Wenst u ook deze tweemaandelijkse nieuwsbrief in uw emailbox te ontvangen? Schrijf in door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-subscribe@liberaalarchief.be.

Print de nieuwsbrief print-versie (zonder afbeeldingen)


Voorwoord

Heerst er grote onzekerheid over de huidige politieke situatie en de toekomst van dit land, dan durven we met stellige zekerheid beweren dat we de grootste zorg moeten dragen voor ons verleden. Het Liberaal Archief verzamelt al een kwarteeuw alles wat met de geschiedenis van het liberalisme - in de ruimste zin van het woord - te maken heeft. In deze nieuwsbrief belichten we andermaal enkele aspecten van onze gevarieerde werking.

Het Kramersplein verschijnt tweemaandelijks. Wij hopen u in de toekomst verder te mogen informeren. Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Uitschrijven kan door een blanco mail te sturen naar nieuwsbrief-unsubscribe@liberaalarchief.be.

top

Geschiedenis op postkaart

Wie nu een korte mededeling aan een medemens wil sturen, doet dat met een e-mailtje of een sms'je. Honderd jaar geleden gebeurde dat met een postkaart. Dat was goedkoper dan een brief en ging behoorlijk snel. De postbode kon uiteraard wel meelezen, maar vermoedelijk maakte men zich in die tijd minder zorgen over de privacy dan nu. Voor historici zijn postkaarten een belangrijke bron, niet alleen om de boodschap die ze op kaarten kunnen aantreffen, maar vooral om de foto's.

De uitvinding van de postkaart dateert officieel van de jaren 1870. Vooral de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1889 zorgde voor de doorbraak van dit nieuwe medium. De Eiffeltoren werd snel de meeste verspreide prent ter wereld. Dankzij de fotografie kende de postkaart de volgende jaren een ongelooflijke expansie. Aanvankelijk moest de kaartschrijver zijn boodschap noteren op de voorkant, waar steeds wat plaats opengelaten was onder of naast de foto. Op de keerzijde mocht men alleen de afzender en de geadresseerde vermelden. Dat veranderde omstreeks 1905. Toen verdeelde men de rug in twee. Links kon de schrijver een langere boodschap kwijt, rechts bleef er voldoende plaats voor de gegevens van de geadresseerde. Voor de verzamelaars en andere geïnteresseerden is deze ingreep van bijzonder belang om een kaart te dateren.

De drukkers beperkten zich niet tot het afbeelden van de toeristische toppers in de steden, maar brachten alle mogelijke pittoreske hoekjes en leuke tafereeltjes in beeld. Ook het verslag van belangrijke gebeurtenissen werd op die manier verspreid - in die tijd drukten de kranten nog geen of nauwelijks foto's af. Een bezoek van koning Leopold en prins (later koning) Albert bijvoorbeeld leverde geregeld een hele reeks postkaarten op. In Antwerpen kwamen zelfs series op de markt met het "verslag" van de begrafenis van belangrijke politici, zoals de burgemeesters Jan Van Rijswijck en Alfons Hertogs. Deze vorm van verslaggeving bleef lang verder leven, want na de oorlog verscheen nog een uitgebreide reeks over het bezoek dat Louis Franck, de liberale minister van Koloniën, aan Belgisch-Kongo bracht. Een andere drukker vereeuwigde de uitvaart van "turnvader" Nicolaas Cupérus (1928) in postkaarten.

Sommige fotografen trokken blijkbaar van dorp naar dorp, maakten er foto's op enkele plaatsen, liefst met wat volk op, en keerden later terug om het resultaat aan de dorpelingen te verkopen. Zo bleven zelfs beelden bewaard van de onooglijkste dorpen.

De commerciële mogelijkheden van de postkaart werden snel duidelijk. Handelshuizen brachten kaarten op de markt om zichzelf en hun producten aan te prijzen. De meer commercieel gerichte organisaties uit de ideologische zuilen volgden hun voorbeeld. In Antwerpen brachten zowel de bakkerij van Help U Zelve (Volkstraat) als de concurrenten van de Liberale Bakkerij (Boomgaardstraat) een reeks kaarten uit met beelden van hun coöperatie-in-actie. Een late uitloper van die rage zijn de kaarten (soms in kleur) die de liberale vakantiecentra lieten aanmaken.

