Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.
Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen) Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein.

Voorwoord

Het worden weer drukke dagen. We moeten allemaal cadeautjes kiezen, kopen, inpakken, uitdelen en uitpakken. En meteen willen we elkaar allemaal het beste wensen voor het nieuwe jaar. Voor het Liberaal Archief betekent 2010 de opening van een nieuwbouw op onze binnenkoer die een nieuwe impuls aan onze werking moet geven. Dit project bevat een grote polyvalente zaal, een kleinere vergaderzaal en een kelder met veel stapelruimte. Veilig onder de grond bewaren we de getuigen van ons verleden die historici en andere belangstellenden moeten toelaten dit verleden te onderzoeken. Deze nieuwsbrief geeft daar enkele voorbeelden van.

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Nonkel pater en tante nonneke

PaterVan ver zien het er twee godvruchtige beeldjes uit die in een kerk of kapel zouden passen, of in een (gemengd) klooster: een bruine pater en een blauwe zuster, uit gips gegoten en met zorg beschilderd. Wie beter toekijkt, merkt dat deze figuren grote wereldse zorgen hebben. De pater, wiens bolle rode wangen duidelijk maken dat hij eerder van het Bourgondische type is, staat op een voetstuk met het opschrift "571. Potver..!!!" en krabt vertwijfeld achter zijn oor. In zijn handen houdt hij een exemplaar van de krant De Stad Gent, "dagblad voor alle klassen". Merkwaardig, want De Stad Gent was geen katholiek blad, maar de spreekbuis van de Gentse Vlaams-liberalen. Op de voorpagina staat onder de datum "... juni 1878" in dikke letters te lezen: "Grote zegepraal der liberalen". In het midden van het blad prijkt in het vet "571 stemmen".

Pater met krantHet zustertje staat op een voetstuk met de tekst "571 Och Heere" en ziet er behoorlijk aangeslagen uit. Met haar linkerhand neemt ze haar kleed vast, wellicht met de bedoeling de tranen in haar ogen weg te vegen. In de rechterhand houdt ze het katholieke dagblad Het Fondsenblad vast. Op deze voorpagina luidt de kop "Overwinning der geuzen" en staat verder eveneens de melding "571 stemmen" in het vet afgedrukt.

ZusterDe beeldjes zijn gegoten als een ludieke herinnering aan de parlementsverkiezingen van 8 juni 1878. Toen slaagden de liberalen erin de meerderheid in de Kamer te veroveren. Dat was vooral te danken aan de Gentenaars, die acht liberale volksvertegenwoordigers naar Brussel stuurden. De Luikse liberaal FrŔre-Orban nam de leiding van een nieuwe regering waarvan ook de Gentenaar Gustave Rolin-Jaequemyns deel uitmaakte. Een nieuwe schoolwet van de nieuwe minister van Onderwijs, Pierre Van Humbeeck, leidde de volgende jaren tot de eerste schoolstrijd.

Zuster met krantOp die 8e juni 1878 moesten de kiezers voor het eerst stemmen op een gedrukte stembrief. De namen van de liberale kandidaten waren in het blauw gedrukt – dat maakte van blauw de kleur der liberalen –, die van de katholieken in het rood (klik hier voor meer uitleg). In die tijd was het aantal kiezers nog sterk beperkt. Op de Kamerlijst kreeg de liberale burgemeester Charles de Kerchove 4.386 stemmen achter zijn naam, bij de katholieken was oud-burgemeester Josse Judocus Delehaye met 3.809 stemmen de populairste kandidaat. "571 stemmen" was het verschil tussen de twee lijsten. Het ligt voor de hand dat deze "Blauwe Zondag" destijds veel ophef maakte, heel wat discussie uitlokte en tal van karikaturen inspireerde.

top

Het liberale verleden van Lokeren

Lucien Henderickx uit Lokeren was steeds gepassioneerd door de geschiedenis van zijn stad, vooral door haar liberaal verleden, en verzamelde alles wat daarmee te maken had. Zijn zoon Rudi deelde deze belangstelling. Samen schreven ze bijvoorbeeld een rijk ge´llustreerd boek over 125 jaar liberale beweging te Lokeren 1872-1997. Onlangs besliste Rudi Henderickx deze hele verzameling over te dragen aan het Liberaal Archief. Het is een ongemeen rijke collectie.

