Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.

Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen)


Voorwoord

In dit nummer van Het Kramersplein schetsen we het ontstaan van Help U Zelve. Voor een op komst zijnde studie over Leo Augusteyns en de liberale arbeidersbeweging in Antwerpen doen we graag een beroep op uw medewerking.
De Liberale Partij viert vandaag haar 160-jarig bestaan. We zetten de voornaamste informatiebronnen die u op de website kan raadplegen, op een rij.
In de rubriek Losse stukken maakt u kennis met een unieke website over de geschiedenis van de provincie Antwerpen.
Het dierenepos Reinaert De Vos is u wellicht niet onbekend. Maar wat is de link met Jan Frans Willems? De tentoonstelling in Boechout maakt veel duidelijk.
En waarom is blauw de kleur van de liberalen? U leest het antwoord in De Blauwe Doos.

Het Kramersplein verschijnt tweemaandelijks. Wij hopen u in de toekomst verder te mogen informeren. Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Leo Augusteyns en Help U Zelve
De liberale arbeidersbeweging in Antwerpen

Over de geschiedenis van de liberale arbeidersbeweging valt in de wetenschappelijke literatuur weinig te lezen. Twee verklaringen liggen voor de hand: er bleef weinig archief van die organisaties bewaard en in veel steden en gemeenten stond die beweging steeds in de schaduw van de concurrentie. Dat betekent niet dat het om een onbelangrijk fenomeen ging, zeker niet in Antwerpen. Daar stichtten enkele liberale arbeiders in 1880 een ziekenfonds met de naam Help U Zelve, dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog met zijn 4.000 leden de grootste mutualiteit van Antwerpen was.

De oprichting van Help U Zelve was een reactie tegen de katholieke Gilde der Antwerpse Ambachtslieden die de klerikale toer opging. De eerste jaren had het initiatief het erg moeilijk omdat de bestuursleden weinig ervaring hadden. De komst van een nieuwe, dynamische secretaris, Jaak Verheyen, bracht redding. In de loop van de volgende decennia kon het ziekenfonds zijn dienstverlening geleidelijk uitbouwen. Aanvankelijk kregen de leden alleen een vergoeding per dag ziekte, naderhand betaalde het ziekenfonds ook het doktersbezoek, de apothekersrekening en zelfs de begrafenis.

In 1894 vond Help U Zelve enkele liberale geldschieters bereid een eigendom in de Scheldestraat aan te kopen en dit aan het ziekenfonds te verhuren. In de tuin van dit pand bouwden de kopstukken van Help U Zelve drie jaar later een bakkerij. Deze coöperatie kende onmiddellijk een grote omzet. De winsten lieten niet alleen toe de medische dienstverlening uit te breiden (gratis arts en apothekers voor de gezinsleden), maar ook het lokaal aan te kopen. De zaken gingen zo goed dat de coöperatie in 1901 een indrukwekkende nieuwbouw in de Volkstraat (het hoekje om) kon openen. Met zijn art-nouveaustijl doet dit Liberaal Volkshuis denken aan het socialistische Maison du Peuple dat Victor Horta kort ervoor in Brussel bouwde.

De liberale mutualisten toonden al vroeg belangstelling voor politiek. In 1892 kreeg secretaris Jaak Verheyen een plaats op de liberale lijst voor de provincieraad en werd hij verkozen. Twee jaar later kreeg hij het gezelschap van een tweede mandataris van de liberale arbeiders, Louis Franck (niet te verwarren met de latere volksvertegenwoordiger en minister). In de gemeenteraadsverkiezing van 1895 behaalde hun groep twee raadsleden in de toegevoegde verkiezing voor werklieden en redde daarmee de antiklerikale meerderheid op het stadhuis. In 1900 stuurden de Antwerpse kiezers Verheyen naar de Kamer.

Maar bij de basis rees stilaan verzet tegen de dominantie van Verheyen en zijn vrienden. Hun tegenstanders slaagden erin hen uit het beheer van de bakkerij te werken en schrapten vervolgens de subsidie voor hun politieke werking. Het kwam tot een breuk. Verheyen c.s. richtten een nieuwe politieke vereniging op, het Liberaal Werkersverbond, een nieuw ziekenfonds, de Liberale Ziekenbeurs, en een nieuwe coöperatie, de Liberale Bakkerij. Tot na de Eerste Wereldoorlog zouden die elkaar beconcurreren.

