Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.
Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen) Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein.

Lokaal erfgoed, basis of ballast?

Ter gelegenheid van de opening van zijn Blauwe Zaal organiseerde het Liberaal Archief op 16 april 2010 een colloquium over lokaal erfgoed.

Dat thema ligt het Liberaal Archief na aan het hart. Omdat de liberale beweging geen tussenniveaus heeft tussen landelijk en plaatselijk, is het Liberaal Archief ook actief op zoek gegaan naar bronnen over lokaal liberalisme en liberale organisaties. Die zoektocht wierp vruchten af en resulteerde in een rijke verzameling lokale pers, archieven en documentatie. Het Liberaal Archief ontsluit deze collecties voor een groeiende schare geÔnteresseerden, erfgoedvrijwilligers en -professionelen, academische en vrijetijdshistorici.

Blauwe Zaal

Over het nut van lokaal erfgoed zijn in historische kringen al heel wat vragen gerezen. Klopt de boutade dat alle erfgoed lokaal is en dat het dus de basis van de geschiedenis vormt? Of is lokaal erfgoed alleen interessant voor amateurhistorici en een ballast voor de academische wereld?

Welke rol speelt erfgoed inzake betrokkenheid, inclusie en uitsluiting van personen en groepen? Erfgoed bepaalt namelijk voor een deel de identiteit en het handelen van mensen en gemeenschappen. Lokaal erfgoed speelt dikwijls een bindende rol tussen mensen, maar kan ook door verschillende groepen anders ervaren worden of gebruikt worden om zich af te zetten tegen anderen.

Ook de notie ‘lokaal’ roept vragen op. Wie denkt aan lokaal erfgoed koppelt dit haast automatisch aan een plaats waaraan herinneringen, artefacten en documenten gekoppeld zijn. Maar niet alle erfgoed dat zich op een plaats bevindt, is daaraan gebonden. In hoeverre is erfgoed plaatsgebonden?

Het Liberaal Archief nodigde vanuit zijn wetenschappelijke en reflexieve opdracht verschillende sprekers uit die tijdens het colloquium het fenomeen ‘lokaal erfgoed’ kritisch belichtten vanuit hun eigen werkterrein en ervaring: Wim Lemmens (VUB/Liberaal Archief), dr. Christophe Verbruggen (UGent), dr. Maria De Waele (STAM Gent), Harry Vermeir (Heemkunde Vlaanderen vzw), dr. Walter Ysebaert (Arteveldehogeschool/VUB) en dr. Gregory Vercauteren (steunpunt Faro). Moderator was Iris Steen.


Liberalen in Limburg, een contradictio in terminis?
Wim Lemmens


Wim Lemmens Wim Lemmens doorprikt de mythe dat het liberalisme in de 19de eeuw in Limburg nauwelijks aanwezig was. Ook in Limburg stonden klerikalen en liberalen geregeld lijnrecht tegenover elkaar. Dat kon gaan over zwaar beladen ideologische principes, maar het conflict kon evengoed draaien om het plaatsen van een standbeeld, zoals in Tongeren. Dan lagen geen ideologische principes aan de basis van de onenigheid, maar veeleer rivaliteit tussen de politieke protagonisten, en de financiŽle situatie van de stadskas. De echte ideologische stellingname werd slechts geleidelijk aan duidelijk, begrippen als ‘liberaal’ en ‘klerikaal’ werden dikwijls gebruikt in het kader van familiebanden, onderliggende intriges en politieke vetes.

Voor zijn studie maakte Wim Lemmens, naast archieven en literatuur, gebruik van heemkundige publicaties om onbekende lokale bronnen op te sporen en om prosopografisch materiaal te verzamelen. Dergelijke microscopische studies hebben echter steeds nood aan een macroscopisch kader, een bredere context. Door de heemkundige literatuur te koppelen aan ander bronnenmateriaal – aanwezig in archieven en bibliotheken - kan de historicus een scherper beeld werpen op een (liberaal) verleden dat verwaarloosd werd door de Belgische geschiedschrijving. Het overstijgen van een louter lokale omschrijving kan de waarde van historisch onderzoek laten toenemen zonder onrecht te doen aan de plaatselijke socio-economische en politiek-culturele eigenheden.

