Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.

Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen)


Voorwoord

Straks mogen we weer een nieuwe kalender bovenhalen en hoort 2007 definitief tot het verleden. Nu al valt te voorspellen dat het afgelopen jaar een opmerkelijke datum in de geschiedenis van de Belgische politiek zal worden. Er is nog toekomst voor de historici! Intussen werkt het Liberaal Archief rustig verder aan de uitbouw van zijn collecties. Deze nieuwsbrief belicht opnieuw enkele aspecten van onze werking.

Het Kramersplein verschijnt tweemaandelijks. Wij hopen u in de toekomst verder te mogen informeren. Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Een metalen herinnering

Op 14 juni 1846 kwam in Brussel een liberaal congres samen. Die zondag geldt als de stichtingsdatum van de liberale partij in ons land. Naar aanleiding van die belangrijke bijeenkomst lieten de organisatoren een gedenkpenning maken. Op de ene zijde prijkt een Brabantse leeuw met vermelding van de aanleiding, op de keerzijde staat een bundel van negen samengebonden pijlen - de negen provincies - en de leuze L'Union fait la force. Het Liberaal Archief bezit drie varianten van dit stuk: een bronzen exemplaar met een diameter van 30 mm, een zilverkleurige medaille van 39 mm en een kanjer van 89 mm.

Toen de Liberale Partij in 1946 haar honderdjarig bestaan herdacht, bracht ze een nieuwe penning in omloop, een brons van 60 mm. Op de voorzijde stonden vier politieke kopstukken in profiel: Charles Rogier, Walthère Frère-Orban, Paul Janson en Paul Hymans. Naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de partij in 1996 kregen de leden de keuze tussen een brons van 33 en een van 50 mm. De ene kant meldde kort en krachtig "Liberalisme", op de keerzijde viel het New-Yorkse vrijheidsbeeld te bewonderen.

Heel wat belangrijke - en ook minder belangrijke - gebeurtenissen in het verleden gaven aanleiding tot de aanmaak van een medaille. Penningen werden ook gebruikt om hulde te brengen aan verdienstelijke burgers of uitgedeeld als herinnering van of beloning voor deelname aan een manifestatie of wedstrijd. Kan men de geschiedenis misschien niet schrijven met dergelijke stukken metaal, dan valt ze er wel mee te illustreren.

Een portret van de Byzantijnse keizer Johannes VIII Paleologus uit 1438 gaat officieel door als de oudste penning uit onze geschiedenis. Het fenomeen kende al vlug navolging bij vorsten, geleerden en kunstenaars die deze uitvinding als een soort visitekaartje voor hun PR gebruikten. De nieuwe mode kwam tachtig jaar later naar onze contreien overgewaaid. Quinten Metsys zorgde in 1519 voor de primeur met een afbeelding van de humanist Erasmus.

Het Liberaal Archief beschikt over een collectie van 500 penningen. De oudste dateert van 1826. Het gaat om een creatie van de bekende medailleur Pierre Braemt, vanaf 1819 graveur aan de Brusselse Munt. De ene zijde bevat de buste van de Nederlandse koning Willem I, met het opschrift Guilielmus I, Belgarum rex, de keerzijde toont een halfnaakt koppel in een Henegouws landschap en een gevleugelde dame die een banier vasthoudt met de boodschap Navigatio patriae restituta [de scheepvaart voor het vaderland hersteld], vermoedelijk een toespeling op de heropening der Schelde onder het Nederlandse bewind.

Penningen of medailles, dikwijls fraai uitgevoerd, verschillen essentieel van muntstukken, omdat ze geen betaalwaarde hebben. Ze zijn doorgaans van brons (85 procent koper, 15 procent tin), omdat dit zachte metaal gemakkelijk te bewerken is en de alternatieven, zilver of goud, duur kunnen uitvallen. Na het gieten of slaan van de medaille is er nog enige afwerking nodig. Men moet de fouten wegvijlen en de bovenlaag patineren. Als de medaille een persoon betreft, wordt het hoofd van de gelauwerde meestal in profiel afgebeeld, naar het voorbeeld van de Romeinse keizers van weleer.

Naast de algemene collectie bewaart het Liberaal Archief drie deelcollecties. Het Van Crombrugghe's Genootschap deponeerde een honderdtal stuks. In veel gevallen gaat het om een aandenken aan een activiteit waaraan de vereniging deelgenomen had. De liberale politicus Jacques Van Offelen bezorgde ons de metalen die hij tijdens zijn gevarieerde loopbaan verzamelde, waaronder enkele huldespecimens van hemzelf en andere politici (zoals Achille Van Acker en Frans Van Cauwelaert), plaketten van bedrijven (zoals Delhaize) en herinneringen aan de Expo van 1958. Ook barones Antoinette Helsmoortel-Pecher maakte haar collectie over. Deze verzamelde ze grotendeels als voorzitster van een paar patriottische verenigingen en als gemeenteraadslid van Antwerpen.