Kassaboek Rethorica Vreugd in DeugdDe oudste documenten betreffen drie culturele verenigingen. Van de koorzangmaatschappij Geene kunst zonder nijd bleven de statuten uit 1858 bewaard alsook de verslagboeken uit de jaren 1866-1896, briefwisseling en een bundel gegevens over de ledenadministratie. De verslagboeken van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia beginnen in 1871, de ledenadministratie gaat zelfs iets verder terug, de correspondentie is jonger. Van de Koninklijke Maatschappij van Rethorica Vreugd in Deugd bleef een "kassaboek" bewaard waarin we de oprichtingsakte van 1819 aantreffen evenals verslagen vanaf 1824. De verslagboeken lopen door tot in 1961. Van dit toneelgezelschap bleven ook foto's bewaard vanaf 1946.

In 1932 ging in Lokeren een Liberaal Huis open na grondige verbouwing van het cafÚ De Nieuwe Hert. Documenten over dit initiatief gaan terug tot 1936, de verslagen van de beheerraad starten in 1956. Verder bevat de verzameling-Henderickx documenten over de Menslievende Kring Zonder Naam, Niet zonder Hart, de Racing Club, de Liberale Jonge Wacht en andere. Verder een stapel foto's, een hele reeks affiches en een vlag van de plaatselijke PVV-afdeling.

Tot de schenking behoren ook een reeks knipsels over Lokeren en diverse periodieken. De belangrijkste is ongetwijfeld De Lokeraar, dat zich aanbood als een "vrijzinnig weekblad" en waarvan de jaren 1907-1910 behouden bleven.

top

Vrijmetselaars in de 18de eeuw

Onder grote belangstelling werd in het Liberaal Archief de tweede, grondig herziene en aangevulde editie voorgesteld van het boek Vrijmetselaars in de XVIIIe eeuw van de hand van prof. em. dr. Guy Schrans.

Cover Vrijmetselaars in de XVIIIe eeuwDeze publicatie bevat een grondige studie over de vroege Gentse vrijmetselarij en vooral over haar leden, maar biedt nog veel meer. Voor wie ge´nteresseerd is in de Gentse geschiedenis van de late 18de eeuw, is het een absolute must: er wordt uitgebreid ingegaan op de sociaal-politieke, institutionele, economische en culturele aspecten van een tijdperk dat gekenmerkt wordt door belangrijke veranderingen zoals de industriŰle revolutie, de Verlichting, de Brabantse Omwenteling en de Franse Revolutie.

Ge´ntrigeerd door de eerste loges en hun leden, begon professor Guy Schrans jaren geleden aan een onderzoek over de Gentse vrijmetselarij in de 18de eeuw, waarbij hij vooral de mensen achter de namen wilde achterhalen. Dat leidde in 1997 tot de uitgave van een biografisch repertorium, meer dan 800 pagina's dik, waarin ruim 200 Gentse logebroeders in hun brede maatschappelijke en culturele context gesitueerd werden. Het onderwerp liet de auteur evenwel niet los en hij zette zijn speurtocht verder. Hij vond nog heel wat gegevens over de reeds behandelde personen en ontdekte zelfs een dertigtal nieuwe namen.

top

668 burgemeesters op de affiche

668 burgemeestersIn 1905 vierde BelgiŰ met allerlei plechtigheden de 75e verjaardag van zijn onafhankelijkheid. Een merkwaardige realisatie uit dit feestelijk jaar is een stevige affiche die onlangs in het bezit van het Liberaal Archief kwam. Daarop prijken de pasfoto's van 668 burgemeesters. Jammer genoeg heeft de drukker alleen hun naam vermeld en niet hun gemeente. Het is een ontzettend moeilijk puzzelwerk om alle burgervaders thuis te wijzen, vooral omdat de meeste afkomstig blijken te zijn uit bijzonder kleine gemeenten die intussen niet meer bestaan en die zelfs GPS-toestellen moeilijk zouden terugvinden. Als drukker wordt J.H. Simonsen vermeld.

Lezers die ons meer kunnen vertellen over deze affiche, over de inhoud, over de drukker of over soortgelijke initiatieven uit 1905, mogen dit steeds melden op ons e-mailadres info@liberaalarchief.be.

top

Wie kent Thomas Paine nog (behalve Obama)?

Thomas PaineToen de nieuwe Amerikaanse president Barack Obama op 20 januari 2009 de eed aflegde, citeerde hij in zijn toespraak een zin die ooit voorgelezen werd door George Washington toen hij zijn troepen wilde aanvuren in de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten. Het citaat bleek afkomstig te zijn uit een boek met de toepasselijke titel The American Crisis, de tekst werd eind 1776 geschreven. De auteur was de liberale filosoof en publicist Thomas Paine (1737-1809).

Een andere fan van die Paine is Dirk Verhofstadt. Hij vertaalde fragmenten uit diens bekendste werken, nl. Common Sense, Rights of Man, The Age of Reason en Agrarian Justice en bundelde deze in een boek. In zijn inleiding vertelt hij het leven van deze merkwaardige figuur en onderstreept hij de actualiteit van deze liberale denker.

