terug naar vorige pagina
Klik op de afbeeldingen om te vergroten.
Alle foto's uit de fotocollectie van het Liberaal Archief

Charles DE KERCHOVE DE DENTERGHEM


Affiche oprichting monument Charles de KerchoveOp 24 juli 1898 was de wijk rond de Kortrijkse Poort getuige van een uitzonderlijk eerbetoon. Meer dan tachtig verenigingen en organisaties defileerden over de toenmalige Citadellaan voorbij het twintig meter hoge monument ter nagedachtenis aan graaf Charles de Kerchove de Denterghem. Met een rijkelijk versierde affiche had burgemeester Braun de bevolking ook opgeroepen om de straten tussen het stadhuis (waar de stoet vertrok) en de huidige Charles de Kerchovelaan feestelijk te bevlaggen, waardoor de huldiging bijna een koninklijke allure kreeg. Gent vierde immers een van zijn belangrijkste burgemeesters en dit moest weerklank vinden tot ver buiten de stadsgrenzen.
Vandaag staat het monument er meestal wat verloren bij: op de middenberm van een drukke ringweg, zo goed als onbereikbaar voor voetgangers, met als enige uitzondering de creatieve studenten die de bijbehorende fontein af en toe eens omtoveren in een bruisend schuimbad. Charles de Kerchove verdient eigenlijk wel beter.

Geboren in 1819 als zoon van Constant de Kerchove (Gents burgemeester van 1842 tot 1854), groeide hij op in een toonaangevende liberale Vlaamse familie. Na zijn ingenieursstudies werd het als vanzelfsprekend beschouwd dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden. Daar het familiefortuin een van de grootste in Oost-Vlaanderen was, kon Charles zich bijna voltijds inzetten voor de politiek. Naast zijn Gentse politieke loopbaan was hij dan ook provincieraadslid, volksvertegenwoordiger en senator.
In 1854, bij het vertrek van zijn vader uit de Gentse politiek, begon hij meer op de voorgrond te treden in de Liberale Associatie. De Gentse liberalen bevonden zich op dat moment in crisis. Tegenstellingen binnen de associatie, met de afscheuring van de liberaal-katholieken tot gevolg, zorgden er (voor de eerste keer sinds 1830) voor dat een liberale voorman de duimen moest leggen voor zijn katholieke tegenkandidaat.
Judocus Delehaye werd in 1854 burgemeester met een katholiek en liberaal-katholiek bestuurscollege. De liberale partij herpakte zich, verkoos Charles tot voorzitter en in 1857 verloor Delehaye, ook wel Dok-den-draaier genoemd wegens zijn politieke overloperij, zijn burgemeestersjerp. Hij werd opgevolgd door Charles de Kerchove, die tot 1881 met een homogeen liberale gemeenteraad de dienst zou uitmaken op het stadhuis. In de verkiezingen van 1860, waarbij de tegenstellingen tussen klerikalen en antiklerikalen een hoogtepunt bereikten, werden de katholieken verpletterend verslagen. Totaal ontmoedigd dienden zij tot 1881 zelfs geen eigen kieslijsten meer in en waren de gemeenteraadsverkiezingen in Gent veeleer een populariteitspol voor de verschillende liberale fracties en hun kopmannen.

