Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.

Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen)


Voorwoord

Elk seizoen stuurt het Liberaal Archief een elektronische nieuwsbrief rond om de buitenwereld op de hoogte te houden van wat binnenshuis leeft. Dit keer besteden we aandacht aan een nieuwe publicatie naar aanleiding van de retrospectieve Jan Cox in Antwerpen. We geven uitleg over enkele merkwaardige aanwinsten, vragen om aandacht voor unieke foto's in onze beeldbank, brengen nieuws uit de digitale wereld en sluiten traditioneel af met een verhaal uit de blauwe doos. Dit keer putten we daarvoor uit het rijke archief van het Willemsfonds. Veel lees- en kijkgenot!

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Een nieuwe publicatie
Jan Cox, Indrukken van Rome


"Rome is een abnormale stad. Alles loopt er anders dan een gewoon stedeling meent, dat de steedse gang van zaken zou moeten zijn. Het is een zeer druk bezige stad die intens levend lijkt en toch de schijn verwekt dat er nooit gewerkt wordt. Bedrijvig is Rome en toch voortdurend in vakantie". Met deze passage begint een bijdrage die de Antwerpse schilder Jan Cox begin 1955 uit Rome naar het liberale weekblad De Zweep stuurde.
Jan Cox (1919-1980), in Den Haag geboren uit een gevluchte Vlaamse vader en een Nederlandse moeder, bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Amsterdam. In 1936 verhuisde hij naar Antwerpen. Aan de Gentse universiteit werd hij licentiaat in de kunstgeschiedenis en oudheidkunde en leerde hij Albert Maertens en diens vrouw Lea Verkein kennen. Na de oorlog was hij medeoprichter van de Jeunesse Peinture Belge. Hij kwam in contact met de Cobragroep en raakte onder meer bevriend met Hugo Claus.
Eind 1954 kreeg Cox een studiebeurs voor een verblijf in de Academia Belgica in Rome, waar hij over een eigen atelier kon beschikken. Vanuit de eeuwige stad stuurde hij enkele bijdragen naar zijn vriend Albert Maertens, die ze publiceerde in Het Laatste Nieuws, De Zweep en De Vlaamse Gids. Cox schreef ook enkele teksten voor de radio. Het gaat zowel om kunsthistorische bijdragen als om ironische beschouwingen over het gedrag van de Italianen.
Van 1956 tot 1974 doceerde Cox in Boston. Na zijn terugkeer naar Antwerpen werkte hij intens samen met Adriaan Raemdonck en de galerij De Zwarte Panter. Op 7 oktober 1980 maakte hij zelf een einde aan zijn leven.

Naar aanleiding van de grote Cox-retrospectieve in Antwerpen en Rome bracht het Liberaal Archief Cox' reportages over Rome samen in een handig boekje. Als toemaatje krijgt de lezer een reproductie van Petite Histoire Italienne, een fantasietje op het heilig jaar 1950 dat destijds in een bibliofiele editie van 30 exemplaren verscheen.

  • Indrukken van Rome telt een 90-tal pagina's. Het kost 10 euro (plus 2,5 euro verzendingskosten) en kan besteld worden met dit formulier.
  • Het archief van Albert Maertens, bewaard in het Liberaal Archief, bevat enige documentatie over en correspondentie met Jan Cox, waaronder een reeks geschilderde nieuwjaarskaarten. Klik hier voor deze prenten.
  • De tentoonstelling over Jan Cox in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen loopt tot 15 juni. Meer informatie op www.kmska.be.

top

Aanwinsten

Van vader op zoon

In de geschiedenis van het liberale syndicalisme in ons land heeft de Gentse familie Colle een belangrijke rol gespeeld. Isidoor Colle was in 1889 een van de oprichters van de eerste liberale vakbond voor metaalbewerkers. Na de lagere school ging zijn zoon Alfons Colle (1882-1968) eveneens aan de slag als metaalbewerker. Hij werd secretaris van deze blauwe bond. Na de Eerste Wereldoorlog zette hij zich volop in voor de oprichting en coördinatie van de liberale syndicaten. Zo stichtte hij in 1920 het Verbond der Liberale Vakbonden der Beide Vlaanderen en werd er secretaris van. Er kwam ook een Nationale Centrale tot stand, die zijn naam in 1939 veranderde in Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB). Als directeur-generaal zorgde Alfons Colle in 1936-37 voor de bouw van een administratieve zetel op de Koning Albertlaan in zijn geboortestad.
Alfons' zoon Armand Colle (1910-1992) studeerde voor technisch ingenieur en bouwde een lange loopbaan op binnen de liberale vakbond. Net voor de Tweede Wereldoorlog werd hij administratief directeur, in 1959 nam hij het voorzitterschap van de ACLVB over.