Dirk Verhofstadt: "Zijn kracht lag in de helderheid van zijn standpunten. Hij sprak zich radicaal uit voor de representatieve democratie, voor sociale hervormingen en tegen het obscurantisme van religieuze leiders. Meer dan wie ook heeft hij die idealen wijd verspreid, waardoor hij talloze mensen heeft ge´nspireerd en gemotiveerd om de moeilijke weg van de vrijheid op te gaan, de moed te hebben om zich van zijn of haar eigen verstand te bedienen, zich te ontdoen van de religieuze en wereldlijke ketenen, en resoluut de weg in te slaan van het recht op zelfbeschikking tegen alle onderdrukkende tradities en conventies in."

Dirk Verhofstadt (red.), Het liberale denken van Thomas Paine, Houtekiet, Antwerpen/Amsterdam, 2009, 285 p., € 19,95.

Klik hier om het boek te bestellen.

top

De Blauwe Doos
Anderhalve eeuw "Verlichting" op het Kramersplein


Op 1 november 1854 zal menig Gents liberaal onthutst wakker zijn geworden. De dag ervoor was immers het ondenkbare gebeurd: voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1830 hadden de katholieken de gemeenteraadsverkiezingen in de Arteveldestad gewonnen. Judocus Delehaye volgde Constant de Kerchove op als burgemeester en vele liberale initiatieven uit de voorbije kwarteeuw – waaronder het zo gekoesterde stedelijk onderwijs - kwamen onder druk te staan.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1857 maakten een einde aan dit korte katholieke interregnum en de liberaal Charles de Kerchove de Denterghem heroverde de burgemeesterssjerp. Hij was vastbesloten om nooit meer door de katholieken in een oppositierol te worden gedwongen en daartoe zette hij in januari 1858 een versneld seculariseringproces op de sporen met de klemtoon op de uitbouw van het stedelijk onderwijs. Deze uitbouw vertrouwde hij toe aan de gedreven Gustave Callier, die amper een maand later zijn beleidsplan al voorlegde aan de gemeenteraad. Callier kloeg in de zitting van 13 februari 1858 het tekort aan onderwijsinfrastructuur aan en voorzag in een grootscheepse inhaalbeweging. Een van zijn voorstellen was de bouw van een school voor de kinderen van de textielarbeiders die aan de Opperschelde woonden, de wijk van de Heuvelpoort, Sint-Pieters-Binnen en de Muinkmeersen. De nieuwe niet-betalende lagere stadsschool voor jongens zou opgetrokken worden op een terrein waar eeuwenlang een poel was geweest die de wijk van drinkwater had voorzien. In mei 1840 had men deze intussen sterk vervuilde waterplas in het kader van de eerste urbanisatiewerken in de wijk gedempt en het Kramersplein aangelegd.

Stadsarchitect Adolphe Pauli werd met het ontwerp van de school gelast en reeds op 1 juni 1858 legde hij een plan met bijhorend bestek voor. Pauli tekende een losstaand schoolgebouw in neo-romaanse stijl met twee bouwvleugels. De linkervleugel werd vooraan ingenomen door de directeurswoning waarachter een ommuurde tuin lag die tezelfdertijd de linkerzijde van de speelplaats afsloot. De rechtervleugel, kant van de Overpoortstraat, bood onderdak aan zeven klaslokalen, bestemd voor niet minder dan 350 leerlingen. De twee vleugels verbond hij door een eenvoudige gevelpartij met een centrale toegangspoort, met daarachter een gesloten gaanderij die dienst deed als vestiaire. Aan de achterkant, aan de Voetweg, werd een blinde muur voorzien waartegen de sanitaire voorzieningen een plaats kregen en rondom de volledige binnenkoer werd een overdekte gaanderij aangelegd. In totaal kreeg de school een oppervlakte van 1.735 vierkante meter met een gevelbreedte van 44 meter en een diepte van net geen 40 meter. Pauli begrootte het geheel op 29.998,48 fr. waarvan 16.754,54 fr. voor de klaslokalen, 5.547,15 fr. voor het poortgebouw en de afsluitingsmuur en 7.696,79 fr. voor de directeurswoning.


