terug naar "Blauw in de grote Vlaamse steden ?"
terug naar alfabetisch overzicht

Klik op de afbeeldingen om te vergroten.
Alle foto's uit de fotocollectie van het Liberaal Archief

Laurent MERCHIERS


Voor de liberale Gentenaars was het op 1 januari 1947 een vreemd ontwaken. Als de korte bestuursperiode (1854-1857) van burgemeester Judocus Delehaye, die als liberaal werd verkozen maar vervolgens overstapte naar de katholieke partij, buiten beschouwing wordt gelaten, kreeg Gent die dag haar eerste niet-liberale burgemeester sinds 1830. Een homogeen CVP-college met Emiel Claeys aan het hoofd nam toen de fakkel over van de paarse coalitie onder leiding van de liberaal Vanderstegen. Een lange traditie was gebroken. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen keerde het tij en kreeg Gent opnieuw een liberale burgemeester, Laurent Merchiers.

Laurent Merchiers als Minister van JustitieLaurent Merchiers werd geboren op 9 juni 1904 als zoon van Petrus Merchiers, een inspecteur-generaal bij het ministerie van verkeerswezen, en Bertha De Smet. Hij groeide op te Zottegem, waar hij lid werd van de Liberale Jonge Wacht en een verdienstelijk saxofonist was in de lokale liberale harmonie. Na lagere school te hebben gelopen in zijn geboortestad, volgde hij humaniorastudies aan het Gentse atheneum. Hij studeerde verder aan de Gentse universiteit waar hij in 1928 doctor in de rechten werd en in 1930 bijkomend de graad van licentiaat in het notariaat verwierf. Tijdens zijn studentenperiode zette hij zijn politiek engagement verder. Hij was lid van de Société Générale des Etudiants Libéraux en schreef bijdragen voor hun tijdschrift l’Appèl. In 1925 werd hij lid van het Federaal Comité van de Liberale Jonge Wachten. Eenmaal afgestudeerd bleef hij in Gent en schreef zich in aan de balie met als stagemeester de liberaal Leon Hallet, met wiens dochter Paula hij in 1933 huwde.

Op politiek vlak zat hij intussen niet stil. Hij vervoegde de Gentse Liberale Associatie en in 1928 werd hij verantwoordelijk voor de politieke editorialen in de Gazette van Gent, een liberale krant met als beheerder Henri Liebaert. Hij werd ondervoorzitter van Liberale Kring van de Heuvelpoort en in 1938 koos het congres van de Liberale Jonge Wachten hem tot nationaal voorzitter. In 1936 nam hij voor het eerst deel aan de verkiezingen. Hij werd verkozen tot provincieraadslid en bleef dit tot 1946. In 1938 was hij eveneens kandidaat-gemeenteraadslid maar werd niet verkozen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij gemobiliseerd en hij trok als stafofficier naar het front. Hij was betrokken bij onder meer de gevechten aan het kanaal Gent-Terneuzen, werd na de Tiendaagse Veldtocht krijgsgevangen genomen maar reeds in juli 1940 vrijgelaten. Merchiers sloot zich vrijwel onmiddellijk aan bij het verzet en nam deel aan de redactie van de sluikbladen Vrij en Het Belfort. Na de bevrijding werd hij als adjunct van generaal Tancré belast met de coördinatie van de activiteiten van de verzetsgroepen en was hij tot 1946 Provinciaal Commissaris voor de Repatriëring van de politieke gevangenen uit Duitsland.