Ook de politiek probeerde langs deze weg propaganda te voeren. De postkaart werd zelfs een paar keer ingeschakeld in de electorale strijd. Toen de liberalen bij de parlementsverkiezingen van 1906 een kaart verspreidden die voorspelde dat hun leider Paul Janson de klerikale regering omver zou kegelen, reageerden de klerikalen met een kaart waarop te zien was hoe Janson uitglijdt en met zijn achterste in een plas water valt, tot groot leedvermaak van de kegelpoppen. De "volksverheffers" bleven niet achter. Van heel wat BV's, vooral uit de literaire en muzikale wereld, werd de kop in grote oplage verspreid.

De Eerste Wereldoorlog bracht een nieuw hoogtepunt in de postkaartenproductie. Er verschenen honderden, nee duizenden kaarten die het oorlogsgeweld illustreerden: oprukkende soldaten, verloren gelopen vluchtelingen, kapotgeschoten kerken en huizen, opgeblazen bruggen. Ook de oorlogspropaganda kende drukke tijden met de verspreiding van de koppen van de dappere kopstukken en cartoons die de tegenstander belachelijk probeerden te maken. Na de Eerste Wereldoorlog bleef de postkaart populair, maar de kwaliteit en de variatie leden onder de toenemende druk om de kosten te beperken.

Omdat het Liberaal Archief het belang van de postkaart als bron erkent, bouwt het sinds enige tijd een collectie postkaarten op. Onze belangstelling gaat in de eerste plaats naar de liberale politici en hun standbeelden. Niet alleen blijken dat er heel wat te zijn, maar van elk beeld zijn er meestal een hele rij varianten beschikbaar. Verder verzamelen we kaarten van liberale gebouwen en gebeurtenissen waar liberalen bij betrokken zijn. Tot de recentere productie behoren de vakantiehuizen van de liberale mutualiteiten. Aanvullingen worden steeds in dank aanvaard.

Klik hier voor een selectie.

top

Julius Vuylsteke: klauwaard en geus

Voor de Gentse advocaat, boekhandelaar en politicus Julius Vuylsteke (1836-1903) gingen Vlaams en vrijzinnig noodzakelijk samen. "Klauwaard en geus" was zijn levensleuze. In de tweede helft van de 19de eeuw was dit geen evidentie, zeker niet in een stad als Gent, waar de burgerij sterk verfranst was. Toch kende de man een hele schare aanhangers en bewonderaars. Daarvan getuigen een paar merkwaardige stukken in de collecties van het Liberaal Archief.

Julius Vuylsteke werd geboren als onwettige zoon van een huiswerkster, maar door de relatie (later huwelijk) van zijn moeder met de West-Vlaamse Gentenaar Jourdan Vuylsteke, advocaat en later magistraat, verbeterde de situatie van het gezin aanzienlijk. Zo kon Julius na zijn lagere school naar het atheneum op de Ottogracht. Daar verloor hij zijn katholiek geloof en vond hij zijn Vlaamse overtuiging. Met enkele vrienden stichtte hij er de studentenkring 't Zal Wel Gaan, die hij meenam naar de universiteit toen hij rechten ging studeren. Begin 1854 publiceerde dit gezelschap zijn eerste almanak, het Jaarboeksken voor 1854.

Vuylsteke vestigde zich als advocaat, pleitte bij voorkeur in het Nederlands, hielp de Vlaamse Conferentie der Balie stichten, maar zegde het advocatenberoep in 1875 vaarwel. Hij begon een nieuwe carrière als boekhandelaar. In 1869 werd hij gemeenteraadslid, maar hij slaagde er niet in om als volksvertegenwoordiger verkozen te worden.