Vader Alfons en zoon Armand werden in 1961 geportretteerd door Isidoor Opsomer, een vermaard schilder, vooral bekend om zijn portretten. Deze twee doeken werden onlangs aan het Liberaal Archief geschonken door hun (klein)zoon Jacques Colle.

De bliksem van Eugène Sue

De Belgische liberale partij werd officieel opgericht in 1846. Alles wat liberaal én ouder is, is per definitie opmerkelijk. Dat is het geval met een medaille uit 1845 die het Liberaal Archief kon verwerven. De ene zijde, met de buste van de Franse schrijver Eugène Sue, bevat het opschrift "Les libéraux belges à Eugène Sue", op de keerzijde staan centraal een pen en bliksemschicht met de tekst "Sa plume foudroie l'hydre qui brava Rome et les rois" (Zijn pen treft het monster [de jezuïeten] dat Rome [de paus] en de koningen trotseerde).

Begin 1845 lieten de Belgische liberalen inderdaad een medaille slaan ter ere van Eugène Sue (1804-1857). Geboren in een vermogende familie, verkwanselde deze op korte termijn het familiefortuin en begon hij vervolgens te schrijven om van zijn pen te kunnen leven. Zijn socialistisch geïnspireerde roman Les mystères de Paris maakte hem niet alleen berucht, maar leverde hem ook een verkiezing tot député op. De roman Le juif errant maakte al evenveel ophef. In dit boek, dat eerst als feuilleton in een krant verscheen, rekende de auteur vooral af met de machtswellust van de jezuïeten. Dat maakte het werk bijzonder populair in antiklerikale kringen. Daarom besloten enkele Belgische liberalen hem te eren met een medaille. Kort erop schonk de Antwerpse loge La Persévérance hem een gouden pen.

Leve de nieuwe burgemeester!

De affiche die de gemeente Moerbeke ontwierp om de plechtige ontvangst van de nieuwe burgemeester Edgard Lippens op zondag 11 september 1921 aan te kondigen, was zo groot (85 bij 180 cm) dat de drukker de tekst niet op één blad kreeg. Hij drukte dus twee stukken en lijmde die vervolgens aan elkaar. Deze kleurrijke affiche is ongetwijfeld een mooie aanwinst voor het Liberaal Archief.
Moerbeke is een uitgesproken blauwe gemeente sinds August Lippens er in 1847 burgemeester werd. Zijn schoonbroer Hippolyte de Kerchove d'Exaerde-Lippens nam in 1895 het roer over. In 1906 was het de beurt aan Augusts kleinzoon Maurice Lippens en in 1921 aan diens broer Edgard Lippens.
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Maurice Lippens immers belangrijker opdrachten toegewezen. Eerst werd hij gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen, vervolgens gouverneur-generaal van Belgisch Congo. Bij de eerste gemeenteraadsverkiezingen na de oorlog, op zondag 24 april 1921, won Edgard met zijn lijst zeven van de elf zetels, de klerikalen kregen er vier, de socialisten, die voor de eerste keer meededen, geen enkele. Deze uitslag was dan ook "une défaite écrasante pour les socialistes et une bonne douche pour les cléricaux", meldde La Flandre Libérale tevreden.
Edgard Lippens werd op zondag 11 september 1921 ingehaald als burgemeester. Het programma van de vooravond beperkte zich tot het aankondigen van het feest door "kanongebulder" en het uithangen van de nationale vlag. De volgende dag liep er veel volk in Moerbeke. De Gentse liberalen hadden een speciale trein afgehuurd die bijna 1.500 man aanvoerde. Vanop een verhoog in de Opperstraat schouwden de burgemeester en de andere prominenten de feeststoet die welgeteld 35 minuten duurde. Tijdens de daaropvolgende toespraken op de markt begon het te regenen. De regen stopte pas toen de woordenvloed ophield. Vervolgens werden de bezoekers vergast op muziek die op diverse kiosken in de gemeente gespeeld werd. De prominenten trokken voor een receptie naar het familiekasteel. De dag sloot af met een vuurwerk op de Geuzenhoek.
  • Moerbeke is behoorlijk vertegenwoordigd in de collectie postkaarten van het Liberaal Archief. Klik hier voor een selectie.
  • Het Liberaal Archief bewaart ook het archief van de suikerfabriek van Moerbeke. Raadpleging van deze stukken is mogelijk mits voorafgaande toestemming van de bewaargever.
  • Onder de titel Een blauwe horizon schreef Bart D'hondt, medewerker van het Liberaal Archief, een boek over 150 jaar liberaal bestuur in Moerbeke. Er zijn nog enkele exemplaren te koop (10 euro plus 2,5 euro verzendingskosten). Te bestellen met dit formulier.

