Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.
Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen) Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein.

Voorwoord

In het digitale tijdperk krijg je soms de indruk dat het papieren boek geen lang leven meer beschoren is. Maar zo’n vaart zal het beslist niet lopen. Ook het Liberaal Archief blijft in het papier “geloven”. Daarvan getuigt deze (elektronische) nieuwsbrief die een keuze brengt van papieren uitgaven en boekenprojecten die in (samenwerking met) het Liberaal Archief tot stand kwamen. Veel leesplezier!

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

In vrijheid verbonden

Jeffrey Tyssens (VUB) legt zich al jaren toe op de geschiedenis van de vrijmetselarij in ons land. Nu publiceert het Liberaal Archief een bundel met zes artikels van zijn hand over uiteenlopende aspecten van deze beweging in de 19de eeuw. De eerste bijdrage speelt zich nog af in de Hollandse tijd en beschrijft de liberale inbreng van Franse ballingen in de Belgische loges. Twee bijdragen willen aantonen dat de Belgische werkplaatsen al vrij vroeg geprobeerd hebben de klassieke liefdadigheid te overstijgen en initiatieven ontwikkelden om de zelforganisatie en zelfredzaamheid van de lagere sociale klassen te stimuleren. Zo werkte men in Verviers een maçonnieke blauwdruk uit voor een inwijdingsgenootschap voor arbeiders. Elders toonden de loges in de jaren 1860-1870 veel belangstelling voor de coöperatieve beweging. Een vierde studie onderzoekt het aandeel van het platteland in de Oost-Vlaamse loges. Een andere bijdrage beschrijft de verschuivingen in het maçonnieke wereldbeeld aan de hand van hun doodsideologie. De laatste bijdrage biedt een analytisch kader voor maçonnieke grafmonumenten.

Jeffrey Tyssens: “Wat uit dit alles keer op keer mag blijken, is dat minstens doorheen de eerste helft van de 19de eeuw het liberalisme in het algemeen en de vrijmetselarij in het bijzonder veel langer en nadrukkelijker oppositionele stromingen belichaamden dan de klassieke verhalen omtrent de ‘bourgeoisie conquérante’ lange tijd hebben laten verstaan. De ‘eeuw van de burgerij’ begint eigenlijk pas goed aan het einde van de 19de eeuw. Dat is precies het tijdperk waarin de paradoxale wisselwerking tussen klerikaal beleid en druk van de steeds massaler opkomende socialistische arbeidersbeweging een geheel andere politieke ordening begon te genereren. Daarbij dreef men weg van een individualistisch model met een ‘vrij-associatief’ organisatieconcept voor het ‘middenveld’ ten voordele van verzuiling. Men kan niet genoeg benadrukken hoezeer de liberalen moeite hebben gehad om in dat nieuwe sjabloon hun draai te vinden”.

  • Jeffrey Tyssens, In vrijheid verbonden. Studies over Belgische vrijmetselaars en hun maatschappijproject in de 19de eeuw, Liberaal Archief, Gent, 2009, ca 150 p., € 17,50. Verschijnt begin april. Bestel hier.

top

150 jaar “Over vrijheid”

In het westen zijn we de vrijheid zo gewoon dat we ons nog nauwelijks kunnen indenken wat onvrijheid is, betoogt Dirk Verhofstadt in de inleiding van de bundel die hij samenstelde naar aanleiding van de 150e verjaardag van de publicatie van On Liberty. Toen John Stuart Mill dit boek schreef, was alleen een kleine elite rijk en geleerd genoeg om eigen keuzes te kunnen maken, terwijl de meerderheid van de bevolking onvrij was. Dat is intussen veel veranderd, toch in het westen, maar ook hier staan de fundamentele liberale grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van elke mens, de scheiding van kerk en staat en het recht op zelfbeschikking de voorbije jaren opnieuw ter discussie. Velen willen het individu opnieuw ondergeschikt maken aan het collectief, een religie of de volksgemeenschap.