Omdat Vlaams en liberaal voor hem nagenoeg synoniem waren, zag Vuylsteke weinig heil in samenwerking met Vlaamsgezinden van een andere overtuiging. Die ideeën verdedigde hij in het weekblad Het Volksbelang en in organisaties als de Vlaamse Liberale Vereniging en het Willemsfonds, waarvan hij secretaris en vervolgens voorzitter werd. Toen zijn vrienden in 1887 zijn 25 jaar lidmaatschap van het algemeen bestuur van het Willemsfonds wilden vieren, besloten ze dat te doen met de uitgave van zijn prozawerken en een feestzitting. Deze had plaats op zondag 2 oktober 1887, na de jaarlijkse algemene vergadering, in het lokaal van de Koormaatschappij (beter bekend als de Société des Choeurs) in de Bagattenstraat te Gent. Er schoof meer dan 300 man aan tafel.

Bij die gelegenheid kreeg Vuylsteke twee huldealbums aangeboden. Het eerste kwam van het Verbond der Vlaamse Liberale Verenigingen, met Jan Van Beers als voorzitter, Arthur Cornette als secretaris en Jan Van Rijswijck als penningmeester. Hun hulde-adres werd ontworpen door beeldhouwer Paul De Vigne en uitgevoerd door schilder Gustaaf Den Duyts. Een tweede werd samengesteld door enkele Vlaams-liberale studentenclubs ("de kinderen van de nieuwe tijd"), waaronder 't Zal Wel Gaan (Gent), de Vlaamse Kring (Antwerpen), Geen Taal, Geen Vrijheid (Brussel), Help U Zelf (Elsene), de Nederlandse Studentenking (Antwerpen) en het Jonge Brugge.

Allerlei documenten in verband met deze viering, onder meer briefwisseling en felicitatietelegrammen, alsook een uitgebreide reeks persartikels met aankondigingen en verslagen, keurig uitgeknipt en opgeplakt, werd achteraf samengebracht in een lederen band. Ook daar zitten enkele opvallende stukken bij, zoals het programma van de viering, met op de kaft een tekening van een zestiende-eeuwse figuur die zwaait met de vlag "Clauwaert ende geus", of de inzending van de Kerels van Roeselare, die in een imitatie van een middeleeuws manuscript de lof van de laureaat zingen: "Wie 't vierde van een eeuw, spijts hoon en laag gesmaal, ten strijde toog voor recht, voor volk en moedertaal, hoeft in 't geschiedenisboek op 't eerste blad geschreven!"

Het Liberaal Archief beschikt ook over een fraaie uitgave van Philips Van Artevelde, een cantate geschreven door Vuylsteke, op muziek gezet door François Gevaert, uitgegeven door het Willemsfonds en gedrukt door Vuylsteke zelf (4e editie 1889).

Klik hier om deze stukken te bekijken.

top

De oorlogsbibliotheek van Carlos Van Louwe

Het Liberaal Archief kon zijn bibliotheek uitbreiden met meer dan 2.000 stuks afkomstig uit de verzameling van Carlos Van Louwe. Hij overleed begin augustus vorig jaar na een slepende ziekte. Meer dan dertig jaar lang was hij in Koksijde directeur geweest van Het Reigersnest, het vakantiecentrum van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen. Hij maakte jarenlang deel uit van IJzerbedevaartcomité. Van Louwe was een passioneel boekenverzamelaar. Zijn aandacht ging in de eerste plaats naar de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, waarover hij een van de grootste privécollecties bijeenbracht. Verder had nog enkele favoriete onderwerpen, zoals de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, de figuur van Tijl Uilenspiegel en Ernest Staes, de bekende bundel van de Lierse liberaal Anton Bergmann.

Nadat het Liberaal Archief al eerder Van Louwes verzameling van Ernest Staes - de talrijke opeenvolgende drukken - overgenomen had, kon het nu ook zijn boeken over België in de Tweede Wereldoorlog verwerven. Dat zijn ruim duizend stuks. Daarbij komen de diverse onderwerpen aan bod: de Duitse inval, de bezetting, de collaboratie, het verzet, de bevrijding, de repressie. Deze aanwinst sluit mooi aan bij de verzameling van 300 boeken over de Tweede Wereldoorlog die Valentin Jamart een tijdje geleden aan het Liberaal Archief overmaakte.