In 1904 besloot de politieke groep van Help U Zelve samen met een groep dissidente progressisten een nieuwe formatie op te richten, de Liberale Volkspartij. Intussen had men enkele sympathiserende intellectuelen aangetrokken, zoals de Vlaamsgezinde advocaat Karel Weyler en de onvermoeibare propagandist Leo Augusteyns, zoon van de oprichter en eerste voorzitter van Help U Zelve. Elke verkiezing opnieuw kwam het tot moeizame onderhandelingen met de Antwerpse liberalen over de kandidaten en het programma. Zo werd Augusteyns in 1906 als volksvertegenwoordiger van de LVP verkozen.

Augusteyns radicale standpunten vielen dikwijls niet in de smaak van de behoudsgezinde liberalen. Tweemaal probeerden ze hem politiek te liquideren, de eerste keer naar aanleiding van zijn kritiek op het Kongobeleid van koning Leopold II, de tweede keer voor zijn Vlaamsgezinde standpunten. Zijn aanhang was echter groter dan zijn tegenstanders vermoedden. In mei 1910 werd hij met een monsterscore van meer dan 9.000 voorkeurstemmen herkozen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog sympathiseerde Augusteyns met het activisme. Dat kwam hem achteraf duur te staan. Veroordeeld door de correctionele rechtbank, verloor hij zijn job bij het Weldadigheidsbureel en moest hij ander werk zoeken. Die problemen beletten hem niet ook een nieuwe politieke carrière uit te bouwen, dit keer bij het Vlaams Front. Hij stapte op in 1936 toen de Antwerpse afdeling besloot samen te werken met het autoritaire Vlaams Nationaal Verbond van Staf De Clercq.

Het Liberaal Archief publiceert begin volgend jaar een studie over Leo Augusteyns en de liberale arbeidersbeweging in Antwerpen. Wie documenten over dat onderwerp bezit (foto's, postkaarten, de weekbladen Het Werkersbelang of De Dageraad, enzovoort) en daarvan inzage wil geven, mag ons dit steeds melden.

top

160 jaar Liberale Partij

Op 14 juni 1846 kwamen op initiatief van de Brusselse Société de l'Alliance Libérale 384 liberalen uit het ganse land bijeen voor een congres in de Gotische Zaal van het Brusselse stadhuis. Op dit eerste partijcongres uit de Belgische geschiedenis werd de Liberale Partij opgericht. Naar aanleiding van deze 160ste verjaardag zetten we op een rij wat op onze website over de Liberale Partij te vinden is.

U kan de volledige lijst van de 384 afgevaardigden op het stichtingscongres online raadplegen, met opgave van beroep en woonplaats evenals de op het congres goedgekeurde resoluties en het programma. We zijn hard bezig met op onze website de resoluties van alle partijcongressen vanaf 1846 te plaatsen. Klik hier.

Na het Liberaal Congres van 1846 werd de Association Libérale opgericht, als opvolger van de Société de l'Alliance Libérale. Nadat de progressist Paul Janson in 1881 het voorzitterschap van de Association had overgenomen, stichtten de doctrinaire liberalen in 1884 de Ligue Libérale. Het Liberaal Archief bewaart elf verslagboeken die een nagenoeg volledig relaas van de geschiedenis van de belangrijkste liberale partijafdeling uit de negentiende eeuw bevatten en, weliswaar met onderbrekingen, de periode tussen 1846 en 1921 bestrijken. U kan de inventaris van het archief online raadplegen.

De verslagboeken van het partijbureau van de Liberale Partij van 1927 tot 1974 werden eveneens geïnventariseerd. De inventaris geeft niet alleen een overzicht van de stukken. Een thematische index laat toe om na te gaan welke onderwerpen op welke vergadering aan bod kwamen.

Op de website van het Liberaal Archief vindt u ook een beknopte geschiedenis van de Liberale Partij vanaf de voorgeschiedenis in 1780 tot 1988 van prof. Marcel Bots. Ook de tekst van de brochure 25 jaar Vlaamse liberalen van prof. dr. Walter Prevenier uit 1997 is terug te vinden op onze website. De brochure bevat een overzicht van de regeringen en van de Vlaams-liberale regeringsdeelname vanaf 1972 met een actualisering.