We staan dus opnieuw op een scharnierpunt in de geschiedenis, betoogt Verhofstadt. Het wordt zoeken naar een juist evenwicht tussen vrijheid en rechtvaardigheid, tussen individu en gemeenschap, tussen rechten en plichten, maar steeds met als ideaal voor ogen: de vrijheid van zoveel mogelijk mensen te bevorderen.

Omdat het oeuvre van Mill in deze discussie zo belangrijk is – sommigen noemen dit boek het Nieuw Testament van het liberalisme – , behandelen twaalf auteurs een thema waarover Mill een uitgesproken mening had: Patrick Loobuyck (150 jaar Over Vrijheid), Rob Wijnberg (Mill en de vrije meningsuiting), Peter Venmans (Mill en het utilitarisme), Leon Heuts (Mill en het liberalisme), Cor Hermans (Mill en het socialisme), Dirk Verhofstadt (Mill en het individualisme), Naema Tahir (Mill en het feminisme), Dick Pels (Mill en het populisme), Paul Cliteur (Mill en het geloof), Meindert Fennema (Mill en de slavernij), Christophe Andrades (Mill en het onderwijs) en Koen Schoors (Mill en vrijhandel).

De eindredacteur concludeert uit deze reeks dat Mill een liberaal was in de echte zin van het woord, “iemand die op overtuigende wijze aantoont dat het liberale gedachtegoed door en door progressief is”.

  • Dirk Verhofstadt (red.), John Stuart Mill, 150 jaar over vrijheid, Houtekiet/Atlas, Antwerpen/Amsterdam, 2009. Het boek telt 244 p. en kost € 20. Het boek verschijnt op 25 april 2009. Bestel hier.
  • Op zaterdag 25 april gaat in Gent een colloquium door over John Stuart Mill. Klik hier voor meer informatie.

top

De pijler van onze beschaving

Karel Poma schreef een uitvoerig essay ter verdediging van de idealen van de Verlichting, die aan de basis lagen van het westerse samenlevingsmodel en de parlementaire democratie. Hij bespreekt de filosofie ervan en maakt een balans op van de diverse aspecten die de hedendaagse beschaving uitmaken: wat eraan voorafging, hoe zij is ontstaan en geëvolueerd.

De auteur onderstreept het bijzondere belang van Newton, Locke, Hume, Smith, Montesquieu, Kant, La Fayette... Aparte aandacht gaat naar de parlementaire democratieën van Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Frankrijk. Het boek staat ook stil bij de rol van de vrijmetselarij, onder meer bij de totstandkoming van de Amerikaanse grondwet. Vervolgens gaat Poma in op de gevaren die het erfgoed van de Verlichting bedreigen: allerlei vormen van fundamentalisme, het onevenwicht tussen de belangen van het individu en de maatschappij, de tegenstellingen tussen links en rechts, de discussie over republiek en monarchie, de globalisering. Uiteindelijk wil het boek antwoord bieden op twee fundamentele vragen: wat kenmerkt onze beschaving en op basis van welk ideaal kan een gemeenschap functioneren?

Op de voorstelling van dit boek te Antwerpen op 19 maart betoogde de Leidense hoogleraar Paul Cliteur dat Karel Poma niet alleen als cultuurhistoricus wil aantonen dat de Verlichting een van de belangrijkste invloeden geweest is op de Europese of westerse beschaving, maar dat de auteur meteen als politiek of cultuurfilosoof vaststelt dat deze invloed ten onrechte onder druk komt te staan. Wat het eerste punt betreft, gaat Poma in discussie met mensen die een andere typering aan de westerse cultuur zouden geven, bv. door de nadruk te leggen op het christendom of de joods-christelijke bijdrage. De tweede stelling houdt in dat hij de waarden van de Verlichting het meest geschikt acht om het vreedzaam samenleven van mensen met verschillende culturele en religieuze achtergrond in goede banen te leiden.