Klik hier voor de volledige tekst van de lezing.


Van “entangled history” tot translokaal “intangible” erfgoed
Christophe Verbruggen


Christophe Verbruggen De voorbije decennia tekende er zich in de geschiedbeoefening een duidelijke evolutie af in de onderzochte thema’s. Zo verplaatste de interesse zich in de jaren 80 van historisch onderzoek naar structuren en processen, naar cultuurgeschiedenis. Er weerklonk namelijk steeds meer kritiek op het gebruik van kwantitatieve en comparatieve methodes uit de sociale wetenschappen. Historici gingen nu op zoek naar het bijzondere, het vreemde, de microgeschiedenis en het verhaal. Het onderzoek naar culturele transfers kwam op de onderzoeksagenda te staan.

Het vervagen van de natiegrenzen in de tweede helft van de jaren 80 en zeker na 1989 leidde tot een transnationale geschiedschrijving waarbij de verspreiding van culturele goederen, bewegingen en instituties over de grenzen heen onderzocht werd. Wat startte als een onderzoeksprogramma waarin men op zoek ging naar het grote internationale verhaal, resulteerde in de praktijk bijna altijd in een onderzoek met een stevige lokale verankering. Het verloop van de cultuurtransfer en van de acculturatie kon namelijk het beste aanschouwelijk gemaakt worden op een kleine schaal, zoals bijvoorbeeld bij een individu of een dorp of stad. Een tweede bezwaar was dat dergelijke studies zich dikwijls toespitsten op een bilaterale cultuurtransfer, terwijl cultuuruitwisseling een multilateraal fenomeen is.

Anno 2010 zijn we aanbeland bij de zogenaamde entangled history of de “vervlochten geschiedenis” waarbij comparatief onderzoek en onderzoek naar transfers in de mate van het mogelijke gecombineerd worden.

Vanwaar de wind over vijf jaar zal komen, is moeilijk te voorspellen. Christophe Verbruggen vestigt de aandacht op een goede kanshebber: de translokale geschiedenis. Historisch onderzoek dat grensoverschrijdende relaties als vertrekpunt neemt en onderwerpen behandelt die regelmatige mobiliteit van mensen, ideeŽn en goederen, en hun transformatie door die dynamiek veronderstellen. De identiteit van mensen is namelijk niet noodzakelijk aan ťťn plaats gebonden.

Kunnen we ook spreken over translokaal erfgoed? Materieel erfgoed kan zowel een translokale als een transnationale dimensie hebben. Toch blijft een standbeeld in essentie lokaal erfgoed. Voor immaterieel erfgoed is dat minder duidelijk. Hoe conserveren historici bijvoorbeeld culturele praktijken die in essentie niet lokaal zijn en mee verhuizen met de beoefenaars ervan? De verhalen en de praktijken van bijvoorbeeld de buitenlandse jazzartiesten die furore maakten in het Gent van de jaren 1950, zijn bijvoorbeeld gedoemd om niet geconserveerd te worden als dergelijk erfgoed niet wordt opgespoord in functie van translokaal onderzoek.Van "entangled history" tot translokaal "intangible" erfgoed: het is een kleine maar belangrijke stap.

Klik hier voor de volledige tekst van de lezing.


De bijdragen van de lokale heemkundigen kringen aan “Zichten op Gent” in het STAM
Maria De Waele


Maria De Waele De permanente tentoonstelling Zichten op Gent in het STAM, het nieuwe Gentse stadsmuseum dat op 9 oktober zijn deuren opent, vertelt het verhaal van de stad en zijn inwoners via de digitalisering van vier ‘kaarten’ van Gent (1534, 1641, 1912 en heden). Met een ingenieuze multimediatoepassing worden die zichten verrijkt met beelden en informatie. Op die wijze kunnen de bezoekers terugkeren in de tijd en zelf vaststellen hoe monumenten, straten en wijken in de loop der eeuwen van functie en uiterlijk veranderden.