Op zijn website houdt het Liberaal Archief een lijst bij van alle publicaties die over de prominenten uit de brede, liberale beweging vanaf 1830 zijn verschenen. Het gaat om meer dan 3.000 politici, journalisten, publicisten, letterkundigen, academici,…

Voor meer studies over het liberale verleden, verwijzen wij u naar een korte online bibliografie. Klik hier voor de periodieken; klik hier voor de boeken. Daarnaast zijn registers gepubliceerd van de belangrijkste liberale Franstalige maandbladen in ons land, namelijk de Revue Nationale de Belgique, La Flandre Libérale, Revue Trimestrielle, Revue de Belgique en Le Flambeau, die samen de periode van 1839 tot 1976 omvatten. U kan zoeken op thema en auteur.

Klik hier voor een overzicht van alle online informatiebronnen in het kader van 160 jaar Liberale Partij.

top

Losse stukken

Parlement anders bekeken
"On ne ridiculise pas le Parlement." Dat waren de woorden van Kamervoorzitter Herman De Croo toen hij in 2002 de bodes opdroeg Kamerlid Vincent Decroly uit het halfrond te verwijderen. Decroly was, tegen de vestimentaire codes in, opgedaagd in onderlijf, T-shirt en met een pet op het hoofd. Meer anekdotes, maar ook ernstiger feiten uit het parlementaire gebeuren zijn verzameld in het boek Het Parlement anders bekeken van Emile Toebosch. De grote thema's situeren zich rond de taalkwestie, oorlog en vrede, tradities en gewoonten, maatschappelijke breekpunten, kunstpatrimonium, dierenbescherming en incidenten allerhande.
Het Parlement anders bekeken kan aan de prijs van 25 euro + 2,60 euro verzendingskosten besteld worden bij het Liberaal Archief, Kramersplein 23, 9000 Gent, tel. 09/221.75.05, e-mail info@liberaalarchief.be of met het elektronisch bestelformulier.

Databank Antwerpse provincieraadsleden online
De website van het project Politiek Personeel Provincie Antwerpen is online. Bent u geïnteresseerd in de politieke loopbaan van Herman Vanderpoorten? Op de website vindt u een databank met informatie over alle provincieraadsleden, bestendig afgevaardigden, gouverneurs en griffiers die de provincie Antwerpen sinds 1830 heeft gekend. Het betreft personalia, informatie over beroep, studies, politieke mandaten, titels, activiteiten in verenigingen of periodieken.


Elke steekkaart is ook voorzien van een korte biografische schets en de nodige bibliografische referenties. Of bent u benieuwd naar de verkiezingsresultaten van Jan Van Rijswijck? Een tweede databank geeft de verkiezingsresultaten voor de provincieraad sinds 1836 weer, uniek in België. De databank omvat de deelnemende lijsten en de kandidaten die werden verkozen of hebben gezeteld. De steekkaarten bevatten informatie op het niveau van de provincie, het arrondissement (vanaf 1921) en het kanton (vóór 1921) of het district (vanaf 1921). Meer informatie vindt u op http://www.ppant.be.

Nieuw verschenen
Op onze website kan u sinds kort de inventarissen raadplegen van het archief van de Belgisch Liberale Turnbond en de Turnkring Onze Meisjes/Onze Jongens (Antwerpen), de caritatieve vereniging Kindergeluk (Brussel), de werkmanskring Geluk in 't werk (Gent) - inclusief een overzicht van de briefwisseling die ontsloten is op datum, afzender, geadresseerde en onderwerp - en het archief Albert Lilar, met de papieren van oud-minister van Justitie Albert Lilar. Ook de medaillecollectie van het Van Crombrugghe's Genootschap is geïnventariseerd. Het gaat om herdenkings-, erkentelijkheids-, decoratieve en prijs- en beloningsmedailles. Klik hier voor een overzicht van alle inventarissen.