Klik hier voor de inventarissen van onze medailles.
Klik hier voor meer informatie over het liberaal congres van 1846.

top

De porseleinwinkel van Nemrod

Op 1 juli 1843 richtte de Gentse baron Léon de Saint-Genois het schuttersgenootschap Nemrod op, genoemd naar de Assyrische god van de jacht. De leden beoefenden hun sport met een speciale kruisboog die geen pijlen maar loden kogels afvuurde. De eerste staande wip, niet minder dan 18 meter hoog, verrees op een terrein aan de Visserij. In 1848 kocht Nemrod een oude suikerraffinaderij aan de Minnemeers. De fabriek werd omgebouwd tot verenigingslokaal en kreeg een van de mooiste feestzalen van de stad.

Deze site werd al gauw een ontmoetingsplaats voor de Gentse liberale burgerij. Verschillende verenigingen, waaronder het Willemsfonds, organiseerden er menige activiteit. Zoals het een burgerlijke ontspanningskring uit die tijd betaamde, speelde Nemrod ook de rol van milde weldoener. Zo namen de leden in de carnavalstijd deel aan de cavalcades of richtten ze zelf stoeten, tentoonstellingen of concerten in, waarvan ze de opbrengst schonken aan verenigingen zoals de Menslievende Kring der Zonder Naam, niet zonder Hart. De wekelijkse activiteiten en de jaarlijkse koningsschieting bleven echter de hoofdbezigheid van deze societyclub.

De Gentse burgemeesters Constant de Kerchove, Judocus Delehaye en Charles de Kerchove werden erelid en de hertog van Brabant - de latere koning Leopold II - aanvaardde het peterschap. Het Belgische vorstenhuis schonk de vereniging in 1844 een prachtig geborduurd vaandel, dat zich momenteel in de collecties van het Gentse Huis van Alijn bevindt.

Een uitgebreid reglement uit 1845 leert hoe de dagelijkse werking verliep, hoe men de discipline handhaafde en vooral hoe men geassocieerd lid werd in de hoop later een van de zestien vaste leden van het genootschap te worden. Het voorlaatste punt van het reglement verwees naar de prijzen die men jaarlijks uitreikte. Het ging vooral om porseleinen vaatwerk in alle mogelijke kleuren en vormen: vazen, terrines, kommen, schalen en uiteraard borden. Daarvan kon het Liberaal Archief er drie op de kop tikken op een prondelmarkt. Op die rijk versierde borden zijn alle attributen van de schuttersvereniging terug te vinden, met de gaai (of hoofdvogel) en de balbogen als hoofdmotief. Ook de milde schenker van de prijzen werd niet vergeten: links op het bord staat het wapenschild van Nemrod, rechts dat van de familie de Saint-Genois.

De nauwe band tussen voorzitter en vereniging bleek ook de fatale zwakte van Nemrod te zijn. Einde 1869 trok de baron zich terug en in 1870 was het nieuwe bestuur al verplicht een deel van de gebouwen te gelde te maken. Het Vlaams-liberale weekblad Volksbelang merkte daarbij nijdig op dat men het complex verkocht had aan een klerikale maatschappij, zodat de liberale maatschappijen de Melomanen en het Willemsgenootschap er niet meer welkom waren.

Léon de Saint-Genois overleed in 1872 en nog datzelfde jaar kwamen de gebouwen in handen van de Sint-Jacobsparochie. Tussen 1963 en 1996 was daar een lagere school van het Sint-Lievenscollege gevestigd. Nu vindt men er de Arteveldehogeschool, die de zaal haar vroegere glorie teruggaf.

Nemrod zelf ging langzaam dood. Na een verhuizing naar de Garenmarkt (huidig Anseeleplein) werd in 1882 het meubilair verkocht. Vervolgens werd er nog vergaderd in het Hotel d'Allemagne op de Korenmarkt. In 1893 bleven maar zes leden meer over, waarop de voorzitter wijselijk voorstelde de maatschappij te ontbinden.

top

Nieuws uit het Liberaal Archief

  • Zoekt en gij zult vinden, leerden onze ouders. Dat lukte niet altijd. Tegenwoordig kunnen wij (en onze kinderen) gelukkig een beroep doen op efficiënte zoekrobotten. Ook op de website van het Liberaal Archief staat er nu zo'n handige jongen ter beschikking. Vraagt en hij zal vinden! Klik hier voor die mooie uitvinding.

