepaalde kranten sommige deelnemers. Er rees heel wat kritiek op de heel gevarieerde samenstelling en op het feit dat de pers niet was toegelaten. Maar objectief bekeken, werd er die junidag in 1846 geschiedenis geschreven. Journalisten mochten misschien de zaal niet binnen, maar er was wel degelijk uitgebreide berichtgeving over de bijeenkomst. De organisatoren zagen er vooral op toe dat de groep als één liberale stem naar buiten kwam en dat de aanwezigen tijdens de bijeenkomst zichzelf konden zijn, zonder de hinder van journalisten in de zaal.

congres van 1846

De 384 afgevaardigden waren afkomstig uit het hele land. De steden Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Leuven, Luik, Namen maar ook Tongeren tekenden voor meer dan 10 vertegenwoordigers. Middelgrote steden die tussen 5 tot 10 vertegenwoordigers stuurden, waren Aalst, Charleroi, Dinant, Doornik, Geraardsbergen, Huy, Ieper, Kortrijk, Mons, Nijvel, Oudenaarde en Verviers. En ook uit tal van kleinere steden en dorpen maakten afgevaardigden de reis naar Brussel. Enkel uit meer perifere gebieden (de Ardennen, delen van de Kempen, de kuststreek) waren er geen vertegenwoordigers afgevaardigd.

Ongeveer een derde van de aanwezigen kon gesitueerd worden in de categorie van intellectuele beroepen. Het ging daarbij in hoge mate om personen met een juridische opleiding (advocaat, notaris, magistraat). Het aantal academici was eerder schaars. Er moet overigens steeds rekening gehouden worden met de vaststelling dat heel wat mensen op de lijst niet echt een beroep opgeven maar zich laten betitelen als grootgrondbezitter of rentenier. Die vermogende groep is ongeveer in dezelfde mate vertegenwoordigd als de intellectuele beroepen. Naast de eerder vermelde grondeigenaars kan hierbij ook een ruime groep handelaars en industriëlen worden ondergebracht. Tot slot identificeerden heel wat congresgangers zich met hun politiek mandaat, van gemeentelijk (gemeenteraadsleden, schepenen, burgemeesters) tot nationaal niveau (volksvertegenwoordigers, senatoren).

Iets na negen uur openden de debatten onder leiding van Eugène Defacqz. Deze raadsheer bij het Hof van Cassatie beschikte over een indrukwekkende staat van dienst als jurist, politicus en vrijmetselaar. In zijn inleidende toespraak had Defacqz het onder meer over het overwicht van de clerus op de openbare macht en pleitte hij in de geest van de jaren 1830 voor de grondwet als richtinggevend baken. Vervolgens werd een plan tot de algemene samenvoeging van alle liberale groepen voorgesteld: "In elke hoofdplaats van een arrondissement zal de liberale partij, dienvolgens, onmiddellijk een genootschap oprichten, bestaande uit alle liberalen, die bij stemming toegelaten zijn. Er zal in elk dier plaatsen een comité voor de verkiezingen worden benoemd. Elk dier genootschappen zal een of meer afgevaardigden naar het liberaal congres enz." De bespreking werd afgesloten met het goedkeuren van negen congresresoluties. De grondslag van de liberale partij was officieel gelegd.

De nieuwe partij keurde meteen ook een programma goed. Er werden zes kernpunten naar voren geschoven: kieshervorming, onafhankelijkheid van de openbare macht, uitbouw van het openbaar onderwijs, herziening van de conservatieve wetgeving, toename van het aantal volksvertegenwoordigers en senatoren en het verbeteren van de levensomstandigheden van de werkende klasse. Uiteraard konden de honderden deelnemers niet voorzien dat zij die dag geschiedenis hadden geschreven. Pas later bleek dat het Liberaal Congres van 14 juni 1846 een belangrijk sleutelmoment was in de politieke ontwikkeling van het land.

top

Oorlogsbrieven Emile Varlez

Emile Varlez (1897-1962) was de zoon van de sociaal bewogen liberale jurist Louis Varlez. Hij was nauwelijks 19 jaar toen hij in december 1916 zijn door de Duitsers bezette geboortestad Gent ontvluchtte om soldaat te kunnen worden. Een bijzonder gevaarlijke en risicovolle onderneming waarin hij uiteindelijk - via Nederland en Engeland - slaagde. Hij nam als vrijwilliger dienst in het Belgische leger dat aan de IJzer, samen met de geallieerden, hardnekkig tegen de Duitse agressor bleef vechten. Na de wapenstilstand nam hij deel aan de bezetting van het Rijnland, en bleef tot januari 1919 onder de wapens.