top

Uit onze beeldbank

Alice Buysse, een hart voor dieren

Alice Buysse (1868-1963), zus van de bekende schrijver Cyriel Buysse, was een opmerkelijk figuur. In 1892 trouwde ze met de brouwer Edmond De Keyser en verhuisde naar Zaffelare. Toen haar vader Louis in 1901 overleed, bleek geen van haar twee broers (Cyriel en Arthur) geïnteresseerd om het familiebedrijf in Nevele te leiden. Alice nam dan maar zelf de zaak in handen en bleef zestig jaar voorzitter van de beheerraad van de cichoreifabriek Buysse-Loveling.

Kort voor de Eerste Wereldoorlog werd Alice Buysse lid van de Amicale des Dames Gantoises, een liberale vrouwenvereniging die zich bezighield met liefdadigheid. Ze werd ondervoorzitter en voorzitter. Na de oorlog richtte ze samen met Marthe Boël de Nationale Federatie van Liberale Vrouwen op. In 1926 kreeg ze de zesde plaats op de liberale lijst voor de gemeenteraads-verkiezingen in Gent en werd verkozen. Zes jaar later klom ze op naar de vierde plaats en werd herkozen. Nog eens zes jaar later deed ze opnieuw mee, een beetje tegen haar zin, en kreeg meer dan duizend voorkeurstemmen, de beste score na vakbondsman Alfons Colle.

Een van haar aandachtspunten in de gemeenteraad was de dierenbescherming. In 1897 had ze de Gentse Maatschappij voor Dierenbescherming helpen oprichten. Tot 1963 zou ze er voorzitster van blijven. Haar vereniging realiseerde onder meer de bouw van een asiel in het Citadelpark (1956).

  • Nicole Verschoore schonk onlangs aan het Liberaal Archief een belangrijke verzameling foto's van Alice Buysse. Klik hier voor een selectie.
  • Een uitgebreide biografie van Alice Buysse vindt u op onze website. Klik hier.
  • Wie meer wil weten over Alice Buysse en vier andere verdienstelijke liberale vrouwen, kan terecht in het boek van Bart D'hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten. Een portret van vijf liberale vrouwen (6 euro plus 2,5 euro verzendingskosten). Te bestellen met dit formulier.

top

Digitaal nieuws

10 jaar Neohumanisme

Van 1936 tot 1965 was Neohumanisme het tijdschrift van het Liberaal Vlaams Studentenverbond Gent. Het was veel meer dan een studentenblad, want het besteedde steeds veel aandacht aan ideologische discussies. Bij de medewerkers vindt men trouwens heel wat studenten en oud-studenten die later een belangrijke rol speelden in de liberale beweging, zoals Willy De Clercq, Piet Van Brabant en Adriaan Verhulst. Om dit belangrijke tijdschrift beter toegankelijk te maken, wil het Liberaal Archief het helemaal digitaliseren. Nu kan men al de eerste tien jaargangen op onze website raadplegen. Klik hier.