  • Een instelling als het Liberaal Archief kijkt niet alleen naar de vorige eeuwen, maar houdt ook de eigen tijd nauwgezet in het oog. Het heden wordt in de toekomst immers ook geschiedenis. Zo konden we ons de voorbije maanden verheugen in de aanvoer van de archieven van diverse prominente politici, meer bepaald Kamervoorzitter Herman De Croo, premier Guy Verhofstadt, de ministers Patrick Dewael en Marc Verwilghen, alsook staatssecretaris Vincent Van Quickenborne. Alles samen gaat het om 500 meter archiefdozen! Reken daarbij nog 26,50 meter van de parlementaire fracties van de Open VLD. Andere belangrijke aanwinsten van dit jaar zijn papieren van Albert Claes, Willy De Clercq, Karel De Gucht, René Rogge (Nazareth), de volkshogeschool Vlied en de suikerfabriek van Veurne. Het is evident dat dergelijke recente documenten niet meteen ter inzage zijn. Zoals goede wijn moeten deze archieven eerst een beetje blijven liggen voor ze geopend mogen worden.

  • Het aantal burgers dat ooit een rol speelde (of nog steeds speelt) in de liberale beweging, is aanzienlijk. Over sommigen zijn al dikke boeken verschenen, anderen moeten het (voorlopig?) stellen met een bescheiden vermelding in een of ander zakboekje. Omdat het voor een "gewoon mens" niet mogelijk is om al die publicaties te volgen, houdt het Liberaal Archief sinds vele jaren al die gegevens bij. Je kan ze op onze website raadplegen. In onze Blauwe Wie is Wie? signaleren we van alle liberale figuren - de grens is soms moeilijk te trekken - in welke naslagwerken ze vermeld staan. Wie die boeken wil raadplegen, kan uiteraard altijd terecht in onze bibliotheek. De voorbije maanden heeft onze bibliothecaris hard gewerkt om zijn collectie te "updaten". Suggesties en aanvullingen zijn altijd welkom. Klik hier voor onze Blauwe Wie is Wie?.

top

Een nieuwe uitgave
Wouter Ronsijn, De kadasterkaarten van Popp, een sleutel tot uw lokale geschiedenis


In opdracht van de provincie Vlaams-Brabant maakte Wouter Ronsijn als projectmedewerker van het Liberaal Archief een grondige studie over het belang van de Popp-kaarten voor de regionale geschiedenis. Philippe Christian Popp (1805-1879), afkomstig uit Utrecht, werd in 1827 controleur van het kadaster in Brugge. Tien jaar later startte hij met de uitgave van Le Journal de Bruges, die de belangrijkste liberale krant van de stad werd. Kort erop vatte hij het plan op de kadastrale informatie van alle Belgische gemeenten te reproduceren en te koop aan te bieden. Tussen 1842 en zijn dood drukte hij de kaarten en leggers van ongeveer 1.800 van de 2.566 Belgische gemeenten. De provincie Antwerpen raakte niet meer afgewerkt, Limburg, Namen en Luxemburg bleven onbesproken.

De kadastrale atlas van Popp bevat informatie over alle onroerende goederen en hun eigenaar. Het is evident dat die gegevens bijzonder interessant zijn voor het historisch onderzoek. Met die informatie kan je bijvoorbeeld nagaan hoeveel gronden de kasteelheer-burgemeester van een bepaald dorp in eigendom had. In zijn studie toont Wouter Ronsijn aan de hand van vier voorbeelden uit Vlaams-Brabant (Asse, Aarschot, Halle en Tienen) hoe je met de hulp van de Popp-kaarten verfijnde studies van een bepaalde gemeente kunt ondernemen en de resultaten kunt vergelijken.

Voor meer informatie klik hier.

top

150 jaar Van Crombrugghe

Het Van Crombrugghe's Genootschap viert eind dit jaar zijn 150-jarig bestaan en is daarmee een van de oudste, nog bestaande socioculturele verenigingen van Gent. Het genootschap werd op 18 oktober 1857 opgericht, tijdens een plechtigheid op het stadhuis, als een bond voor de oud-leerlingen van het stedelijk onderwijs en koos de naam van de burgemeester die zoveel gedaan had voor de uitbouw ervan. Het hoofddoel was "de beschaving en verlichting der leden en het onderhouden der vriendschap en verbroedering". Daarnaast wou de vereniging steun verlenen aan kinderen die wilden verder studeren en, "indien de geldelyke toestand zulks veroorlooft", de leden helpen die door een ongeluk of ramp getroffen waren. Het genootschap spande zich in om aan volksontwikkeling te doen met spreekbeurten, lessen en een bibliotheek. En met succes. In 1888 telde de vereniging 905 werkende en 137 beschermende leden.