Zijn jongere zus Thérèse Varlez getuigt in haar memoires dat het gebrek aan nieuws over Emile tijdens de oorlogsjaren de grootste beproeving was voor haar en hun ouders. Slechts heel af en toe slaagde Emile erin om, via tussenpersonen, een bericht naar huis te sturen. Drie brieven die hij aan zijn familie schreef tijdens de oorlogsjaren zijn bewaard gebleven.

brief en portret van Varlez als soldaat

Uit 1918, het laatste oorlogsjaar, bleven 22 brieven bewaard uit de correspondentie tussen Emile en zijn "soldatenmeter", de Parijse mevrouw Lazard die hem naast brieven ook af en toe geld en pakjes toestuurde. Ten slotte bleven ook 17 brieven aan zijn ouders en zussen bewaard, daterend uit de eerste maanden na de wapenstilstand. Dit zijn 42 brieven in totaal, die niet alleen een beeld van de oorlog schetsen, maar ook aantonen hoe een jonge intellectueel uit de Gentse bourgeoisie naar het leven kijkt, en droomt van een toekomst zonder oorlog.

Het Liberaal Archief publiceert regelmatig egodocumenten over de Eerste Wereldoorlog. Eerder al werd aandacht besteed aan de oorlogsbrieven van de Antwerpse frontsoldaat Jean Pecher en aan het oorlogsdagboek van de Brusselse bourgeoisdame Marguerite Giron. Telkens weer was Daniël Vanacker, vrijwillig medewerker van het Liberaal Archief en gespecialiseerd in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, de drijvende kracht achter deze publicaties. Ook nu zijn alle brieven door Daniël Vanacker bestudeerd, geannoteerd en van een grondige inleiding voorzien. Ze zijn door het Liberaal Archief uitgegeven in hun oorspronkelijke taal, het Frans.

Un volontaire à l'armée. Lettres d'Emile Varlez 1917-1919 is te koop in het Liberaal Archief en kost € 20 (+ € 2,5 verzendkosten per boek).
Klik hier om het boek te bestellen.

top

Schatten op zolder te Lokeren

archiefkast
Het Liberaal Huis Lokeren wordt binnenkort afgebroken. Toen onze medewerkers het gebouw bezochten, vonden ze op de ietwat verborgen zolder nog een schat aan archiefmateriaal van veelal verdwenen Lokerse liberale verenigingen. Het Liberaal Archief bewaart reeds een uitgebreide collectie over het liberale leven te Lokeren, hoofdzakelijk afkomstig van diverse schenkingen door Rudi Henderickx en zijn vader Lucien, behoeders van de plaatselijke liberale geschiedenis. Deze vondst is een welkome aanvulling op dit reeds rijke archief.

Het gevonden archief is zeer divers en omvat onder meer een deel van de boekhouding, oude aandelen en verslagen van de C.V. Liberaal Huis, de vereniging die het gebouwenpatrimonium beheert. Ook van de Koninklijke Liberale Harmonie Sint-Cecilia, die hier decennialang haar lokaal had en repeteerde, werd veel archief teruggevonden, waaronder heel wat oude partituren.

Interessant zijn ook een aantal programmaboekjes en speelteksten uit de jaren 1950 van de Koninklijke Rhetorica Maatschappij Vreugd in Deugd, en administratie en lidkaarten van de Liberale Gepensioneerdenbond Concordia. Verder werd ook archief teruggevonden van het naoorlogs liberaal gemeenteraadslid Robert Verhesschen, waaronder gemeenteraadsverslagen en persoonlijke correspondentie met het katholieke stadsbestuur.

Alles werd intussen naar het Liberaal Archief overgebracht waar het zal worden gereinigd, geordend en geïnventariseerd. Schatten op zolder dus, letterlijk gered van de sloophamer, en vooral ook een bewijs dat er nog steeds interessant archief te vinden is. Heeft u nog weet van oude documenten die getuigen van het liberaal verleden in uw dorp of gemeente? Geef gerust een seintje.

top

De Blauwe Doos: Reizen om te leren - Auguste Voisin

De reisgids. Een onmisbaar kleinood voor iedereen die nieuwe horizonten verkent, een stad of streek bezoekt die intrigeert, verleidt, uitnodigt, en dus om een extra woordje uitleg vraagt. Volgens René Goscinny en Albert Uderzo maakten Asterix en Obelix er al gebruik van bij hun bezoek aan het Rome van Julius Caesar. Gent mocht dan ook niet achterblijven.