  • Karel Poma, De Verlichting, pijler van onze beschaving, Garant Uitgevers, Antwerpen/Apeldoorn, 2009, 301 p., € 30. Bestel hier.
  • Voor de integrale tekst van Paul Cliteur, klik hier.
  • Voor de inleiding van Karel Poma, klik hier.

top

Vrijmetselaars in beeld

Mede geïnspireerd door het boek La représentation maçonnique dans la collection philatélique de Belgique ging Jan Neelen op zoek naar de vrijmetselaars die afgebeeld staan op munten. Het jarenlang uitpluizen van muntencatalogi, lijsten van bekende vrijmetselaars en de maçonnieke literatuur leverde een lange lijst op. Op enkele uitzonderingen na blijkt men tot in de 20e eeuw alleen vorsten en presidenten op munten te vinden. Dat veranderde snel na de Tweede Wereldoorlog, omdat steeds meer personen afgebeeld werden. De voorbije decennia wordt de markt zelfs overspoeld met reeksen munten.

Het boek van Neelen schetst het portret van meer dan 330 “gemunte” vrijmetselaars, bekende en onbekende, afkomstig uit de vijf werelddelen. Het gaat om gekroonde en ongekroonde hoofden, vrijheidsstrijders zoals Simón Bolívar, ontdekkingsreizigers, wetenschappers, ingenieurs zoals Gustave Eiffel, uitvinders zoals Benjamin Franklin, politici zoals Winston Churchill, componisten, schrijvers.

Verder belicht het boek enkele minder bekende aspecten van de vrijmetselarij, zoals het aandeel van niet-blanken en vrouwen, de organisatie van de vrijmetselarij in landen als Cuba of Turkije, de werking in het concentratiekamp van Esterwegen e.a.

  • Jan Neelen, Munten vertellen over vrijmetselaars, Julius Vuylstekefonds, Gent, 2009, 735 p., € 40. Bestel hier.

top

Alice Buysse (1868-1963)

Op 8 februari 1918 kreeg de Gentse schrijfster Virginie Loveling het bezoek van haar nicht Alice Buysse. Deze kwam van de Nederlandse Schouwburg, waar ze tijdens de Eerste Wereldoorlog een sociaal restaurant hielp openhouden. Loveling noteerde haar verhaal: “Daar waren Feldgrauen bezig in de toneelzaal langs elke kant de twee grote, bronzen vrouwenbeelden, die de loge van de gouverneur en die van burgemeester en schepenen torsen, met hamers neer te slaan. De ornamentstukken spatten t’allen kante. Mijn nicht nam een gebroken vergulde rozet op. ‘Wat doet gij daar?’ vroeg één der verdelgers. ‘Ik neem een gedenkenis mee van uw schandalenwerk’, zei ze”. Dit fragment typeert Alice Buysse helemaal: een vrouw die zich sterk engageerde, zich inzette voor haar medemensen en van geen kleintje vervaard was.

Vader Louis Buysse was getrouwd met Pauline Loveling en baatte in Nevele een cichoreifabriek uit. Alice was hun derde kind, na Cyriel en Arthur. In 1892 trouwde ze met Edmond De Keyser, een rijke brouwer uit Zaffelare. Omdat haar broers zich niet voor het familiebedrijf interesseerden, nam Alice de leiding ervan over na het overlijden van hun ouders. Ze verdiende er een fortuin mee. Tegelijk zette ze zich in voor haar minder fortuinlijke medemensen en ontpopte ze zich als een pionier inzake de dierenbescherming. Dat hoorde zo in de familie, vond ze: “Ik heb me heel mijn leven bekommerd om de armen en de dieren. Vanaf onze jeugdjaren werd ons het respect ingeprent voor ieder levend wezen. Men stuurde nooit een arme, een bedelaar weg zonder een aalmoes of een kleine steun”.

Ook de politiek liet haar niet onberoerd. In 1921 was ze medestichter van de Nationale Federatie van Liberale Vrouwen. Vijf jaar later liet ze zich ertoe overhalen op de Gentse lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te staan en werd verkozen met meer voorkeurstemmen dan de nummer twee, Victor Carpentier. Op het stadhuis hield ze zich vooral bezig met wat ze het best kende: liefdadigheid, sociale zaken, dierenbescherming. Ze werd nog twee keer herkozen.