Om dit huzarenwerk tot een goed einde te brengen, verzamelde het STAM erg verscheiden bronnenmateriaal zoals aquarellen, kaarten, plannen, affiches en foto’s. Hiervoor deed het STAM ook een beroep op de heemkundige kringen uit onder meer de randgemeenten. Zichten op Gent is een voorbeeld van een vruchtbare samenwerking tussen academische historici en gepassioneerde amateurs. De tentoonstelling wil ook tonen hoeveel interessant archiefmateriaal er zich lokaal bevindt.

Het STAM functioneert eveneens als erfgoedforum en als platform voor een actief erfgoedbeleid.


Het belang van de heemkundigen voor het lokale erfgoed
Harry Vermeir


Harry Vermeir De vele lokale heemkundige kringen en amateurhistorici die Vlaanderen rijk is, spelen een niet te onderschatten rol voor de lokale geschiedschrijving. Niet alleen houden zij zich in hun vrije tijd bezig met lokaal historisch onderzoek. Ze verzamelen ook boeiend archiefmateriaal en zetten hun schouders onder de organisatie van historische evenementen zoals de Open Monumentendagen en de Nachten van de Geschiedenis. De relatie tussen de heemkundige kringen en de erfgoedcellen verloopt echter niet altijd even vlot. Heemkunde Vlaanderen pleit voor meer financiŽle slagkracht en meer inspraak binnen het lokale erfgoedveld.

Klik hier voor de volledige tekst van de lezing.


Hoor wie klopt daar, aan de deur van de parochiekerk? Het is Clio zeker, die ons vergezellen zal, zeker?
Walter Ysebaert


Walter Ysebaert Het aantal academische publicaties over het verleden dat jaarlijks verschijnt, stijgt exponentieel en ook de interesse van het grote publiek in geschiedenis en erfgoed neemt sterk toe. Toch uit dit zich niet in een doorstroming van de academische kennis naar het grote publiek. Het overgrote deel van de academische publicaties blijft ongelezen. Omgekeerd is er slechts in beperkte mate een doorstroming van informatie over lokale geschiedenis en erfgoed naar professionele historici. Er bestaat een brede kloof tussen academici en het grote publiek. Aan de hand van tien postulaten gaat Walter Ysebaert dieper in op een mogelijk “huwelijk” tussen de lokale en de academische geschiedbeoefening waarbij lokaal erfgoed actief wordt onderzocht en ontdaan van mythes en nostalgische emoties. Hierbij pleit hij voor “opbouwprojecten” waarbij de erfgoedwerkers van bij de start een leidende en coŲrdinerende rol spelen. Iedereen wint als de kennis doorstroomt naar alle niveaus. De academici kunnen rekenen op de energie en kennis van lokale vrijwilligers. Erfgoedwerkers kunnen op een zinvolle en onderbouwde wijze samenwerken in projecten en de lokaal geÔnteresseerden verwerven de nodige knowhow om met erfgoed om te gaan. Lokaal erfgoed biedt in die zin enorme perspectieven.

Klik hier voor de tien postulaten.


Vier stellingen over lokaal erfgoed
Gregory Vercauteren


Gregory Vercauteren Erfgoed heeft haast altijd een ruimtelijke dimensie en is dus lokaal. Bij onroerend erfgoed is de link met een plaats natuurlijk overduidelijk, maar ook roerend erfgoed zoals bijvoorbeeld het Carnaval in Aalst is meestal verbonden met een plaats. Lokaal erfgoed is van belang omdat gemeenschappen hun identiteit ontlenen uit hun verleden. Bij deze identiteitsconstructie is er sprake van selectie- en machtsprocessen. Iedere gemeenschap zal bepaalde stukken uit zijn verleden gaan cultiveren. Lokaal erfgoed moet daarom benaderd worden vanuit een kritische en reflectieve attitude. Welke groepen zijn er bijvoorbeeld aan verbonden? Welke groepen verdwijnen uit beeld? Is het lokaal erfgoed wel zo uniek en streekeigen?

Om een antwoord te vinden op deze vragen en nieuwe inzichten te verwerven is er nood aan onderzoek en contextualisering van het lokale erfgoed.

Klik hier voor de volledige tekst van de lezing.


Panelgesprek

Na afloop volgde een panelgesprek met de verschillende sprekers en hun conclusie was duidelijk. Lokaal erfgoed is wel degelijk een basis op voorwaarde dat het in de context geplaatst wordt en beschouwd wordt als een dynamisch gegeven, waarin mensen, materie en ideeŽn regelmatig de grenzen van het lokale, hoe je het ook afbakent, overschrijden.

Panelgesprek

Ruimtelijke dimensie

- Wat is lokaal? Lokaal hangt af van het perspectief dat je hanteert: het kan het niveau van een straat, een dorp of deelgemeente zijn, het kan een fusiegemeente of zelfs een provincie zijn. Het gaat niet zozeer om de geografische omvang, maar om de relatie met andere niveaus. Lokaal is een relatief begrip.
- Geografische en psychologische benadering: sense of place, gebondenheid van mensen aan plekken, plekken als drager van betekenissen. Hierin speelt de emotie een rol. De emotie die mensen bindt aan plaatsen kan een drijfveer zijn, maar je moet voorzichtig zijn met emoties. Die spelen in elk onderzoek wel een rol, maar ze mogen niet de overhand krijgen.

Wat is uniek?

Benadrukken van het streekeigene, het ‘unieke’, gebeurt vaak maar het unieke kan pas blijken als je vergelijkingen maakt, door de comparatieve aanpak dus. Je kan pas echt zeggen of iets uniek is, als je dat onderzocht hebt. Dan pas is het een zinvol element in identiteitsconstructie.

Contextualisering

Contextualisering is een sleutelwoord. Lokaal erfgoed krijgt pas betekenis als het ingebed wordt in grotere gehelen. Dat kan gebeuren als empirische onderbouwing van onderzoek op hogere (nationale, internationale) niveaus of als toetsing van concepten of opvattingen die slaan op grotere gehelen. Zo is bijvoorbeeld in Limburg door onderzoek van lokale bronnen aangetoond dat de aanname dat Limburg in de 19e eeuw een puur katholiek bolwerk was, niet klopt. Concepten als translokaliteit kunnen helpen de dynamiek in het lokale erfgoed te vatten (lokaal wil niet zeggen statisch en voor altijd aan een plaats gebonden) en verbanden te leggen met grotere gehelen.
Als contextualisering en een theoretische, academische basis belangrijk zijn voor lokaal erfgoed, hoe bereik je dat dan in de praktijk? Dat kan vooral door projectmatig mensen uit verschillende disciplines en achtergronden samen te brengen: professionele erfgoedwerkers, amateurs en academici. Dat vergt tijd en moeite, maar alleen zo kan je een kruisbestuiving krijgen, die het lokale erfgoed naar een hoog niveau tilt en waar de inbreng van iedereen - vrijwilligers, professionele erfgoedwerkers, academici en het publiek - tot zijn recht komt. Een van de problemen van de academische historici is dat lokaal erfgoed hun taak niet is: zij worden geacht internationaal toonaangevend onderzoek te doen en lokale onderwerpen behoren daar tot nader order niet toe.

Professionelen / vrijwilligers

Daarbij is er onmiskenbaar nog steeds een kloof tussen professionelen en vrijwilligers, waarbij de vrijwilligers het idee hebben te weinig gehoord en erkend te worden. Vrijwilligers willen wel samenwerken met professionelen, maar willen hun eigenheid bewaren.



© 2010 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be