Hij hernam vervolgens zijn professionele en academische bezigheden en werd docent aan de Gentse universiteit, waar hij in 1955 werd aangesteld tot buitengewoon hoogleraar en in 1965 tot gewoon hoogleraar. Op politiek vlak bleef hij intussen snel doorgroeien en in 1945 werd hij lid van het nationaal partijbureau. De Gentse situatie was intussen door de gevolgen van de oorlogsomstandigheden moeilijk komen te liggen. Burgemeester Vanderstegen was ziek en liet zich vervangen door zijn eerste schepen René Derycke, terwijl zijn voorziene opvolger als liberaal burgemeester Henri Story omgekomen was in het concentratiekamp van Grosz-Rosen. Ook de andere vooroorlogse liberale kopstukken ontbraken op het appèl: Victor Carpentier was overleden, Alice Buysse was net zoals Vanderstegen uit de politiek gestapt en Alfons Colle, door de bestendige deputatie net vrijgesproken van collaboratiebeschuldigingen, stelde zich niet langer kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. De grote stemmentrekkers waren met andere woorden van het toneel verdwenen en de Liberale Associatie had het heel moeilijk om zich te herpositioneren. De vervanger van Story, René Derycke, trok de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 maar zoals te verwachten was, leden de liberalen een verpletterende nederlaag. Ze vielen terug op vier zetels, een absoluut dieptepunt. Merchiers, die op de vierde plaats op de lijst stond, was verkozen met dubbel zoveel voorkeurstemmen als de andere verkozenen Derycke, Van Wettere en Van Hauwaert. Ook hun coalitiepartner de BWP ging achteruit en de CVP behaalde met twintig van de negenendertig zetels een nipte absolute meerderheid. Tot grote ergernis van de liberalen en socialisten, die aanstuurden op de vorming van een tripartite, besloot de CVP een homogeen college te vormen en zo werd Emiel Claeys burgemeester van Gent.

Voor de Liberale Associatie brak een periode van oppositie aan, een primeur in de Gentse geschiedenis. De zes lange jaren tot de volgende verkiezingen werden echter goed benut. Merchiers was nu ontegensprekelijk de ‘coming man’ en werd ondervoorzitter van de Associatie. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 1952 werd de top van de Associatie aan een hoog tempo verjongd en de partij mat zich een moderner imago aan. Dit resulteerde onder meer in een sterk vernieuwde kandidatenlijst waarop drieëntwintig van de negenendertig kandidaten voor het eerst opkwamen. Aan de kop van de lijst stond Merchiers, gevolgd door onder meer Leon Cnudde, Jacques Vanderstegen en de jonge Willy De Clercq. De kiesstrijd werd hard gevoerd en kreeg al heel vroeg het imago van allen-tegen-één. Het homogeen CVP-college kwam zwaar onder vuur te liggen en moest uiteindelijk de duimen leggen. De CVP verloor twee zetels terwijl de socialisten er twee en de liberalen er een wonnen. De coalitiegesprekken verliepen moeilijk. Merchiers stuurde eerst aan op een tripartite waarbij de liberalen naar aloude gewoonte een buffer zouden kunnen vormen tussen katholieken en socialisten, maar twee belangrijke argumenten deden hem van mening veranderen. Eerst en vooral zou een dergelijke tripartite geen oppositie hebben in de gemeenteraad, wat als politiek ongezond werd beschouwd. Belangrijker was echter de invloed van de schoolstrijd, waarin het homogeen CVP-college van Claeys zich gedurende de voorbije legislatuur verregaand had geëngageerd. Liberalen en vooral de socialisten beoogden op dit vlak een drastische ommekeer en zagen dit niet te realiseren als ook de CVP in het college zou stappen. De vorming van een paarse coalitie liet dan ook niet langer op zich wachten en Merchiers werd burgemeester van Gent met de socialist Anseele als eerste schepen. Leon Cnudde en Jacques Vanderstegen, zoon van de vorige burgemeester, werden de twee liberale schepenen.