Vijfentwintig jaar geleden besliste het bestuur zijn rijk archief toe te vertrouwen aan het Liberaal Archief. Daar bestaat een uitgebreide inventaris van. Het Liberaal Archief publiceerde ook al een studie van Dominique Verkinderen over de eerste twintig jaar van dit gezelschap.

De studie van Dominique Verkinderen is uitzonderlijk te koop voor 5 euro plus 2,50 euro verzendingskosten bij het Liberaal Archief.

Klik hier voor de inventaris van het archief van het Van Crombrughe's Genootschap.

top

De Blauwe Doos
Een zwaargewicht: Ernest Solvay


Het zwaarste boek uit de bibliotheek van het Liberaal Archief weegt bijna 10 kilo. Het gaat om een album dat uitgegeven werd naar aanleiding van de viering van het vijftigjarig bestaan van het chemische bedrijf Solvay & Cie in 1913. Het bevat vooreerst de teksten van de twintig toespraken die op deze plechtigheid gehouden werden, onder meer door de liberale politicus Paul Hymans, toen ondervoorzitter van de beheerraad van de ULB. Ook een meestergast uit de oudste fabriek van dit industriële imperium kwam "monsieur Ernest" namens het personeel bedanken voor zijn sociale houding tegenover zijn werknemers en vooral voor de beslissing om het pensioen van werknemers van 60 jaar met dertig trouwe dienst vanaf 1 januari 1914 te verhogen tot 2 frank per dag.

Vervolgens krijgt de lezer een overzicht van de diverse vennootschappen van de groep, hun beheerraden en hun fabrieken. Deze waren tot in Rusland en de Verenigde Staten te vinden. Het derde deel van het album bestaat uit een reeks van negentig foto's op groot formaat van de gedenksteen uit 1913, de feestzaal, het borstbeeld van de stichter, de hoofdzetel, de fabrieken en hun personeel.

Ernest Solvay werd op 16 april 1838 geboren in Rebecq (Waals-Brabant) als zoon van een groothandelaar in olie, zeep en koloniale waren. Door gezondheidsproblemen moest hij zijn studie vroegtijdig stopzetten. Na een stage in Antwerpen kon hij aan de slag in de gasfabriek van een oom. Daar ontdekte hij een nieuw procédé om soda (natriumcarbonaat) te vervaardigen. Samen met zijn jongere broer Alfred en een vriend probeerde hij zijn uitvinding op industriële basis te produceren en te commercialiseren, maar dat lukte niet al te best. Tot ze in 1863 een commanditaire vennootschap oprichtten met als geldschieters Eudore Pirmez, een liberale advocaat uit Charleroi, en diens familie. Er kwam een nieuwe fabriek in Couillet, een industriegebied ten zuiden van die stad langs de Samber. Van daaruit werd een imperium uitgebouwd dat zich over een groot deel van Europa en de Verenigde Staten verspreidde en dat van de gebroeders Solvay schatrijke burgers maakte.

Als autodidact met een ruime belangstelling had Ernest Solvay uitgesproken ideeën over de industriële maatschappij van zijn tijd, haar problemen en hun oplossing. Hij zocht naar een uitweg voor de tegenstelling tussen de oude liberale vrijheidsidee en het illusoire collectivisme van de socialisten. In zijn eigen bedrijven toonde hij zich alvast een voorbeeldig werkgever. Hij voerde de achturendag, betaalde vakantie en een arbeiderspensioen in voor dit verplicht werd. Een tijdlang dacht hij dat hij zijn sociale idealen kon realiseren via de politiek. Hij liet zich door de Brusselse progressist Paul Janson overtuigen om zich als liberaal senator te laten verkiezen. Hij zetelde van 1892 tot 1894 en keerde in 1897 nog voor een paar jaar terug als opvolger.

Zijn fortuin gebruikte Solvay ook om het wetenschappelijk onderzoek te stimuleren, vooral aan de ULB. Hij betaalde onder meer de bouw en werking van nieuwe instituten voor fysiologie en sociologie. Hij had steeds goede relaties met een paar socialistische kopstukken, zoals Emile Vandervelde en Edward Anseele. Zo sponsorde hij de oprichting van een centrale voor arbeidersopvoeding in het Brusselse Volkshuis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde hij een leidende rol in de bevoorrading van het bezette België. Tien dagen na de wapenstilstand werd hij tot minister van Staat benoemd.

top


© 2007 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be