Bekijk ook de nieuwsflash van het Liberaal Archief
Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.
Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen) Bekijk de voorgaande nummers van Het Kramersplein.

Voorwoord

Nog even en 2010 bestaat enkel nog in de annalen van de geschiedenis. Het Liberaal Archief doet er alles aan om de getuigenissen van die geschiedenis te bewaren en ter beschikking van de onderzoeker te stellen. Door archiefverwerving, door de uitbreiding van de collectie periodieken en kranten, door de publicatie van getuigenissen over historische gebeurtenissen met een diepgaande impact of door het (online) aanbieden van bronnen voor de studie van die geschiedenis. En in De Blauwe Doos? Daarin leest u over het blauwe doosje. Benieuwd? Lees verder.

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Student in het verzet

Karel Poma Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog studeerde Karel Poma scheikunde aan de Gentse universiteit, en was hij ook actief in het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV).
Op de ochtend van 10 mei 1940 sloot de universiteit tot nader order haar deuren en Poma keerde terug naar Antwerpen, naar huis. Daar werd hij, net zoals alle jonge mannen, opgeroepen om zich in Roeselare te melden. Samen met een groepje vrienden vertrok hij per fiets, maar in Roeselare kwamen ze in zo’n chaos terecht dat ze de wijk namen naar het zuiden van Frankrijk. Karel Poma keerde in augustus terug naar huis, om in oktober het nieuwe academiejaar aan de heropende universiteit aan te vatten. Daar heerste een compleet andere sfeer want de Duitse bezetting had ook het studentenleven grondig veranderd. Zo werd een nieuwe overkoepelende studentenorganisatie opgericht, het Gents Studenten Verbond (GSV), die de germanisatiepolitiek van de Duitse bezetter genegen was. Het GSV omvatte alle studentenclubs en er mocht geen enkele studentenactiviteit worden georganiseerd zonder hun toestemming. Het was vanzelfsprekend dat het antifascistisch Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV), waarvan Karel Poma deel uitmaakte, door het GSV werd uitgesloten.

In het najaar van 1940 benaderde oud-LVSV’er Albert Maertens Karel Poma om mee te werken in het verzet. Gezien zijn diepgewortelde zin voor democratie en zijn afkeer van de nazipolitiek, lag het voor de hand dat hij actief werd zowel in het studentenverzet als in het verzet buiten de universiteit. Karel Poma werkte vooral mee aan het drukken en verspreiden van illegale bladen als De Kleine Belg, Het Belfort, en het illegaal studentenblad Klokke Roeland. Daarnaast was hij enige tijd de verbindingsman tussen de Gentse verzetskern en de Antwerpse verzetsgroep De Witte Brigade, was hij medeoprichter van de Nationale Studenten Groepering (NSG), de interuniversitaire organisatie van het studentenverzet, en werd hij ingezet voor o.m. wapentransport. Studenten die tijdens het weekend de trein namen, dat was een heel vertrouwd en onverdacht beeld, waardoor de weekendtas naast kleren en cursussen al eens een wapenzending kon bevatten. Dat zorgde voor de nodige adrenaline, zoals toen hij op een overvolle trein door een Duitse officier werd uitgenodigd om in diens compartiment plaats te nemen.

De verzetsactiviteiten, die een onuitwisbare impact hebben gehad op zijn verdere leven, liepen als een rode draad door de studentenjaren van Karel Poma. Zijn herinneringen aan deze periode heeft hij recent te boek gesteld in Student in het verzet. Mijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog, uitgegeven door het Liberaal Archief. Egbert Lachaert stelde het boek voor.

Egbert Lachaert en Karel Poma

Na de oorlog beriepen heel wat mensen zich op hun verzetsactiviteiten en vroegen een erkenning aan als verzetsman/-vrouw. Daar waren ook personen bij die niets met het verzet te maken hadden gehad. Daarom moesten aanvragen om erkenning gestaafd worden door een verklaring van een verantwoordelijke uit het verzet. Karel Poma werd erkend als verantwoordelijke voor het universitair verzet om dergelijke verklaringen af te leveren, en heeft de ontvangen brieven daaromtrent bewaard. Deze zijn integraal te consulteren op de website van het Liberaal Archief. Daarnaast werd een inventaris opgemaakt, waarin ook de transcriptie werd opgenomen.
  • Karel Poma, Student in het verzet. Mijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog, Gent, Liberaal Archief, 2010, 111 p., € 12,5 (+ € 2,5 verzendingskosten) Voor meer info en bestellen: klik hier
  • Karel Poma, Inventaris van de brieven aan Karel Poma betreffende verzetsactiviteiten aan de Gentse universiteit (1945-1953). Voor het raadplegen van de inventaris: klik hier
  • Voor het consulteren van de integrale brieven: klik hier

top

Nieuwe aanwinsten: Kranten

Het Liberaal Archief heeft zijn krantenverzameling aangevuld met twee banden van de Brusselse liberale krant Le Courrier Belge uit 1831. Deze krant was de voortzetting van de Courrier des Pays-Bas, die werd opgericht in 1821.

