Het gebruik van het blauw als kleur van de liberale familie vindt zijn oorsprong in de kieswet van 1877 die de kiesverrichtingen grondig reorganiseerde.
Deze wet legde onder meer vast hoe de stembrieven er dienden uit te zien. De kandidatenlijsten op de stembiljetten werden voortaan in alfabetische kolommen
en in een bepaalde kleur gedrukt: links, in blauw de liberale; rechts, in karmijnrood de katholieke namen; zwart werd voorbehouden voor onafhankelijke kandidaten.
D. Destanberg verhaalt dit in De kiezingen te Gent sedert 1830 (Gent, 1907, p. 245 - Wetgevende kiezing van 8 juni 1878) als volgt. "Om de ongeletterden ter hulp te komen was de liberale lijst in het blauw en de katholieke in het rood gedrukt. Vandaar de blauwe kleur voor de liberale partij en de rode voor de katholieken tot op het ogenblik dat de socialisten in het strijdperk getreden zijn. Het blauwe vaandel is de liberalen eigen gebleven; het rode behoort nu toe aan de werkerspartij."
Deze maatregel ter vereenvoudiging van het stemmen evolueerde inderdaad al gauw naar een blijvende identificatie van de liberale familie met de blauwe kleur.
De liberalen hadden weliswaar geen inbreng gehad in de keuze van de kleuren, toch speelden ze daar tijdens de verkiezingscampagne van 1878 handig op in
en hun daaropvolgende kiesoverwinning maakte hun band met het blauw alleen maar sterker.
De uitbreiding van het kiezerspubliek door de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893 deed de behoefte aan een eenvoudige politieke boodschap
nog toenemen. Het blauw ging de vooruitgang en het verzet tegen de katholieke ideeën symboliseren. In die periode verwezen ook steeds meer liberale bladen en
verenigingen in hun benaming naar blauw.
Het gebruik van het gekleurde stembiljet is reeds lang verdwenen, doch het blauw is definitief als kleur van de liberale familie
en als symbool van het liberale ideeëngoed ingeburgerd.
|