BBB (Borstbeeld Burgemeester Boyaval)
Het Liberaal Archief heeft een aantal borstbeelden in zijn bezit, waaronder een gipsen borstbeeld van Jules Boyaval, liberaal burgemeester van Brugge van 1854 tot 1876. Het beeld is een schenking van Albert Claes, voorzitter van de Julius Sabbe Studiekring. Het is een werk van de Brugse beeldhouwer Gustaaf Pickery (1862-1921). In Brugge zijn vandaag nog meer beelden van hem te zien, zoals op de binnenplaats van het museum Gruuthuse waar boven de hoofdingang het ruiterbeeld van Lodewijk van Gruuthuse prijkt. Voor de Onze-Lieve-Vrouwkerk vervaardigde Pickery een beeld van Onze-Lieve-Vrouw (doopkapel), de H. Jozef (rechter zijbeuk), de H. Antonius (rechter zijbeuk) en de Engelbewaarder (sacristie). Hij kreeg ook de opdracht om graf- en oorlogsmonumenten te bouwen. Zo richtte hij het grafmonument op van Herman Sabbe, zoon van Julius Sabbe. Gustaaf leerde het boetseren van zijn vader, Hendrik Pickery, met wie hij meermaals samenwerkte, zoals voor de ongeveer dertig beelden in het Provinciaal Hof op de Markt. Na een opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Brugge, studeerde hij nog enkele jaren in Parijs. Terug in Brugge werd hij, net als zijn vader, leraar aan de Academie.
(Bron: Karel Pickery, Hendrik en Gustaaf Pickery, Brugse beeldhouwers, Sint-Andries Brugge, Uitgeverij Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle, 1982.)

Curiosum
Bij de recente schenkingen zat het programma van de Gentse Feesten anno 1909. Van de aankondiging van de feesten met de beiaard van het Belfort over volksspelen, stoeten en voorstellingen tot het onvermijdelijke vuurwerk, ook onze (over)grootouders wisten wat feesten was. Op de website kan u het programma integraal bekijken (klik hier).

top

Jan Frans Willems herschreef Reinaert de Vos

In samenwerking met het Provinciaal Verbond Antwerpen van het Willemsfonds organiseert het Liberaal Archief in Boechout een tentoonstelling rond Reinaert de Vos. Deze is hoofdzakelijk opgebouwd uit rijkelijk geïllustreerde boeken in diverse talen, berijmingen en bewerkingen. Daarnaast vind je er het vossenverhaal ook terug onder de vorm van toneel, poppenkast, film en stripverhalen, naast allerlei gadgets en verzamelobjecten uit de privé-verzameling van Philippe Proost.

Hoewel het verhaal van Reinaert een ruime bekendheid geniet, is de link tussen dit dierenepos en Jan Frans Willems, de man aan wie het Willemsfonds zijn naam ontleent, minder gekend.
Willems speelde een belangrijke rol in de strijd om de heropleving van de Vlaamse taal, die sinds de zeventiende eeuw een historisch dieptepunt kende. Daarom had hij veel interesse voor de Vlaamse literatuur uit de middeleeuwen, en in het bijzonder voor het epos Het leven van Reinaert den Vos, dat hij herschreef. In zijn 'voorbericht' van de eerste druk in 1834 weerlegde hij de beweringen dat Het leven van Reinaert den Vos niet van Vlaamse oorsprong zou zijn. Hij toonde aan dat een Vlaamse tekst aan de basis lag van het verhaal, dat in vele talen is vertaald. Zijn lofbetuiging ging zelfs verder. "Wat er van zy, onze Vlaemsche Reinaert overtreft al de andere gedichten van dien naem", vond hij, "Reinaert is verre uit het beste gedicht, dat de middeleeuwen (Dante's Divina Commedia uitgezonderd) aen Europa hebben opgeleverd. En dit gedicht is een Belgisch gedicht!"
Willems verweet zijn landgenoten dat zij hun moedertaal, het Vlaams, verwaarloosden door alles wat Frans was, na te apen. Daarin voelde hij zich gesteund door de Duitser Jacob Grimm, die de verschillende vertalingen van Reinaert met elkaar had vergeleken en het bewezen achtte dat de roots in Vlaanderen lagen. Willems vertaalde Grimms opdracht als volgt: "De Belgen hebben het meeste belang in den Reinaert; doch wie heeft sedert eeuwen by hen nog verknochtheid en belangstelling voor de moedertaal aangetroffen? Diepe zelfsvergetenheid brengt allerwege hare eigene straf mede: uit dit schoone Belgenland, alwaer in de middeleeuwen ook de dichtkunst woonde, is sedert lang alle poësie verdwenen!"

Willems sloot zijn inleiding af met de zin "Moge deze myne beärbeiding van het oudere gedeelte van Reinaert den Vos iets bijdragen, tot het doen herleven van eene zoo dierbare tael, in een' tyd waerop ons land van zooveel franschen uitschot wordt overstroomd!"