Le CourrierDe Courrier des Pays-Bas vormde de belangrijkste zuidelijke proteststem binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het bewind van koning Willem I werd hevig bekritiseerd door de redactie, die verschillende Fransgezinde protagonisten telde. Onder meer het instellen van het Nederlands als officiŽle taal in het rijk, leidde tot heftige protesten. Door zijn scherpe kritiek werd hoofdredacteur Louis De Potter in december 1828 veroordeeld tot 18 maanden cel en een boete van 1000 gulden. Vanuit zijn cel bleef hij oppositie voeren tegen de koning en de regering. Omdat hij het schrijven van revolutionaire teksten niet wou stopzetten, veroordeelde het hof van Asissen van Brussel hem op 30 april 1830 tot acht jaar ballingschap. Ook de journalisten van de Courrier des Pays-Bas bleven protesteren tegen het bewind van Willem I en werden zo de aanstichters van de rellen die leidden tot de Belgische revolutie.

Toen de krant werd overgenomen door hoofdredacteur en eigenaar Lucien Jottrand wijzigde de naam in Le Courrier Belge. Jottrand liet er zijn republikeinse gezindheid en sociale verlangens onomwonden blijken. Le Courrier Belge ging echter ten onder aan haar radicale koers en verloor aanzienlijk veel abonnementen. Op 31 januari 1836 nam Jottrand afscheid van zijn publiek en werd de krant eigendom van notaris Jean Jobard.

L'Echo de BruxellesDaarnaast werd de krantencollectie van het Liberaal Archief nog uitgebreid met een band van de Journal de la Belgique uit 1838 en een band met exemplaren van L’ ťcho de Bruxelles (augustus - september 1848). Deze lokale Brusselse krant werd opgericht in 1841 en richtte zich vooral op buitenlands nieuws.

top

Suikerfabriek van Moerbeke

Deze zomer verwierf het Liberaal Archief het bedrijfsarchief van de suikerfabriek van Moerbeke-Waas. Die suikerfabriek domineerde Moerbeke gedurende 140 jaar. Ze was niet alleen een prominente werkgever en bepaalde in belangrijke mate het uitzicht van de gemeente, ook de politieke, economische, sociale en culturele geschiedenis van Moerbeke was onlosmakelijk met de fabriek verbonden. In het wapenschild van de gemeente staat de suikerbiet centraal.

Foto suikerfabriekMoerbeke, een verpauperde, rurale grensgemeente in het noorden van Oost-Vlaanderen, kende in de tweede helft van de 19de eeuw een geleidelijke economische opleving dankzij de inspanningen van de familie Lippens, een vooraanstaande liberale familie. Zij bezat heel wat grondgebied, onder meer in Moerbeke, en was bijzonder geÔnteresseerd in de industriŽle ontwikkeling. In 1847 werd August Lippens burgemeester van Moerbeke en was zo de eerste van een tot vandaag ononderbroken reeks liberale burgemeesters. Onder zijn impuls veranderde Moerbeke van aanschijn, o.m. door verbeteringen in de landbouw, door de uitbouw van het gemeenteonderwijs en door infrastructuurwerken die voor een betere verbinding met het hinterland zorgden (uitdiepen van de Moervaart, aanleg van spoor- en steenwegen).
Rond de jaren 1860 kende BelgiŽ een bloeiperiode in de suikerindustrie en werden heel wat nieuwe suikerbietfabrieken opgericht. Zo ook te Moerbeke, met de oprichting van de Sucrerie Jules De Cock et Compagnie in augustus 1869. Oprichter Jules De Cock, een Gents Certificaat Sucrerie Frantz Wittouckhandelaar in suiker, werd de eerste directeur. Ook de andere aandeelhouders, onder wie August Lippens en zijn broer EugŤne Lippens, behoorden tot de gegoede, liberale burgerij. Vanaf 1871 was de fabriek productieklaar. Nauwelijks enkele jaren later verkeerde de suikerindustrie in crisis waardoor heel wat jonge bedrijven in moeilijkheden kwamen, maar dankzij kapitaalinjecties van de familie Lippens bleef de Sucrerie Jules De Cock rendabel. Zo kreeg de familie ook meer controle over de fabriek.
In 1893 werd het bedrijf een naamloze vennootschap en stond het voortaan bekend als de NV Sucrerie de Moerbeke-Waes, de eerste van een aantal naamsveranderingen, o.m. ten gevolge van fusies: NV Sucrerie et Raffinerie de Moerbeke-Waes in 1914 (nadat de ruwe suiker ook in Moerbeke zelf geraffineerd werd) waarbij de familie Lippens meerderheidsaandeelhouder werd, de Sucrerie des Flandres / Suikerfabrieken van Vlaanderen in 1929 (na de fusie met de Sucrerie Franz Wittouck in Zelzate), de NV Suikergroep in 1989 (gevormd door de suikerfabrieken van Moerbeke, Escanaffles, Frasnes-lez-Buissenal en de suikerfabriek Moerbeke-Kwilu in Kongo) en de groep Iscal Sugar waarvan de fabriek in 2003 een onderdeel werd.