Alice Buysse overleed begin 1963 in haar huis in de Keizer Karelstraat te Gent op de leeftijd van 95 jaar. Ze werd na een burgerlijke plechtigheid bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo in Sint-Amandsberg.

  • Stefaan De Groote en Bart D’hondt, Alice Buysse. Een leven vol engagement, Het Land van Nevele, Nevele, 2009, 74 p (uitverkocht).
  • Klik hier voor de fotocollectie 'Alice Buysse, een hart voor dieren'.
  • Klik hier voor de fotocollectie over de familie Buysse.

top

Boeken om naar te kijken

Ook het Liberaal Archief neemt deel aan het project van het OKBV (Overleg Kunstbibliotheken Vlaanderen) dat het bezit van de Gentse kunst- en erfgoedbibliotheken beter bekend wil maken. Het is niet alleen aanwezig in de overzichtstentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten, maar brengt ook een bijdrage in eigen huis. Deze gaat over Gentse studentenalmanakken uit de Belle Epoque, meer bepaald de jaarboeken uitgegeven door de Société Générale des Etudants Libéraux en ’t Zal Wel Gaan. Deze uitgaven bevatten niet alleen veel studentikoze informatie, maar ook heel wat literaire en politieke bijdragen die voor de historici soms bijzonder interessant blijken te zijn. In onze virtuele galerij brengen we bij deze gelegenheid een expositie van kaften van almanakken.


Van zondag 22 tot en met zondag 29 maart, van 9 tot 18 uur; toegang gratis.

  • Meer informatie over dit project op http://bontk.vvbad.be/.
  • Klik hier voor onze virtuele tentoonstelling over de Gentse studentenalmanakken en klik hier voor de Calendrier Estudiantin.
  • Het Liberaal Archief maakte een gedetailleerd overzicht van de inhoud van de almanakken van ’t Zal Wel Gaan en de Société Générale des Etudiants Libéraux. Klik hier voor de eerste en hier voor de tweede lijst. Neohumanisme, het blad van LVSV-Gent, staat voor de jaren 1936-1965 online op onze website. Klik hier.

top

De Gentse jaren van een kunstenares

Francine Somers werd in 1923 te Gent geboren. Ze liep school op het toenmalige atheneum voor meisjes op de Kortrijksesteenweg en volgde lessen aan diverse kunstscholen. Bekroond met de gouden medaille van de Gentse Academie voor Schone Kunsten begon ze vanaf 1941 bekendheid te verwerven, onder meer door haar tentoonstellingen bij Vyncke-Van Eyck. In de jaren vijftig verhuisde ze naar Congo. Bij haar terugkeer vestigde ze zich in Brussel. Haar Congolees schilder- en beeldhouwwerk evenals haar penningen kunnen nog steeds op veel waardering rekenen.

Francine Somers herinnert zich nog heel wat van de bijna dertig jaar die ze in Gent doorbracht. Die herinneringen zette ze nu op papier. De kunstenares schetst levendige portretten van enkele kunstbroeders zoals Jos Verdegem, Victor De Budt, Géo Vindevogel, Camille d’Havé en Maurice Dupuis en vertelt over de activiteiten in de Academie en bij de Vrienden van het Museum voor Schone Kunsten. Ze schrijft over haar ontmoetingen met de politici Robert Gillon en Hilaire Lahaye en topartiesten als Salvador Dali en James Ensor.

Verder diept Francine Somers herinneringen op aan het leven in de Gentse binnenstad, de drukte aan het Zuidstation, de filmvertoningen in de bioscoop Oud Gent. Ze beschrijft typisch Gentse plekken als de begijnhoven, het Alijnshospitaal en de Assels. Ze heeft het over de arbeiders die zich roeren en de boeren uit de omgeving die hun inkopen komen doen op de Vrijdagmarkt. Ze schrijft over de families die nog treuren over hun gesneuvelde soldaat of bij een sterfgeval hun oude kleren vlug in het zwart laten verven.

Het Liberaal Archief publiceert de memoires van Francine Somers naar aanleiding van Erfgoeddag op zondag 26 april. Nicole Verschoore zal het boek voorstellen. Bij die gelegenheid kan de bezoeker een tentoon-stelling met haar tekeningen bewonderen.