De overdracht van Van Louwe bevatte ook een reeks studies over het daensisme. Ten slotte verhuisde zijn rijke verzameling brochures naar het Kramersplein. Het gaat om een duizendtal uitgaven, die vooral betrekking hebben op de Vlaamse Beweging, maar ook heel wat materiaal over de geschiedenis van België in het algemeen bevatten. Zo zit er een brochure tussen van de socialist Emile Vandervelde over de staat en de koolmijnen (1903). Het oudste stuk is een boekje van Gijsbert Karel van van Hogendorp over de scheiding van Holland en België (1830).

Het Liberaal Archief bracht die hele collectie samen in een Fonds Carlos Van Louwe.

Klik hier om te weten wat er allemaal in zit.

top

Prijs voor Jasmien Van Daele

Van Gent tot Genève luidde de titel van de biografie die Jasmien Van Daele in 2002 publiceerde over Louis Varlez (1868-1930), een Gents advocaat die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van een sociaal liberalisme, niet alleen met zijn wetenschappelijke studies, maar ook met zijn praktische voorstellen. Zo lanceerde hij een vorm van werkloosheidsverzekering dat als het "Gentse systeem" bekend werd. Na zijn professoraat aan de Gentse universiteit ging Varlez voor de Volkenbond in Genève werken. Jasmien Van Daele volgde zijn spoor en dat leverde een doctoraat op over "Engineering social peace. De Internationale Arbeidsorganisatie als laboratorium voor de transnationale uitwisseling van ideeën en de invloed op de sociale politiek in België (1919-1944)". Deze prestatie werd onlangs bekroond met de driejaarlijkse Europese prijs Jean Rey.

top

Nieuwe inventarissen

Op de website van het Liberaal Archief zijn sinds kort enkele nieuwe inventarissen ter inzage. Het gaat om de archieven van enkele belangrijke liberale voormannen uit de vorige eeuw.

Victor de Laveleye (1894-1945) bleef vooral bekend als de Franstalige stem van Radio Belgique, die tijdens de Tweede Wereldoorlog het moreel onder de bevolking in het bezette land probeerde hoog te houden. Hij speelde al een belangrijke rol als journalist voor de oorlog. Zijn politieke carrière bleef relatief beperkt. Hij was korte tijd voorzitter van de Landsraad van de Liberale Partij en minister van Justitie. Na de bevrijding was hij nog even minister van Onderwijs. Het archief van Victor de Laveleye berust bij de familie. Het Liberaal Archief kon jaren geleden al een groot deel daarvan fotokopiëren. Nu beschikt het ook over microfiches met de stukken die ooit in Moskou belandden en vijf jaar geleden aan de familie terugbezorgd werden.

Klik hier voor de inventaris van het archief van Victor de Laveleye.
Paul Kronacker (1897-1994) maakte bijna dertig jaar deel uit van het parlement, eerst als senator, daarna als volksvertegenwoordiger. Na de oorlog was hij op een paar jaar tijd lid van vijf regeringen, eerst als minister zonder portefeuille, vervolgens als minister van Bevoorrading. Hij maakte ongeveer 9 strekkende meter archief over. Het grootste deel bestaat uit parlementaire documenten en andere stukken betreffende beleidskwesties en interventies in de Kamer. Daarnaast vindt men ook informatie over de regeringsvorming en de werking van de Liberale Partij.

Klik hier voor de inventaris van het archief van Paul Kronacker.
Na een korte carrière als advocaat stapte de Antwerpenaar Robert Godding (1886-1953) in de koloniale zakenwereld. Hij ondernam diverse reizen naar Congo. Ook toen hij in 1932 als senator verkozen werd, ging zijn aandacht vooral naar de Belgische kolonie. Daar bracht hij zelfs de Tweede Wereldoorlog door. Na de oorlog werd hij een paar keer minister van Koloniën. Eind 1953 overleed hij in Leopoldstad. Zijn archief beslaat ongeveer 1,6 strekkende meter. Een groot deel daarvan gaat over Congo. Interessant is vooral Goddings correspondentie tijdens WO II met de Belgische ministers in Londen en andere prominenten.