Auguste Voisin wordt in 1800 geboren in Frankrijk. Hij komt als driejarige peuter in Gent terecht, waar zijn vader tot docent aan de Ecole Centrale (het latere Atheneum) is aangesteld. Hij volgt er zijn middelbare studies en schrijft zich in aan de net opgerichte Gentse universiteit, waar hij in 1824 gradueert tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Voisin wordt leraar aan het stedelijk college van Kortrijk maar keert in 1830 terug naar Gent en wordt er in 1836 hoofdbibliothecaris van de universiteitsbibliotheek. Totaal onverwacht, op 43-jarige leeftijd, sterft hij aan een hersenbloeding. Zijn opvolger in de bibliotheek wordt de erudiete Jules de Saint-Genois, in 1851 de eerste voorzitter van het Willemsfonds.

Voisin

Auguste Voisin is zijn leven lang gepassioneerd door de kunst- en cultuurgeschiedenis van zijn thuisstad. In 1823 is hij een van de stichters van de Gentse Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, maar hij wil zijn passie vooral delen met het grote publiek. In 1826 publiceert hij daarom zijn Guide des voyageurs dans la ville de Gand, ou notice historique sur cette ville, ses monuments et ses hommes célèbres. In een uitgebreid eerste deel behandelt hij de Gentse geschiedenis van de Romeinen tot het bestuur van koning Willem I, die hij vol bewondering omschrijft als "un prince, le seul peut-être, que l'on peut appeler sans que la vérité ait à en rougir, le père de la patrie, le meilleur et le modèle des rois." Dan volgt de kern van elke toeristische gids: de beschrijving van de monumentale gebouwen en de beroemde mannen die er vertoefden, met als afsluiter dan toch één vrouw: Jeanne Othonia, een dichteres uit het begin van de 17e eeuw. Hij draagt het boek op aan zijn burgemeester, Joseph Van Crombrugghe, die van 1825 tot 1842 de stad bestuurde.

Zijn reisgids valt in de smaak en er wordt een tweede druk voorbereid. In augustus 1830 is al een deel van het boek klaar, maar de septemberrevolutie gooit roet in het eten. Het boek blijft om evidente redenen even liggen bij drukker-uitgever De Busscher. Wanneer de gemoederen wat gekalmeerd zijn, wordt opnieuw werk gemaakt van de heruitgave die in 1831 verschijnt. Het is een update, maar verder identiek aan de eerste druk. Het hoofdstuk 'Homme célèbres' is geschrapt, hiervoor verwijst Voisin naar de biografieën in de herdruk (1830) van de 16e-eeuwse Histories van Belgis van Marcus Van Vaernewyck. De Guide des voyageurs blijft opgedragen aan burgemeester Van Crombrugghe en het historisch overzicht sluit af met een korte hulde aan het bestuur van Willem I dat van Gent "de eerste, mooiste, rijkste en grootste stad van het koninkrijk had gemaakt". Voor de orangist Voisin is het duidelijk: het bestuur van het nieuwe België zal het niet makkelijk hebben om dit te overtreffen.

De derde editie uit 1840 brengt niet veel nieuws. De inleiding en het dankwoord vallen weg, mogelijk een gevolg van het feit dat burgemeester Van Crombrugghe in 1836 door Brussel uit zijn ambt was ontheven en tot eind 1839 vervangen werd door Jean-Baptist Minne-Barth, misschien niet echt een favoriet van Voisin? Het tekstfragment over Willem I wordt gewoon behouden ondanks de gewijzigde politieke toestand.

Er blijft belangstelling voor het boek, en in 1843, kort voor zijn plotse overlijden, komt een vierde druk op de markt. Van Crombrugghe is intussen gestorven en Voisin draagt zijn boek nu op aan twee boezemvrienden sinds zijn studententijd, de liberale schepenen Napoleon De Pauw en Auguste Van Lokeren. Hij herneemt het voorwoord uit de eerste editie en voegt er een nieuwe inleiding aan toe, waarin hij zijn keuze voor een moderne stadsgids verdedigt: de beknopte tekst, het kleine formaat zonder dure illustraties, het makkelijke taalgebruik en de prijs moeten een brede verspreiding ten goede komen. Hij steekt uiteraard nogmaals de loftrompet over Gent en … blijft met een zekere weemoed terugdenken aan de periode van het Verenigd Koninkrijk. De laatste paragraaf van zijn historisch luik wordt daarom sterk uitgebreid en laat weinig aan de verbeelding over. Hij beschrijft er hoe Gent zich opwerkte tot de schitterende tweede stad van het land, en die positie kon handhaven "malgré la révolution de 1830".

De edities uit 1826 en 1831 kan je raadplegen in de leeszaal van het Liberaal Archief.

U neemt straks misschien ook een reisgids in de hand om te genieten van een welverdiende vakantie? Ook de medewerkers van het Liberaal Archief hebben die intentie en gaan er even tussenuit. Het archief is gesloten van maandag 18 juli tot en met vrijdag 29 juli 2016. Op maandag 1 augustus zijn we weer geopend.

top


© 2016 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be