De tentoonstelling loopt tot 8 juli 2006 in de lokalen van de openbare bibliotheek (Jef Van Hoofplein 20) van Boechout, de geboorteplaats van Jan Frans Willems. De openingsuren kan u raadplegen op de website van de gemeente Boechout.

U kan het 'voorbericht' van Willems lezen op de website van de digitale bibliotheek van de Nederlandse literatuur.

top

De Blauwe Doos
Blauwe liberalen versus 'karmijnrode' katholieken


In een bundel strijdliederen, in 1914 uitgegeven door een Antwerpse oud-leerlingenbond ten voordele van de "Liberale Propaganda op den Buiten", staat een merkwaardig lied. De titel, Blauw of Rood, zet de argeloze lezer immers zonder twijfel op het verkeerde been. Een vlugge blik op de tekst maakt echter onmiddellijk duidelijk dat de liberale propagandist hier enkel en alleen zijn klerikale en niet zijn socialistische opponent viseert. Een verklaring dringt zich op.

De eerste Belgische kieswetten uit 1830-1831 waren - net zoals in vele andere Westerse landen in de negentiende eeuw - eerder ruwe schetsen van wat later een democratische en vooral efficiënte kieswetgeving zou worden. De wetgevers waren immers pioniers en dienden met gezwinde spoed een kiesstelsel te ontwerpen zonder over een basishandleiding met historische voorbeelden te beschikken. Afwegen, vergelijken en evalueren van verschillende kiesmodellen was voor hen onmogelijk. Het was bijna vanzelfsprekend dat zo'n embryonale kiesprocedure niet opgewassen bleek tegen het fenomeen kiesfraude. Van in de jaren 1830 begon dan ook een ellenlang proces van bijsturingen en wijzigingen aan de kieswet. Fundamentele veranderingen vonden de eerste veertig jaar echter niet plaats, wat niet in het minst te wijten was aan het feit dat beide politieke families - de katholieke en de liberale - zich regelmatig bezondigden aan het gebruik van de achterpoortjes in de procedure. Tegen 1870 namen de misbruiken echter een dusdanige omvang aan dat een meerderheid zich achter een grondige vernieuwing van de kieswet kon scharen. De wet-Malou van 9 juli 1877 pakte de fraude voor de eerste keer grondig aan en moderniseerde in een klap het hele kiessysteem.


Een van de belangrijkste elementen van deze nieuwe wet was de introductie van het voorgedrukte stembiljet. Dit verving het handgeschreven briefje dat sinds 1830 rechtsgeldig was geweest maar om evidente redenen uitermate fraudegevoelig was gebleken. Bijkomend werd besloten om aan het stembiljet een vaste 'lay-out' te geven. De kandidaten werden per strekking alfabetisch gegroepeerd in drie kolommen met links de liberalen, rechts de katholieken en in het midden de onafhankelijke of andere kandidaten. Om aan de ongeletterde kiezers een aanknopingspunt te geven, werd elke kolom bovendien in een officieel vastgelegde kleur gedrukt: de onafhankelijken kregen zwart toegewezen, de liberale kandidaten blauw en de katholieken karmijnrood. Een jaar later waren beide kleuren ingeburgerd en werd de kiesstrijd gestreden tussen de aanhangers van de blauwe korenbloem en die van de rode klaproos. Ook in de pers werd graag gebruik gemaakt van deze nieuwe vorm van identificeren. Zo schreef de Ieperse liberale krant De Toekomst in haar nummer van 16 november 1890 nog over een "[brouwer], een kalote van het roodste rood". De invoering van het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen in 1894 maakte een einde aan het gebruik van de kleurrijke stembiljetten. In de daaropvolgende jaren bleef blauw de huiskleur van de liberalen. De internationale opkomst van de socialisten onder een rode banier zorgde er echter voor dat de Belgische katholieke politici de rode klaproos dienden op te geven.

Blauw of Rood dateert dan ook duidelijk uit de laatste twee decennia van het zuivere cijnskiesstelsel en kwam in deze editie uit 1914 niet langer helemaal tot zijn recht. Ook de folklore heeft echter haar rechten en voor menig liberale veertiger of vijftiger uit het Antwerpse bleef dit lied nog tot voorbij de Eerste Wereldoorlog onlosmakelijk verbonden met de beginjaren van hun politiek engagement.

top


© 2006 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be





Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller