terug naar alfabetisch overzicht
Klik op de afbeeldingen om te vergroten.
Alle foto's uit de fotocollectie van het Liberaal Archief

Alice BUYSSE


Alice Buysse werd geboren op 8 juli 1868 te Nevele als dochter van Pauline Loveling en Louis Buysse, een industrieel en liberaal schepen te Nevele. Haar familiebanden lezen bijna als een beknopte versie van de Vlaamse Wie is Wie. Ze was de achternicht van de liberale Vlaamse voormannen Paul Fredericq en Julius McLeod, de nicht van de schrijfsters Rosalie en Virginie Loveling en de zus van de auteur Cyriel Buysse en van de liberale politicus Arthur Buysse. Het politiek en sociaal engagement waarmee zij doorheen haar gehele opvoeding kennis maakte, was dan ook niet doorsnee te noemen en bereidde haar voor op een leven waarin maatschappelijke inzet centraal stond.
 
Alice BuysseVoor haar studies verhuisde ze een eerste keer naar Gent. Ze ging inwonen bij haar tante Virginie Loveling en werkte haar middelbaar onderwijs af aan het Institut de Kerchove. In 1892 huwde ze met Edmond De Keyser, verhuisde naar Zaffelare en leek tevreden te zijn met een rustig leven als echtgenote. In 1901 overleed haar vader echter en geen van haar beide broers was geÔnteresseerd in het voortzetten van het familiebedrijf. Alice Buysse nam dan maar zelf resoluut de leiding van het bedrijf over en werd voorzitster van de raad van beheer van de cichoreifabriek nv Buysse-Loveling, een taak die ze gedurende meer dan zestig jaar zou volhouden. Een tweede breekpunt was de Eerste Wereldoorlog. Aangemoedigd door opnieuw Virginie Loveling engageerde ze zich in de noodhulp aan de oorlogsslachtoffers, eerst te Nevele waar ze onder meer voorzitster werd van het regionaal Hulp- en Voedingscomitť en vervolgens te Gent. Daar ging ze samenwerken met de echtgenotes uit de belangrijkste Gentse liberale families, zoals de Kerchove de Denterghem, en raakte ze betrokken bij diverse grotere projecten zoals de hulp aan de kantwerksters en de werking van het Groene Kruis, een organisatie die warme maaltijden uitdeelde. Haar inzet maakte indruk, niet enkel op de Gentse liberale voormannen, maar nog beduidend meer op de Gentse bevolking.

Alice BuysseOp politiek vlak stonden haar activiteiten tot dan op een laag pitje. Ze was kort voor de oorlog lid geworden van de Amicale des Dames gantoises, een liberale vrouwenvereniging die zich over het gehele Gentse grondgebied bezighield met liefdadigheidswerk en waarvan ze in de loop der jaren ondervoorzitster en voorzitster werd. De harde politieke actie ging tegen haar natuur in en ze gaf de voorkeur aan sociale betrokkenheid, gekoppeld aan lokale initiatieven. Desondanks liet ze zich na de oorlog meevoeren in de opkomende politieke vrouwenbeweging. In 1921 richtte ze, onder meer samen met Marthe BoŽl de Nationale Federatie van Liberale Vrouwen op en in 1928 maakte ze deel uit van het eerste bestuur van het Secrťtariat des Oeuvres Sociales. Op nationaal vlak nam ze echter slechts uitzonderlijk deel aan de meetings en vergaderingen, ondanks het feit dat ze de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen duidelijk onderschreef en steunde. Haar interesse voor het lokale bleef domineren en de Gentse arena werd haar uitverkoren werkterrein. De invoering van het actief en passief vrouwenstemrecht op gemeentelijk niveau in 1920 bracht immers ook in Gent de eerste dames op de lijst. In 1921 stonden Alice Mourman, Louise Poirier en Lucie Verheughen-Lansweert op de liberale lijst, maar werden niet verkozen. Op zoek naar een verklaring hiervoor kwam de Liberale Associatie tot de conclusie dat de lijst geen nood had aan een symbolische aanwezigheid van vrouwen, maar veeleer aan een in Gent echt populaire vrouw aan wie de kiespropaganda een goede kiescampagne kon ophangen. Op zoek naar een dergelijke witte raaf kwam oud-burgemeester Emile Braun bij Alice Buysse terecht. Hij vroeg haar broer Arthur zijn zus te overtuigen om kandidaat te zijn bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Enigszins aarzelend gaf ze toe, ondanks tegenkantingen uit diverse hoeken: Virginie Loveling poogde haar duidelijk te maken dat de doordeweekse politiek een mannenzaak moest blijven, de katholieke kandidate Bertha Boonants verwierp haar kandidatuur omdat ze niet tot de groep van de harde feministes behoorde en de Gentse liberale nummer twee, Victor Carpentier, voelde zich bedreigd in zijn positie. In de aanloop naar de verkiezingen verbreedde ze, al dan niet uit noodzaak, haar actieterrein. Ze sloot zich aan bij de Damesafdeling van de Liberale Kring van de Vijfde Wijk (waarvan ze later erevoorzitster werd) en in 1925 werd ze medestichtster en eerste voorzitster van de Vereniging der Liberale Vrouwenafdelingen van Oost-Vlaanderen.

Carpentier kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 inderdaad gelijk. Alice Buysse kreeg een zesde plaats op de lijst, behaalde 501 voorkeurstemmen waardoor ze in de liberale populariteitspoll enkel burgemeester Alfred Vanderstegen moest laten voorgaan en Carpentier met bijna 200 naamstemmen overtrof. Op 3 januari 1927 legde ze voor de eerste keer de eed af als gemeenteraadslid, waarna ze de woordvoerster bij uitstek werd op de haar meest vertrouwde terreinen: liefdadigheid, sociale zaken en dierenbescherming. Dit laatste aandachtspunt viel niet zomaar uit de lucht. Dierenliefde was haar van in de wieg bijgebracht en maakte integraal deel uit van haar engagement. In 1897 was ze medeoprichtster van de Gentse Maatschappij voor Dierenbescherming waarvan ze tot 1963 voorzitster zou blijven. Een van haar meest tastbare verwezenlijkingen op dit vlak was de bouw van het dierenasiel in het Citadelpark, dat in 1956 zijn deuren opende. Daarnaast schreef ze ook een dertigtal moraliserende kortverhalen waarmee ze het respect en de liefde voor de dieren wou illustreren en promoten (klik hier voor de bibliografische lijst).

In 1932 nam ze opnieuw deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en was via de poll naar de vierde plaats op de lijst verhuisd. Net zoals in 1926 liet ze met 990 voorkeurstemmen enkel burgemeester Vanderstegen voorgaan en ze zette haar mandaat voort. Enkele weken na de verkiezingen vond een voor haar speciale gemeenteraadszitting plaats. Op 21 november werd de gemeenteraad immers gevraagd te stemmen over het voorstel om een straat te noemen naar haar recent overleden broer Cyriel Buysse, een straat waarin jaren later Willy De Clercq een thuis zou vinden.

Dierenasiel GentIn 1938 besloot de intussen zeventigjarige Alice Buysse niet langer deel te nemen aan de verkiezingen en de nieuwe generatie voorrang te geven. De Federatie van Liberale Vrouwen van Groot-Gent betreurde dit ten zeerste en slaagde erin haar te overtuigen nog ťťnmaal deel te nemen. De vrouwenafdelingen sloegen de handen in elkaar voor haar verkiezingscampagne en dienden een vlammend protest in bij de Liberale Associatie die Buysse om diverse redenen naar de vijfde plaats op de lijst had verbannen. Op 6 oktober echter maakte ze haar reputatie opnieuw probleemloos waar. Op de liberale lijst haalde ze het tweede hoogste aantal voorkeurstemmen (1.013), deze keer enkel voorafgegaan door Alfons Colle (1.564). De opeenvolgende verkiezingssuccessen leverden haar in de tweede helft van de jaren dertig duidelijk het respect op binnen de Gentse liberale kringen. Het partijbestuur respecteerde haar visie en de diverse vrouwenverenigingen rekenden op haar voor de verdediging van hun politieke eisen bij de Liberale Associatie. Met de twee voorzitters uit deze periode, Jean Van Impe en Henri Story, onderhield ze dan ook nauwe contacten en ze slaagde erin de emancipatie van de vrouw daadwerkelijk ingang te laten vinden in de traditionele mannenclub die de politiek toen nog was. Zo bekwam ze voor de vrouwen onder meer het recht om deel te nemen aan de polls voor de nationale verkiezingen en kon ze na onderhandelingen met het bestuur verkiesbare plaatsen afdwingen voor onder meer de provincieraadsverkiezingen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was ze tweeŽnzeventig. Na de Duitse inval vluchtte ze naar Zuid-Frankrijk, maar keerde na korte tijd terug naar BelgiŽ en trok zich terug op haar buitengoed in Drongen, waar ze zich beperkte tot steun aan de lokale hulpverenigingen voor de oorlogsslachtoffers.

De kiescampagne van 1946 wou ze, gezien haar leeftijd, aan zich laten voorbijgaan maar opnieuw slaagde men erin haar te mobiliseren. Ondanks alle aandringen weigerde ze nogmaals kandidaat te zijn maar ze zette zich wel in voor de organisatie van de kiescampagne van de kandidaten voor de Federatie van Liberale Vrouwen van Groot-Gent. Na de verkiezingen organiseerde de Liberale Associatie een grootse huldiging waarop Henri Liebaert Alice Buysse bedankte voor de vele bewezen diensten, waarna ze zich definitief terugtrok te Drongen. Ze overleed te Gent op 25 januari 1963 op de leeftijd van vijfennegentig jaar en werd na een burgerlijke plechtigheid bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo in Sint-Amandsberg.

Over de rol van Alice Buysse in de nationale en internationale vrouwenbeweging, publiceerde het Liberaal Archief:
B. D'hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten. Een portret van vijf liberale vrouwen.

Klik hier voor meer foto's van Alice Buysse.