Postkaart suikerfabriek

Na een lange geschiedenis waarin jaren van uitbreidingen en moderniseringen afwisselden met crisisjaren, volgde eind december 2007 het bericht dat de suikerfabriek van Moerbeke zijn deuren zou sluiten. De fabrieksgebouwen zouden worden afgebroken waardoor ook het omvangrijke bedrijfsarchief een nieuwGrootboek Suikerfabriek Moerbeke onderkomen moest vinden. Aangezien in 2006 al een klein deel van het archief aan het Liberaal Archief werd overgedragen, lag de bestemming voor de hand. De verhuizing van meer dan 700 m archief werd een serieuze opgave. Het overgrote deel van dit bedrijfsarchief bestaat uit financiŽle documenten (grootboeken, kasboeken, journaals, facturen, loonboeken, e.d.m.), waarbij het oudste stuk, een grootboek, dateert van 1871, naast enkele technische dossiers.
De voorbije jaren verwierf het Liberaal Archief ook archieven van de Suikerfabriek Franz Wittouck in Zelzate, waarmee de suikerfabriek van Moerbeke in 1929 fuseerde, van de Sucrerie d’Escanaffles, gesloten in 1990, van de Suikerfabriek van Veurne, gesloten in 2005, en enkele stukken van de Sucrerie de Vieux-Lillo, die werden aangetroffen in het archief van de suikerfabriek van Moerbeke.

Wie meer wil weten over de geschiedenis van Moerbeke kan terecht bij o.m.
  • Bart D’hondt, Een blauwe horizon. 150 jaar liberaal bestuur in Moerbeke 1847-1997. Gent, Liberaal Archief, 1997, 155 p.
  • Hilde Langeraert, ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’. De suikerfabriek van Moerbeke-Waas en de familie Lippens (1846-1914). Een verkennend onderzoek naar de industrialisatie van een plattelandsgemeente. Gent, UGent, onuitgegeven licentiaats-verhandeling tot het behalen van de graad van licentiaat in de geschiedenis, 2005, 139 + XXVII p.

top

Aanbod bibliografieŽn op website uitgebreid met inhoudstafels De Vlaamse Gids

Eerste nummer van de Vlaamse GidsHet tijdschrift De Vlaamse Gids (1905-2000) overspant de ganse twintigste eeuw. Het kan beschouwd worden als de opvolger van het Tijdschrift van het Willemsfonds (1896-1905). De initiatiefnemers waren onder anderen Paul Fredericq, Pol De Mont, Max Rooses, Jozef Vercoullie die allemaal tot het Willemsfonds behoorden. Het tijdschrift bracht steeds zowel literaire als maatschappelijk georiŽnteerde artikelen van vrijzinnig-liberale signatuur. In de loop der jaren verdween het zuilgebonden karakter van het tijdschrift, maar de band met het Willemsfonds bleef bewaard. Met Jan Walravens als hoofdredacteur in de jaren 1960 was het een toonaangevend literair blad.
De inhoudstafels op De Vlaamse Gids geven een goed beeld van de plejade auteurs die aan het blad hebben meegewerkt.

Met dit overzicht wordt het aanbod bibliografieŽn op onze website opnieuw uitgebreid. Wie op het spoor wil komen hoe de Belgische liberalen tegen het maatschappelijke en culturele leven aankeken, kon reeds terecht op de website bij de bibliografieŽn op de Revue Nationale de Belgique (1839-1847), La Flandre Libťrale (1847-48), de Revue Trimestrielle (1854-1868), de Revue de Belgique (1869-1914) en Le Flambeau (1914-1976). Deze tijdschriften overspannen meer dan 135 jaar. Met de inhoudstafels op De Vlaamse Gids kan dat nu ook aan Nederlandstalige kant.
Wie een overzicht wil van de vroege pennenvruchten van Anton Bergmann, Eugeen Van Oye of Peter van Becelaere (Karel Van de Woestijne), of wie meer informatie zoekt over de Rodenbach’s Vrienden of de Sociťtť des Etudiants Bulgares aan de Gentse Universiteit, verwijzen we graag naar de bibliografieŽn van de studentenalmanakken op onze website.

Voor het overzicht van de online bibliografieŽn: klik hier

top

Digitale bronnen

Statuten van de PVV, 1982Wie zich op een zaterdagavond afvraagt welke belastingprincipes de liberalen in 1894 voorstonden of wie zich op een slapeloze nacht het hoofd breekt over de invulling van het samenleven der Belgen in 1968, kan al een tijdje op onze website terecht voor het consulteren van de congresresoluties van de Liberale Partij (vanaf 1846) of van de verkiezingsprogramma's (vanaf 1961).
Voortaan hoef je ook niet meer te zoeken naar de samenstelling van het partijbureau. Deze gegevens vind je nu ook op onze website onder de rubriek Databestanden Liberaal Archief / Partijstatuten.

top

De Blauwe Doos
Het blauwe doosje


Stijfsel RemyKunnen we ons eigenlijk een gedroomder onderwerp voor onze rubriek De Blauwe Doos voorstellen, dan een stukje over “het blauwe doosje”? Oudere lezers zullen dit begrip wellicht onmiddellijk associŽren met Stijfsel Remy/Amidon Remy, dat verpakt zat in een blauw-wit doosje. Het blauwe doosje is ook de titel van een recente publicatie over de geschiedenis van de firma Remy, gevestigd in Wijgmaal bij Leuven.

Remy werd opgericht in 1855 en legde zich al vrij vroeg vooral toe op de productie van stijfsel op basis van rijstzetmeel. Met een van de toenmalige slagzinnen, “Er bestaat geenen beteren Stijfsel dan den Stijfsel Remy Vervaardigd met Zuiveren Rijst. Vraagt het Stijfsel Remy”, werden ze alom bekend, zelfs tot ver buiten de landsgrenzen. Na de moeilijke beginjaren ontwikkelde het bedrijf zich tot een winstgevend groeiend bedrijf met meerdere vestigingen in het buitenland. Het aantal arbeiders in Wijgmaal steeg van 3 (1855) naar enkele honderden (begin jaren 1890) tot meer dan 1100 in begin van de 20ste eeuw.

Monument Edward RemyDe stichter Edward Remy (1813-1896), behorend tot de hogere Leuvense burgerij en liberaal gemeenteraadslid, was niet alleen een briljant zakenman maar ook een filantroop. Vanuit zijn sociale bewogenheid, lag hij aan de basis van tal van sociale voorzieningen voor zijn werknemers. Louis Tobback, geÔntrigeerd door de figuur van Edward Remy, schreef in het boek dat men met deze voorzieningen “praktisch kan gewagen van een feitelijk alomvattend concept van sociale zekerheid”. En dat het nog lange jaren zou duren “voor de meeste van deze opvattingen in systemen veralgemeend werden”.
Remy nam verschillende initiatieven voor de inrichting van onderwijs: een landbouwschool, een naaischool, een huishoudschool, een school voor volwassen mannen en een school voor volwassen vrouwen. Hij liet in Wijgmaal 255 werkmanswoningen bouwen (met tuin), bediendewoningen en huizen voor kader- en directiepersoneel. Werknemers konden die huren of via een goedkope lening aankopen. Er werd voor de werknemers een Kas voor Onderlinge Bijstand opgericht die tussenkwam bij ziekte, geneeskundige behandelingen, geneesmiddelen, hospitalisatie en begrafeniskosten. Indien nodig stond de Kas in voor gratis vlees, brood, linnen en kolen. Er werd een Spaarkas opgericht, een mutualiteit, een kinderkribbe, een rustoord - het Hospice Remy - waar vroeger steeds enkele plaatsen werden vrijgehouden voor werknemers van Remy.
Ook aan heel eenvoudige praktische dingen werd gedacht. ’s Middags konden de arbeiders die verder weg woonden, soep verkrijgen aan lage prijzen.

Postkaart Edward Remy

Na het overlijden van Edward Remy in 1896 zetten zijn erfgenamen zijn sociale politiek onverminderd voort. Naast de Hulpkas voor Voorlopige Werklieden en de Pensioenkas, werd voor de werknemers het Werk van den Regenmantel opgericht. Wie dagelijks tot zes km ver door weer en wind moest stappen of fietsen, kreeg een warme regenmantel in bruikleen.

(Verniest Jos, Het Blauwe Doosje. Het oude E. Remy & Cį en het nieuwe BENEO-Remy in Wijgmaal. Van stijfsel tot functionele voedingsingrediŽnten. Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2010, 192 p.)

top


© 2010 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be