Merchiers ontvangt op het Gentse stadhuisHet nieuwe gemeentebestuur richtte zich onmiddellijk op de Gentse onderwijssituatie. Merchiers weigerde de contracten met de aangenomen scholen te vernieuwen en de vierentachtig vrije scholen die tussen 1947 en 1952 door de stad werden gesubsidieerd, vielen terug op een minimumsubsidie. Waar het CVP-college in 1949 nog tien miljoen frank liet inschrijven als steun aan het vrije net, viel dit tegen 1956 terug op zeshonderdduizend frank. Ook de renovatie en uitbreiding van het stedelijk onderwijsnet kreeg weer een kans. Het vorige college had in 1951, na vijf jaar inactiviteit, uiteindelijk een beperkt aantal aanpassingswerken goedgekeurd, een inhaalbeweging drong zich dan ook op. Tussen 1953 en 1958 realiseerde het college naast de noodzakelijke verbouwingswerken onder meer de oprichting van een Stedelijke School voor Kinderverzorgsters en van het Stedelijk Instituut voor Sociale Studiën als tegenhanger van de katholieke Sociale School aan Sint-Anna, de Textielschool Henri Story werd geopend en de Stedelijke Normaalschool, de Stedelijke Kleding- en Huisvakschool, de Stedelijke Handelsschool voor Juffrouwen en de Stedelijke Jongensvakschool breidden gevoelig uit. Er kwam eveneens een nieuwe kleuterschool aan de Moysonlaan en een kindertuin aan de school in de Grensstraat.
Ondanks de nog steeds penibele financiële situatie van de stad, nam het aantal grote openbare werken toe. De haven stond hierbij traditioneel bovenaan de agenda. De Port Arthurkaai en het Sifferdok werden verder afgewerkt, maar op verdere noodzakelijke projecten zette de nationale overheid een zware rem. De onderhandelingen met Nederland over de verbreding van het kanaal Gent-Terneuzen zaten in het slop en raakten niet uitgeklaard. Merchiers zette zich persoonlijk aan het lobbyen en bereikte een voor Gent gunstig compromis met de ministers Eyskens, Vanaudenhove en Van den Daele. Er werd eerst een akkoord gesloten over de verbreding tot een kilometer van de industriezone langs het kanaal en over de aanleg van een nieuwe parallelweg langs beide zijden van het kanaal. In 1957 bekwam Merchiers een principieel akkoord over de verbreding van het kanaal en de bouw van een nieuwe sluis in Terneuzen. Ook de nutsvoorzieningen werden aangepakt, met de elektriciteitsvoorziening op kop. In het Albertpark verrees een van Merchiers’ troetelkinderen, met name het nieuwe EGW-complex en in 1956 richtte Gent zijn eerste gemengde intercommunale voor stroomvoorziening op. Imelkant zou vanaf 1964 instaan voor de stroombedeling te Gent en Zelzate en in de gehele tussenliggende kanaalzone. Partners waren de steden Gent en Zelzate en de toenmalige elektriciteitsleverancier ECVB (Elektrische Centrales Vlaanderen en Brabant).
Een niet minder prestigieus project was de ontsluiting van de kale zandvlakte aan de Neermeersen. In 1954 keurde het college een BPA goed die de aanleg van de Watersportbaan en de urbanisatie in de directe omgeving mogelijk maakte. Dit project, genoemd naar de socialistische initiatiefnemer Nachez, botste echter, ondanks aandringen van Merchiers, op een weigering tot financiering door de bevoegde minister de Taeye. Samen met Nachez werkte Merchiers dan een plan uit voor zelf-financiering waardoor Gent nog datzelfde jaar met de werken kon beginnen en nog tijdens de legislatuur de Watersportbaan in gebruik kon nemen. Rondom de Watersportbaan groeide intussen de typerende hoogbouw, die het college ook zou implementeren in de wijk aan de Groene Briel die in dezelfde periode werd gerenoveerd.

Ook in de sociale sector werd geïnvesteerd. De sociale woningbouw werd verdergezet met nieuwe projecten aan de Moysonlaan en op Meulestede. Met de Commissie voor Openbare Onderstand, die onder Merchiers een gevoelige stijging van haar budget verkreeg, werd een akkoord afgesloten voor de bouw van een nieuw weeshuis in de Neermeersen. De laagste categorieën van het stadspersoneel en van de COO, het toenmalige OCMW, kregen een nieuw statuut en bijkomende sociale voordelen. Op cultureel vlak gingen de meeste middelen naar de opera en de KNS, maar ook de stedelijke bibliotheek pikte een graantje mee. De populariteit van deze instelling nam in de jaren ’50 immers heel snel toe en Merchiers vond een verhoging van de middelen dan ook evident. De Gentenaars kregen in dezelfde periode ook een nieuwe groenzone door de aankoop van het Maaltepark. Last but not least was er het afval¬probleem dat in toenemende mate voor hinder begon te zorgen. Met de bouw van een stedelijke composteringsinstallatie zette Gent in 1955 een eerste stap naar de alternatieve verwerking van het afval. Ook een voor oudere Gentenaars overbekend “kleinood” deed in die periode zijn intrede, met name de duurzame en gestandaardiseerde maar loodzware gegalvaniseerde vuilnisemmer.

