Met Hippolyte Lippens kreeg Gent in de laatste decennia van de negentiende eeuw zijn eerste burgemeester
die niet van Gentse origine was. Hij werd weliswaar geboren te Gent op 16 oktober 1847, maar groeide op te Moerbeke, een gemeente die nog steeds een unieke positie inneemt in het Vlaamse politieke landschap.
In het jaar van zijn geboorte werd zijn vader, Auguste Lippens er verkozen tot liberaal burgemeester en vanaf dat jaar tot op heden kon de liberale partij een
absolute meerderheid behouden in de gemeenteraad van Moerbeke.
In 1865 verliet hij Moerbeke om te gaan studeren aan de Sorbonne te Parijs. Hij behaalde er een baccalaureaut in de letteren en studeerde
vervolgens verder aan de Gentse universiteit waar hij in 1869 de graad van doctor in de Politieke Wetenschappen behaalde. Hij rondde zijn studies in
1871 af met een doctoraat in de rechten en schreef zich in aan de balie waar hij vanaf 1874 genoteerd stond als advocaat bij het hof van beroep.
Zijn huwelijk in 1873 met Louise de Kerchove de Denterghem, dochter van burgemeester
Charles de Kerchove, had intussen voor een stevige introductie
in de Gentse Liberale Associatie gezorgd. Reeds in 1874 werd hem het partijsecretariaat toevertrouwd en werd hij een van de belangrijkste figuren
achter de schermen. Hij zette een herstructurering van de partij in gang, reorganiseerde de traditionele kiescampagne van de liberalen en werd de
hoofdarchitect van de grote verkiezingsoverwinningen (parlement en gemeenteraad) van 1878. Heel belangrijk hierbij was de vernieuwing en vooral de
verjonging die hij binnen de Associatie had gerealiseerd. De kieshervorming van 1871 en de onenigheid binnen de liberale associatie (die in 1874 had
geleid tot de afscheuring van de progressisten onder de leiding van Paul Voituron en Henri de Brouckère) hadden immers de terechte vrees doen ontstaan
dat de katholieken een goede kans maakten om bij de volgende verkiezingen de verzwakte liberalen te vervangen in het stadsbestuur. De oude garde met
onder meer burgemeester de Kerchove en Hippolyte Metdepenningen slaagde er niet in zich aan te passen aan deze nieuwe situatie en er ontstond een
patstelling. Met Lippens als nieuwe sterke figuur vond de partij dan ook een uitweg. Hij nam van bij zijn aanstelling tot secretaris een groep van
jonge radicalen (zoals Hippolyte Callier, Jules de Vigne, Gustave Rolin-Jacquemyns, Auguste Wagener en Adolphe Dubois) op in zijn entourage en slaagde
er tussen 1874 en 1878 in om binnen de partij een nieuwe generatie aan de macht te brengen. Hun ideeëngoed bleek veel beter aan te sluiten bij dat van
de progressisten en bood een antwoord op de kiesuitbreiding van 1871. Hierdoor werd Lippens incontournable in de Gentse politiek.
Het duurde echter nog tot 1882 voor hij zelf een politiek mandaat opnam. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1881 werd de verjonging
definitief doorgevoerd, elf van de twintig liberale gemeenteraadsleden verlieten de raad en werden vervangen door de groep rond Lippens. Hijzelf
bleef nog eventjes aan de zijlijn staan. Zijn schoonvader bood enkele maanden later echter zijn ontslag aan als burgemeester en Lippens was de enige
kandidaat om de zetel over te nemen bij de tussentijdse verkiezingen van januari 1882. Hij kreeg de unanieme steun van de opgekomen kiezers, werd
ingezworen als gemeenteraadslid en nam op 34-jarige leeftijd het burgemeesterschap over. Deze grote carrièresprong was niet helemaal verwacht en
had eigenlijk nooit in de lijn van de verwachting gelegen. Reeds van in de jaren ‘70 had de Associatie immers al nagedacht over de opvolging van
Charles de Kerchove en uiteindelijk had men de voorkeur gegeven aan zijn zoon Oswald, die trouwens gehuwd was met Marie Stéphanie Lippens,
de zus van Hippolyte. Wanneer Oswald echter in 1878 werd benoemd tot gouverneur van de provincie Henegouwen, kwam de functie van kandidaat-burgemeester
plots vacant. Als woordvoerder van de nieuwe generatie liberalen was Lippens echter de meest logische keuze.
Als burgemeester drukte hij een enorme stempel op de stad. Eerst en vooral werd hij burgemeester op een politiek-maatschappelijk keerpunt in de
Belgische geschiedenis. Onder druk van de progressieve vleugel bij de liberalen en van de opkomende socialisten was op het einde van de jaren ‘70 een
eerste democratiseringsgolf op gang gekomen. De uitbreiding van het kiesrecht kon niet langer worden uitgesteld en ook sociale maatregelen drongen zich op.
Intussen werd de schoolstrijd met een zelden geziene bitsigheid gevoerd en laaiden de tegenstellingen tussen katholieken en liberalen hoog op.
Lippens bewoog zich in deze context als een vis in het water. Hij was een van de weinige liberale topfiguren die voor de socialisten aanvaardbaar
bleek en ook een deel van hun programmapunten onderschreef. Hij verleende zijn steun aan manifestaties ten voordele van het algemeen
enkelvoudig stemrecht en kwam in 1885 als eerste Gentse liberale voorman naar de Vooruit om er te bemiddelen in een arbeidsconflict. In 1892
ging hij nog een stap verder en aanvaardde de uitnodiging om in het socialistisch partijlokaal in de Bagattenstraat deel te nemen aan een debat
met vader Anseele en de progressist Cambier over de verdere herziening van het stemrecht. Dergelijke acties, evenals de verdere hervormingen die hij in
de loop van de jaren ’80 en ’90 doorvoerde binnen de Gentse Associatie, maken vooral duidelijk dat Lippens heel goed besefte dat de
tijdsgeest zich tegen de oude en eerder elitaire liberale partij zou gaan keren. Hij volgde de enige logische koers en begon met de uitbouw van een
embryonale liberale volkspartij, een taak die pas onder Braun en vooral Mechelynck echt vorm zou beginnen krijgen.
Een veelvuldig door Lippens gehanteerd instrument in de politieke strijd was ongetwijfeld de pers. De Gentse liberalen hadden, net zoals de
liberalen in het algemeen, steeds veel aandacht voor dit informatiekanaal en hadden dan ook een rijke pershistoriek met uitgevers zoals Lodewijk De Vriese
en Willem Roghé, met kranten zoals de
Gazette van Gent en
La Flandre Libérale. Traditioneel werd de krant ingezet tegen de katholieke opponenten die over een
eigen pers en vooral over de macht van de kansel beschikten. Lippens werd voorzitter van de raad van beheer en meerderheidsaandeelhouder van
de
Presse libérale gantoise die onder meer de
Flandre uitgaf, maar richtte zich ook tot het toekomstige nieuwe kiespubliek van de liberalen. In 1882 stichtte hij
Het Morgenblad van Gent en in vanaf 1888 ging hij verder met
De Vrijheid, een antisocialistisch werkmansblad dat democratisering via volksontwikkeling en
taalvrijheid in zijn vaandel voerde.
Onder Lippens ging het grootste urbanisatieproject dat Gent ooit heeft gekend van start. Zijn voorgangers hadden een begin gemaakt met
de sanering van de oude stad maar grootschalige wijzigingen aan het stadsbeeld waren uitgebleven. Onder Charles de Kerchove werd werk gemaakt van
het plan voor de sanering van de Neerscheldewijk, wat uitmondde in het grootse ontwerp van Edouard Zollikofer en Edmond de Vigne. De weerstand in
de gemeenteraad was echter heel taai en de Kerchove kreeg het plan nooit goedgekeurd. Lippens zette de nodige druk op de raad en kon kort na zijn aantreden
starten met de uitvoering van de werken. Tussen het Zuidstation en het stadscentrum verscheen een volledig gerenoveerde wijk, opgetrokken rond een nieuwe
statige boulevard (nu Vlaanderenstraat, Limburgstraat en Henegouwenstraat). Naar het voorbeeld van Parijs, waar Haussmann in de jaren 1850-1860 meer dan
honderddertig kilometer lanen liet aanleggen, werd de nieuwe Gentse stadsas eveneens afgeboord met monumentale burgerhuizen in diverse neo-stijlen. Het is
dan ook meer dan terecht dat het centrale punt van de wijk in 1918 de naam Hippolyte Lippensplein kreeg, in Gent beter bekend als het ‘Rond Punt’. Ook
de sanering en gezondmaking van onder meer de Heirniswijk en de wijk rond de Blandijnberg (de Bataviawijk) vonden plaats onder zijn bewind, evenals belangrijke
uitbreidingswerken aan de Gentse haven. Zijn aandacht beperkte zich echter niet tot modernisering en nieuwbouw. Onder Lippens begon Gent ook aandacht
te schenken aan zijn historisch erfgoed. Met de steun van liberale politici zoals Vuylsteke, de Maere, Wagener en Vander Haeghen maakte hij een begin met de
restauratie van onder meer het Gravensteen, het Dammansteen en het Duivelsteen. Voor de verderzetting van al deze projecten hoefde Lippens niet te vrezen. Hij
legde de coördinatie van het urbanisatieplan in de handen van een ingenieur van Duitse afkomst uit Nijvel, door zijn schoonvader in 1879 benoemd tot directeur van
de stadswerken, een zekere Emile Braun. Deze zou Lippens in 1895 opvolgen als burgemeester en de renovatie op nog grotere schaal verderzetten.
Wanneer Lippens in 1895 de burgemeestersjerp aan Braun overliet, ‘beperkte’ hij zich tot zijn overige interesses. Hij was reeds actief geweest in
het parlement als lid van de kamer van volksvertegenwoordigers (1882-1886 en 1889-1890) en keerde van 1900 tot 1906 terug als senator. Ook als beheerder was hij steeds heel
actief geweest, onder meer van verschillende suikerfabrieken in binnen- en buitenland die de basis vormden van het fortuin van de familie Lippens. Hij had zijn schoonvader ook opgevolgd als lid van de raad van beheer van de ASLK. Op 59-jarige leeftijd werd hij onverwacht zwaar ziek en op oudejaarsavond 1906 overleed hij.
Lippens gaf Gent in de vijftien jaar van zijn bestuur op meerdere terreinen een nieuw gezicht en loodste de stad zonder veel schade
door een politiek stormachtige periode van verandering. Volgens Pierre Kluyskens was Lippens ontegensprekelijk een van de meeste capabele en verstandige burgemeesters
die Gent ooit heeft gekend. Ondanks zijn gematigd-progressief imago was hij echter niet zo populair als zijn voorgangers. Hij was een
autoritair en gesloten figuur die koppig een eigen koers voer, desnoods tegen de stroom in. Zijn heftig antiklerikalisme maakte een compromis met de
katholieke partij zo goed als onmogelijk en vervreemdde een deel van de gelovige liberalen van de partij.
Lippens werd begraven op de Westerbegraafplaats waar hij rust in een familiekelder,
samen met zijn vrouw die hem vijfentwintig jaar overleefde en zijn zoon Maurice. Een eenvoudige marmeren grafzerk, dicht bij dat van de
familie de Kerchove de Denterghem, vermeldt met terechte trots “ancien bourgmestre de la Ville de Gand”.