Propagandafilm

Met het oog op de parlementsverkiezingen van juni 1958 - vijftig jaar geleden - liet de Liberale Partij een propagandafilm maken om de realisaties van vier jaar deelname aan de paarse regering Van Acker IV in de verf te zetten. Deze prent duurt twintig minuten en staat sinds kort op onze website. Om praktische redenen is de vertoning in vijf fragmenten gesplitst. Klik hier om deze prent te bekijken.

RSS op de website

Als u graag snel wilt weten of er nieuwe informatie op onze website verschijnt, kunt u zich abonneren op de RSS-feed van het Liberaal Archief. Klik hier voor meer informatie.

Archiefbank Vlaanderen

Het Liberaal Archief is een van de instellingen die meewerkt aan Archiefbank Vlaanderen. Dat is een organisatie die probeert alle mogelijke informatie over archieven van personen, families en organisaties samen te brengen en aan te bieden op haar website. Het is dus een soort "gouden gids" voor de onderzoeker.
De voorbije maanden werd bekeken hoe men die website kon verbeteren. Het resultaat was een grondige herwerking. Zo staat de databank nu veel meer op de voorgrond. Op elke pagina vindt de bezoeker onderaan een zoekbalk waarin hij zijn vraag kan typen.
Breng eens een bezoek aan www.archiefbank.be.

Erfgoeddag

Op zondag 13 april is het weer erfgoeddag. "Wordt verwacht" luidt het thema. Daarom kijken de meeste deelnemers dit jaar naar de toekomst van ons verleden. Dat doet ook het Liberaal Archief. Onder de noemer "Van blad tot byte" belichten we de digitalisering van onze verschillende verzamelingen. Het gaat om archiefstukken, kranten en tijdschriften, foto's, affiches, vlaggen, films en video's.
Het archief is die dag open van 10 tot 18 uur. Klik hier voor meer informatie over erfgoeddag.

top

De Blauwe Doos
Onze propagandist in Elisabethstad


In 1912 publiceerde het Willemsfonds een boekje van 135 pagina's over "Katanga en Zuid-Afrika". Auteur was Augustin Lodewyckx, een oud-leerling van de Gentse hoogleraar Jozef Vercoullie, voorzitter van het Willemsfonds. Over deze publicatie schreef de auteur diverse brieven aan de voorzitter, die in het rijke archief van het Willemsfonds bewaard bleven. Wel staat daar niet in te lezen dat Lodewyckx in koloniale dienst werkte om propaganda te maken voor de kolonisatie van Katanga.

Augustin Lodewyckx (1876-1964), geboren in Booischot (Heist-op-den-Berg) was voorbestemd om priester te worden, maar verliet na drie maanden het seminarie. Hij trok naar het leger dat hem de mogelijkheid gaf aan de Gentse universiteit Germaanse filologie te studeren. Daarna werkte hij in Leiden enkele jaren mee aan het Woordenboek der Nederlandse Taal. Omdat het voor een liberale flamingant niet gemakkelijk was een job als leraar in België te vinden, aanvaardde Lodewyckx een benoeming in het Victoria College in Stellenbosch (later de universiteit van Kaapstad). Vijf jaar later werd hij er ontslagen wegens een vrouwenhistorie.
Lodewyckx kwam terug naar België. Hij kreeg de kans om drie jaar voor de koloniale dienst te werken. Hij trok het land rond met spreekbeurten waarin hij de lof zong van Congo en Zuid-Afrika. Twee van zijn teksten verschenen in het Vlaams-liberale tijdschrift De Vlaamse Gids. Aan zijn oud-professor Vercoullie stelde hij voor enkele van zijn voordrachten te bundelen als een uitgave van het Willemsfonds. Vercouillie zegde onmiddellijk toe. Bij het nalezen reageerde een van de lectoren echter bijzonder sceptisch: hij vond Lodewijckx' verhaal veel te optimistisch. De auteur verdedigde zich in een lange brief.
Begin juli 1911 vertrok Lodewyckx met zijn vrouw op een Congoboot naar Afrika. Op briefpapier van het stoomschip, de S.S. Gaika, schreef hij aan Vercoullie: "We genieten tot dusver prachtig weer en de zeereis is heerlijk. Niemand is ongesteld. De 14 emigranten zijn in de beste stemming en zeggen dat zij zich amuseren alsof zij op de kermis waren". Het koppel kwam medio augustus aan in Elisabethstad (nu Lubumbashi), de hoofdstad van de provincie Katanga. Twee weken later bracht hij verslag uit bij Vercoullie:

"Er is hier een beginnende stad ontstaan, waar tien maanden geleden nog niets dan een of twee kafferwoningen te vinden waren. Vele kilometers straten en lanen zijn aangelegd waar een jaar geleden slechts een smalle voetweg door het bos slingerde. Er zijn reeds honderden huizen opgetrokken en aan alle kanten wordt nog gebouwd. De opgaven voor de blanke bevolking verschillen van 1.000 tot 1.500. Er zijn bovendien een paar duizenden zwarten in en bij de stad."
"Al onze Belgische uitwijkelingen zijn aan het werk. De daglonen bedragen gemiddeld 30 fr. voor goede ambachtslieden. Een tiental hunner of meer werken als aannemers enz. voor eigen rekening. Een arbeider kan, als hij wil, met 10 fr. per dag goed leven. Velen doen het voor minder. Er is tegenwoordig maar weinig ziekte en de meerderheid van onze kolonisten zijn tevreden. Zes maanden geleden waren de niet-ambtenaren bijna allen vreemdelingen. Nu zijn de Belgen hier in de meerderheid en van de kolonisten zijn verreweg de meesten Vlamingen."
"De meest uiteenlopende meningen worden hier gehoord over de toekomst van dit land, zowel onder de Belgen als onder de vreemdelingen. Wat mij betreft, ik zie tot dusver geen aanleiding om mijn zienswijze te veranderen. Wat de hoofdzaken betreft, is de inhoud van mijn lezingen ontegensprekelijk de zuivere waarheid, hoewel ik hier en daar wel een en ander zou kunnen wijzigen."

Op 15 februari 1912 meldde Lodewyckx dat hij nog steeds niets over zijn boekje gehoord had. Mocht er een probleem zijn met het vinden van foto's, dan kon de auteur vanuit Katanga zoveel prenten opsturen als Vercouillie wenste ("Er wordt hier zeer veel gefotografeerd"). Hij drong aan op snelle publicatie, omdat de toestand zo snel veranderde, dat sommige details in zijn werk spoedig achterhaald dreigden te worden.

"Gelukkig zijn al de dingen die ik in mijn lezingen over de toekomst gezegd heb, tot dusver volkomen door de feiten bevestigd. Goede ambachts-lieden verdienen meer dan ik gezegd heb. Zij sparen ook meer dan ik voorspeld heb als zij oppassen. Voorbeelden met naam en toenaam zoveel gij wilt. Het klimaat is goed, hoewel er nu enige gevallen tyfeuse koorts zijn. Het sterftecijfer is voor de laatste 10 maanden wellicht lager dan in België. Van al de Belgische vrouwen en kinderen die hier uit België gekomen zijn, ongeveer 100 in getal, is er nog geen enkele in Katanga gestorven. Ik heb al hun namen en teken alles op."

Het boekje over Katanga en Zuid-Afrika, verlucht met enkele foto's, verscheen kort erop. Eind april meldde de auteur dat hij al zijn honorarium (269,50 fr.) ontvangen had maar nog geen boeken. Dat gebeurde pas vier maanden later.
Omdat het gezin Lodewyckx zich toch zorgen maakte over het klimaat in Katanga, besloot het naar de Verenigde Staten te emigreren. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog strandde Augustin in Australië. Hij vond er werk aan de universiteit van Melbourne en maakte er zich de volgende decennia bijzonder verdienstelijk bij de uitbouw van het departement Germaanse studies. Vanaf 1942 doceerde men er zelfs Nederlands.

  • Biblio: J. S. Martin, Augustin Lodewyckx (1876-1964), Melbourne 2007.
  • Het Liberaal Archief bezit meer dan 350 boeken over de geschiedenis van Kongo. Klik hier voor een lijst.

top


© 2008 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be