Klik hier voor de inventaris van het archief van Robert Godding.
Omer Vanaudenhove (1913-1994) was de man die de Liberale Partij in 1961 verruimde tot de PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang), waarin ook gelovigen welkom waren. Dat leverde vier jaar later een schitterende verkiezingsoverwinning op. In 1968 - de tijd van "Leuven Vlaams" - kwam de partijvoorzitter op voor een unitair België, doch dat sloeg minder aan. Zijn politieke carrière was hij in 1938 begonnen als voorzitter van de Liberale Jonge Wacht van Diest. Tijdens WO II werd hij actief in het verzet, maar werd begin 1944 door de Duitsers opgepakt. Onmiddellijk na de oorlog kon hij burgemeester van zijn geboortestad worden. In 1954 trok hij naar de senaat. Als minister van Openbare Werken (1955-1961) besteedde hij veel aandacht aan de wegenbouw, zoals de kleine ring rond Brussel en de autoweg Brussel-Oostende. Zijn weduwe bezorgde het Liberaal Archief bijna 12 strekkende meter archief dat informatie bevat over de verschillende aspecten van zijn loopbaan.


Klik hier voor de inventaris van het archief Omer Vanaudenhove.
Klik hier voor een fotopagina over Omer Vanaudenhove.

top

De Blauwe Doos
150 jaar geleden - De Gentse liberalen heroveren de macht


"Wij zijn aan de heuglijke dag van 27 oktober 1857 gekomen. Al de kiezers zijn op hun post. De opgewondenheid in de stad bereikt haar hoogtepunt, de troepen zijn geconsigneerd. De kiesoperaties duren lang; het wordt donker", zo noteerde Willem Rogghé, een Gents journalist, boekhandelaar en liberaal politicus in zijn Gedenkbladen. "Opeens gaat uit de grote zaal van het stadhuis een ontzaglijk gejuich op: de 'verraders' liggen onder met 1.200 stemmen minderheid. Het was de verlossingskreet der Gentenaren, hun triomflied was 'Hebde niet gezien baas Kimpe en zijn peerd?' dat heel de nacht werd aangeheven".

De Gentse liberalen waren erg opgetogen met hun verkiezingsoverwinning van dinsdag 27 oktober 1857, net 150 jaar geleden. Drie jaar eerder waren ze de burgemeesterssjerp immers kwijtgeraakt. Judocus Delehaye, die als gematigde liberaal campagne gevoerd had, was kort na zijn aanstelling tot burgemeester overgelopen naar het klerikale kamp. Voor dit wapenfeit bedachten de Gentse liberalen hem met de spotnaam "Dok de draaier". De oppositie tegen zijn bestuur kreeg binnen het jaar de allure van een totale oorlog. Onder leiding van Charles de Kerchove, zoon van de vorige burgemeester, voerden de liberalen onafgebroken campagne binnen en buiten de gemeenteraad.

Een jaarlijks hoogtepunt waren de carnavalstoeten. Deze cavalcades - in die jaren georganiseerd ten voordele van de kas van de menslievende kring Zonder Naam - staken op ongezouten wijze de draak met het stadsbestuur. Op de Kouter ontstond een volkstoeloop aan het lokaal van de liberale Société La Concorde en dat van de klerikale Association Electorale Bourgeoise, in de volkstaal het Verkenskot resp. het Hondenkot genoemd. De massa koos, nogal voorspelbaar, voor de ludieke actie van de liberalen. De politie die in opdracht van Delehaye de orde moest herstellen, moest onverrichter zake rechtsomkeer maken.

Een vast onderdeel van de politieke strijd was de verspreiding van spotprenten. Een ervan toont hoe een (liberale) marktzanger het verhaal van de (klerikale) paljassen brengt, terwijl burgemeester Delehaye (met baard en windhaan op het hoofd) en bisschop Joseph Delebecque (met trechter of kaarsensnuiter op het hoofd) het Hondenkot betreden, waar ze opgewacht worden door een gemaskerde inquisiteur.