Voor Charles de Kerchove lag dan ook de weg open om met een onbedreigde meerderheid, en dit gedurende meer dan twintig jaar, vorm te geven aan zijn visie voor Gent. Hij had duidelijk een stad voor ogen die de infrastructuur van een handels- en industrieel centrum moest bezitten, die ruimte moest bieden voor ontspanning en cultuur, die een burgerlijk prestige moest uitstralen, en dit alles met een goed opgeleide en gezonde bevolking. Kortom, een stad die de liberale principes uitstraalde.
Charles de Kerchove de Denterghem Een belangrijk gedeelte van deze doelstellingen werd gerealiseerd via uitgebreide openbare werken. De aanleg van brede lanen rond de stadskern, gecombineerd met een ringspoorweg, verhoogde de bereikbaarheid en vergemakkelijkte het industrieel transport. De uitbouw van de haven met nieuwe dokken, verbeteringswerken aan het kanaal Gent-Terneuzen, het graven van het kanaal Gent-Brugge en de uitbreiding van het Stapelhuis aan het Handelsdok gaven de aanzet tot een moderne infrastructuur voor de scheepvaart. Ook de sanering van de stad zelf stond op de prioriteitenlijst, zeker na de grote cholera-epidemie van 1866. Ongezonde beluiken (zoals de wijk Batavia aan de Blandijnberg) verdwenen en er werden nieuwe woonkernen gesticht buiten het directe centrum van de stad. Gebouwen zoals het grote Instituut voor Wetenschappen aan de Rozier verrijkten het stadsbeeld en men begon met de restauratie van het stadspatrimonium: het stadhuis kwam eerst aan de beurt en vervolgens werden de eerste stappen gezet voor de restauratie van het Gravensteen (dat op dat moment eigendom was van een aantal fabrikanten) door de aankoop van het poortgebouw.
Ook de secularisering van het openbaar leven ging in deze periode met rasse schreden vooruit. Charles de Kerchove gaf opdracht voor het bouwen van het eerste burgerlijk hospitaal in Gent (de Bijloke), liefdadige instellingen kregen een lekenbestuur en er werd een burgerlijk weeshuis voor jongens opgericht. Ondanks heftig verzet van de Gentse clerus onder de leiding van bisschop Bracq werd in 1873 de eerste burgerlijke begraafplaats in gebruik genomen. Het klerikale verzet tegen deze Westerbegraafplaats leverde deze trouwens de bijnaam “Geuzenkerkhof” op. In grote stadsfestiviteiten vinden we dezelfde breuklijn terug: de inhuldiging van het standbeeld van Jacob van Artevelde op de Vrijdagmarkt in 1863 werd een liberaal feest met Artevelde als zinnebeeld van de opkomende burgerij, wat voor zure oprispingen zorgde in de katholieke pers. Nog veel verder gingen de Pacificatiefeesten uit 1876, waarin de liberalen het einde herdachten van de godsdienstvervolgingen in 1576 door de ondertekening van de Pacificatie van Gent. Katholieken beschouwden deze feestelijkheden als een regelrechte aanval op de Kerk en riepen tevergeefs op tot een boycot van de feesten. Een grote herdenkingssteen in de Pacificatiezaal van het stadhuis herinnert nog steeds aan deze memorabele gebeurtenis.

Zo de infrastructuur van de stad al aangepast raakte aan de nieuwe tijden, was het voor het toenmalige schepencollege minstens even belangrijk om ook een andere steunpilaar van de liberale gedachte vorm te geven, met name het recht op onderwijs. Onder Charles de Kerchove en met de steun van zijn schepenen van onderwijs (de zwaargewichten Gustave Callier en August Wagener naast de gedreven Charles Andries en de flamingant Jacob Heremans) breidde het netwerk van het stedelijk onderwijs razendsnel uit. In de loop van zijn ambtsperiode steeg het aantal leerlingen van de lagere stadsscholen van 5.000 naar 19.000 en werden talrijke nieuwe schoolgebouwen opgetrokken. Naast het lager onderwijs was er ook aandacht voor de andere onderwijsvormen: de Kunstacademie werd vernieuwd en heringericht, het Muziekconservatorium kreeg een nieuwe behuizing en het Koninklijk Atheneum op de Ottogracht werd uitgebreid. Twee nieuwe normaalscholen dienden in te staan voor de opleiding van jonge leerkrachten. Het is dan ook niet overdreven om te stellen dat de huidige succesvolle inplanting van het officieel onderwijs in Gent zijn wortels heeft in de politieke visie van Charles de Kerchove en zijn tijdsgenoten. Verwonderlijk is het dan ook niet dat na zijn overlijden de school in de Bagattenstraat de naam Institut de Kerchove (huidige oude vleugel van de stedelijke freinetschool De Harp) meekreeg en dat we in de Pollelepelstraat nog steeds de Home Charles de Kerchove terugvinden.