  • Francine Somers, Ma chère ville de Gand, Liberaal Archief, Gent, 2009, ca 80 p., €10. Het boek verschijnt op 26 april 2009. Bestel hier.
  • Klik hier om een uitnodiging voor deze voorstelling te ontvangen.

top

De Blauwe Doos
Een ooggetuige van de Praagse lente


In augustus 1968 verbleef de Gentenaar Jan Van Beneden (°1943) in Praag, de hoofdstad van Tsjecho-Slowakije, net toen de troepen van het Warschaupact het land binnenvielen om een einde te maken aan de liberalisering van het regime tijdens de “Praagse lente”. De zomer daarvoor had hij tijdens een vakantiecursus Italiaans aan de universiteit van Genua enkele Tsjechische studenten leren kennen, wat leidde tot een eerste bezoek aan Praag tijdens de paasdagen van 1968 en een vervolg in augustus 1968. Van die bewogen dagen hield Van Beneden een dagboek bij, dat hij in 1981 publiceerde. Omdat dit merkwaardige verslag niet meer te vinden is, brengt het Liberaal Archief een tweede, ongewijzigde editie uit.

Een fragment uit de notities van 24 augustus 1968:

“In de stad blijft alles rustig. Slechts twee menu’s in het restaurant. Bier is nog te krijgen, tenminste bij het eten. We bekijken de opschriften op de affiches. Ze getuigen van de oneindige spiritualiteit van dit volk. Op het Wenceslasplein blijft geen vensterraam, geen boom, geen voetpad of kiosk gespaard. Maar ook elders vallen de vele opschriften op die op een sarcastische wijze de grond sieren. De weg naar Moskou wordt gewezen op de muur: 1800 km met een pijl naar het oosten. De andere richtingsaanwijzers zijn zwart geschilderd of zelfs stuk geslagen.”

“Ook de straatnaamborden zijn verdwenen, zelfs de huisnummers. Slechts enkele straatnaamborden zijn nog aanwezig: op streng bewaakte plaatsen. In Bratislava zijn reeds verschillende arrestaties gebeurd met behulp van landverraders. Aldaar werden deze namiddag bij het innemen van de universiteit vijf studenten gewond die een tank wilden verhinderen in het gebouw door te dringen.”

“Wellicht weten de meeste soldaten van de bezetter reeds dat zij op Tsjechisch grondgebied zijn, en niet op Grieks of Oostduits, zoals sommigen bleken te beweren de eerste morgen van de bezetting.”

“Te voet gaan we verder doorheen de stad. Op het explosieve punt, het Wenceslasplein, staat een massa volk de opschriften te lezen op de vensterramen. Mijn persoonlijke tolk vertaalt mij er enkele: ‘Het Russisch circus is terug in Praag’, ‘Lenin herrijs, Bresnjev word gek’, ‘Wij zullen u onderdak geven met een begrafenisdienst’. De galgenhumor vindt men overal terug. Op een door een tank samengevouwen auto staat onder een geschilderde handdruk: ‘vriendschappelijke begroeting’. Men schrijft de aanhef voor het lied der Russische geheime politie NKVD op de muur: ‘Waar is uw huis, waar is uw straat?’ En op het Wenceslasplein prijkt ergens in grote letters ‘Zoo’, met het cynische onderschrift ‘Geen eten geven aan de dieren’. Ondertussen wordt er gekalkt in het midden van de straat en rijden de wagens rond met de pas gekalkte letters die de Russen naar huis wensen.”

  • Jan Van Beneden, Mijn Praags dagboek, Liberaal Archief, Gent, 2009, telt 110 pagina’s en kost € 10. Klik hier om te bestellen.
  • Het Liberaal Archief beschikt over een mooie verzameling studies over het Oostblok, vooral uit de late jaren zestig – een genre dat stilaan moeilijk te vinden is. Ze zijn afkomstig uit de bibliotheek van Ivo Van Hassel, journalist bij Het Laatste Nieuws.

top


© 2009 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be