Over het carnaval van 1857 werd een fel antiklerikaal lied geschreven. Daarin brengt een cafébaas verslag uit over de recente gebeurtenissen op vraag van de ouwe dooie Pier, die even uit zijn graf opgestaan is om te horen of er nieuws is in Gent. Pier vindt het relaas zo spannend dat hij beslist nog tien dagen te blijven. In een volkse en kluchtige taal gaat het over "Dok de draaier" en de nefaste invloed van de kerk op de Arteveldestad. Het lied spot met de zeven ezelachtige volksvertegenwoordigers uit Gent, die door het onevenwichtige kiesstelsel allemaal van klerikale huize zijn. De tiende strofe verwijst naar de beruchte anekdote van de "koevoet", een volkse historie over de gescheiden werelden van arm en rijk, die nog verder leeft in het repertorium van de Gentse stadszanger Walter De Buck ("Koevoet es beter dan boelie"). De gewraakte gravin uit dit onverkwikkelijke verhaal prijkt trouwens op de spotprent (ze staat net achter de burgemeester).

Naarmate de verkiezingen naderden, nam de campagne toe in kracht en omvang. De polarisatie tussen klerikalen en antiklerikalen zou in Gent nog zelden zo hoog oplaaien. Dat blijkt onder meer uit het weekblad Baes Kimpe, dat enkele liberalen, onder wie Willem Rogghé, uitgaven in de aanloop naar die verkiezingen. De liberalen wonnen de stembusslag met glans. Delehaye kon een streep trekken onder zijn politieke ambities. Charles de Kerchove de Denterghem nam de sjerp over.

Klik hier (deel 1) en hier (deel 2) voor het originele carnavalslied uit 1857.
Klik hier voor een hedendaagse versie van het lied.

top

Baes Kimpe op onze website

"Laat onze wallen niet overvallen, noch door verraad, noch door geweld!". Met dit citaat, toegeschreven aan de Nederlandse dichter Vader Cats, opende het eerste nummer van het satirische blad Baes Kimpe op zondag 4 oktober 1857, enkele weken voor de beruchte verkiezingen van 27 oktober. De bedreigde wallen waren niet langer bolwerken en vestingen, maar de vrijheidsgeest, aldus de uitleg. Deze werd beschermd door de Belgische wetgeving maar bedreigd door de klerikalen. Die geest moesten de Gentenaars daarom met hand en hand verdedigen. Omgezet in de volkstaal luidde dat: "Eén enkele oogopslag van de laatste gebeurtenissen kan u beter dan veel vijven en zessen bewijzen dat er look in de meers is. Het is meer dan tijd dat men een handje toesteekt, want anders is de pap verbrand".

De naam Baes Kimpe verwees naar een eeuwenoud kinderliedje: "Heb je wel gezien, baas Kimpe met z'n peerd? Dat heeft een witte kop en een zwarte steert. 't Beestje kan geen haver meer eten, d'r was een strootje in z'n keeltje blijven steken". De melodie werd herhaaldelijk gebruikt om andere, vaak spottende teksten te verspreiden. In 1855 inspireerde deze figuur een theaterstuk van de Gentse auteur Hippoliet Van Peene, Baes Kimpe, drama in vijf bedrijven, over een voerman die rondrijdt met een oude knol die hij van de dood gered heeft. Dergelijk beest, bereden door een man die er veel gezonder uitziet dan zijn viervoeter, prijkte ook op de kop van het nieuwe satirische blad. Van het eerste nummer werden 10.000 stuks verspreid.

De redactie kwam elke woensdagavond samen in de loge Septentrion. Daar namen de heren het avondmaal (steevast biefsteak, kaas en bier) en verdeelden ze het werk. Het blad werd na anderhalf jaar opgedoekt, omdat sommige liberale voormannen de toon van het blaadje te scherp vonden en oordeelden dat de strijd tegen de klerikalen gestreden was. Maar - aldus de reactie van Rogghé - "te gauw verkochten zij de huid van de beer; wel was hij gewond, maar weldra zou hij dreigend weer voor ons staan en ons zijn ruige klauwen laten voelen".

Het Liberaal Archief bezit een volledige, verzorgde, gebonden uitgave van dit blad. De hele collectie van Baes Kimpe is nu op onze website te lezen. Veel plezier ermee!

Klik hier voor meer informatie over de geschiedenis van Baes Kimpe.
Klik hier voor alle nummers van Baes Kimpe.

top


© 2007 Liberaal Archief
Kramersplein 23
B-9000 Gent
tel + 32 9 221 75 05
fax + 32 9 221 12 15
info@liberaalarchief.be
www.liberaalarchief.be