De stedelijke commissie voor openbare werken onder leiding van Auguste de Maere keurde Pauli’s voorstel nog dezelfde maand goed en in juli 1858 gaf de liberale provinciegouverneur Edouard De Jaegher een definitief groen licht voor de werken. Op 21 augustus werd de openbare aanbesteding gepubliceerd en aannemer Pieter Guislain rijfde het contract binnen. Op 6 september werden de werken aangevat en een half jaar later, op 1 maart 1859, volgde de voorlopige oplevering. De totale kostprijs kwam op 28.144,43 fr. voor het gebouw en 3.400 fr. voor het schoolmeubilair, naast de 26.000 fr. die de stad indertijd had betaald voor de grond. De inbreng van de nationale overheid in deze werken bedroeg het ronde bedrag van 10.000 fr.

In september 1859 werd de school in gebruik genomen … en was onmiddellijk te klein. In het oorspronkelijke voorstel van Callier was al sprake geweest van een school voor 800 leerlingen, wat eerst was afgezwakt tot 400 en uiteindelijk tot 350. Pauli diende op 4 december 1859 een eerste uitbreidingsvoorstel in dat in april 1860 door het gemeentebestuur werd goedgekeurd. De tuin van de directeur werd vervangen door vijf nieuwe klaslokalen die in de zomer van 1861 in gebruik werden genomen. De school bleef te klein en in 1882 ontwierp stadsarchitect Charles Van Rysselberghe een tweede uitbreidingsplan. Hij stelde voor om een verdieping op te trekken bovenop de klaslokalen waardoor niet enkel het aantal klaslokalen zou toenemen maar er ook ruimte zou zijn voor een overdekte speelplaats, een bibliotheek en een schoolmuseum. De directeurswoning zou worden gehalveerd. De kelderverdieping bleef ter beschikking staan van het schoolhoofd maar het lokaal op de verdieping zou omgebouwd worden tot een turnzaal. Het gemeentebestuur wees het plan van Van Rysselberghe af en vroeg een nieuw ontwerp. Pas elf jaar later – in 1893 – diende de stadsarchitect een nieuw plan in. De verdieping op de vleugel achter de directeurswoning was geschrapt en enkel op de rechtervleugel aan de kant van de Overpoortstraat werd een bijkomende verdieping voorzien. De architect mikte hierbij op een overdekte speelplaats, een doucheruimte en drie klassen op het gelijkvloers, en zes of zeven klaslokalen op een eerste verdieping. Ook dit voorstel vond geen genade in de ogen van de gemeenteraad, die elk ontwerp met verdiepingen verwierp. Verder uitbreiden was hierdoor zo goed als onmogelijk. Het pleintje voor de school moest immers vrij blijven voor de jaarlijkse kermis en de door de gemeenteraad gesuggereerde uitbreidingen aan de zijvleugels of de achterbouw werden als onpraktisch van de hand gewezen. De verbouwingen van 1899-1900,nog steeds onder leiding van Van Rysselberghe, gaven de school ten slotte op enkele details na haar definitieve vorm. De belangrijkste wijziging aan het gebouw betrof de directeurswoning, die werd omgebouwd tot een turnzaal met in de kelderverdieping publieke stortbaden.


De stadsschool van het Kramersplein, ook geboekstaafd als de school van het Klein-Sint-Pietersplein of van de Muinkbruglaan, herbergde in de anderhalve eeuw van haar bestaan veel meer dan enkel een lagere jongensschool. Zo werd er vanaf 1865 een zondagsschool voor mannen georganiseerd en vond er vanaf 1868 avondonderwijs voor jonge volwassenen plaats. In 1882 werd het Kramersplein de eerste niet-betalende lagere school waarin – met veel succes – begeleide avondstudie werd gegeven. De school toonde zich ook gastvrij naar derden toe. Zo huisvestte ze onder meer de Dageraadskring Willen is Kunnen en de patronaatswerking van de Liberale Schoolpenning, en kreeg de Gentse Willemsfondsafdeling de beschikking over een lokaal om er een van zijn volksbibliotheken in onder te brengen. De bekendste leerling van de school was ongetwijfeld de vermaarde uitvinder Leo Baekeland, die er van 1870 tot 1876 les volgde.

Nieuwe wijzigingen aan de school lieten vervolgens tot ver na de Tweede Wereldoorlog op zich wachten. Begin jaren 1970 maakten de klaslokalen plaats voor een stedelijk internaat waarin een zestigtal jongens werden ondergebracht. In 1986 werden de gebouwen overgedragen aan de beeldhouwafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en kreeg het Deeltijds Kunstonderwijs er een stek. In een paar lokalen van de linkervleugel kreeg het jonge Liberaal Archief een onderkomen. In 1995 kon het Liberaal Archief het ganse gebouw verwerven en in 2000 startte de renovatie van het gebouw. De laatste stap is de bouw van een multifunctionele ruimte voor tentoonstellingen en voordrachten. Afspraak op de inhuldiging ervan in het laatste weekend van maart 2010.

top


ę 2009 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be