monument Charles de Kerchove GentOok zijn persoonlijke hobby bewees op termijn een verrijking voor de stad te zijn. Net zoals velen uit de toenmalige burgerij was de Kerchove een enthousiast botanist. De aanleg van het Citadelpark op de plaats van de toenmalige Hollandse kazerne was één van zijn lievelingsprojecten, het is dan ook niet toevallig dat de Charles de Kerchovelaan met daarop het reeds vermelde monument aan dat park gelegen zijn. Ook op één van zijn persoonlijke domeinen bracht hij zijn botanische droom tot leven. Aan de Nieuwe Wandeling liet hij rond 1875 één van de grootste private winterserres van Europa bouwen. De wintertuin was internationaal befaamd en voor het toenmalige Gent een belangrijke toeristische trekpleister. Met een totale oppervlakte onder glas van 2.100m² en een hoofdgalerij die tot 14 m hoog ging, met een uitgebalanceerde rijkdom aan bloemen en planten, werd deze wintertuin een symbool voor de succesvolle liberale burgerij. Waar deze serre vroeger stond bevindt zich nu de Wintertuinstraat, de laatste herinnering aan helaas verdwenen schoonheid.
Ook zijn belangrijkste deelname aan het verenigingsleven situeerde zich in deze context. De in 1808 opgerichte Maatschappij voor Hofbouw- en Kruidtuinkunde verzorgde reeds gedurende decennia diverse exposities en tentoonstellingen. Deze activiteiten speelden zich sinds 1837 af in het pompeuze Casino en het daarrond liggende park aan de Coupure, aan het huidige Casinoplein, en onder de Kerchove werd het gebouw uitgebreid met een nieuwe tentoonstellingshal van 2.500m². Het Casino werd vlug dé ontmoetingsplaats voor de hoge burgerij, terwijl in het park regelmatig volksfeesten werden georganiseerd. Koningen en prinsen bezochten de exposities, die kort na de Belgische onafhankelijkheid reeds waren uitgegroeid tot de voorlopers van de vijfjaarlijkse Floraliën. In 1875 werd Charles voorzitter en belangrijkste promotor van de vereniging en van haar internationaal beroemde Floraliën. De familie de Kerchove zou het gehele Floraliëngebeuren nooit meer loslaten. Charles werd als voorzitter opgevolgd door zijn zoon Oswald (met een interregnum van 4 jaar door Hippolyte Rolin) die tot 1906 de vereniging leidde en erin slaagde om het wetenschappelijke aspect van de vereniging internationale faam te bezorgen. Vanaf dan dook met de regelmaat van de klok een de Kerchove op aan het hoofd van de vereniging.

In 1881 begon Charles de Kerchove duidelijk te denken aan een rustiger leven, weg van de politieke bedrijvigheid. In november bood hij zijn ontslag als burgemeester aan de koning aan, doch Leopold-II weigerde zijn ontslag te aanvaarden. Charles bleef echter bij zijn standpunt, maar zijn plots overlijden in februari 1882 maakte de gehele procedure overbodig. Zijn schoonzoon Hippolyte Lippens volgde hem op als burgemeester en als bouwheer van een liberaal Gent.
Charles werd begraven op “zijn” Westerbegraafplaats onder een gigantische maar heel sobere sarcofaag. Blijkbaar oordeelde men dat een opsomming van verdiensten of een huldebetoog gegrift in arduin overbodig was: de naam de Kerchove sprak duidelijk genoeg voor zich.

Bart D'hondt

Zie ook over het monument van Charles de Kerchove: Vaste waarden in Gent.
top