Liberale Dag van de Vrijheid 1961De gemeenteraadsverkiezingen van 1958 waren een opsteker voor de liberalen, die wel stemmenwinst maar geen zetelwinst konden boeken. Vooral Merchiers met meer dan vierduizend voorkeurstemmen en schepen Cnudde slaagden erin om de voorbije bestuursperiode te verzilveren. De BSP verloor echter twee zetels aan de CVP, die de nieuwe coalitiepartner van de liberalen werd. Emiel Claeys nam het burgemeesterschap opnieuw op en Merchiers verhuisde als gewoon raadslid naar de gemeenteraad. Zijn vertrek uit het college van burgemeester en schepenen hoefde men niet te zoeken in de lokale politiek maar op federaal niveau. Bij de vorming van de regering Eyskens had de Liberale Partij Merchiers, die van 1955 tot 1958 volksvertegenwoordiger was geweest en sinds 1958 in de senaat zetelde, immers naar voor geschoven als kandidaat-minister en op 6 november 1958 kreeg hij het departement Justitie toegewezen. Zijn eerste opdracht als minister van justitie betrof het gevoelige dossier van de epuratie, waarin de regering had besloten een meer gematigde lijn te gaan volgen en de soms extreme gevolgen van de repressie te verzachten. Merchiers kreeg dan ook de delicate taak om de veroordeelde collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog een tweede kans te geven en hun strafuitvoering te milderen of te schorsen. Frans Daels bijvoorbeeld, die na de oorlog was gevlucht naar Zwitserland, kreeg de toestemming om terug te keren naar België en Hendrik Elias, de oud-VNV oorlogsburgemeester van Gent werd vervroegd vrijgelaten. Het imago van Merchiers als erkend weerstander droeg ongetwijfeld bij tot de haalbaarheid van dit beleid, dat door vele patriotten en oud-verzetslieden met argusogen werd gevolgd. De toenemende spanningen in Belgisch-Kongo bezorgden Merchiers een tweede zwaar dossier. Hij nam deel aan de voorbereidende Rondetafelconferentie en op 30 juni 1960 werd Kongo onafhankelijk. Toen tijdens de daarop volgende onlusten de blanken in gevaar kwamen, besloot de Belgische regering, tot grote onvrede van de internationale gemeenschap, troepen in te zetten en de kolonialen te evacueren. Merchiers werd als minister van justitie belast met de rapportering over de gebeurtenissen in de zomer van 1960 en liet het Congolees Witboek publiceren, dat internationaal werd verspreid. De regering was door de financieel-economisch en politieke gevolgen van de Kongocrisis echter zwaar in de problemen gekomen en Eyskens voelde zich verplicht een gebaar te maken om de regeringsstabiliteit terug te vinden. Slachtoffers werden hoofdzakelijk de ministers die rechtstreeks betrokken waren geweest bij de koloniale politiek, onder wie dus Merchiers. Hij werd op 2 september 1960 vervangen door de Antwerpse liberaal Albert Lilar.

De ministeriële loopbaan van Merchiers was hiermee afgelopen, maar hij bleef politiek actief. Tot 1971 bleef hij zetelen in de Senaat, hij was lid van diverse raden en commissies en tussen 1969 en 1971 was hij ondervoorzitter van het Europees Parlement.

De Gentse politiek bleef hem echter langst bezighouden. Hij werd voorzitter van de PVV-Federatie Gent-Eeklo en fractievoorzitter in de Gentse gemeenteraad, waarvoor hij in 1964, 1970 en 1976 probleemloos werd herkozen. In 1970 stond hij zijn plaats als lijsttrekker af aan Willy De Clercq en werd als lijstduwer rechtstreeks verkozen, in 1976 stond hij als tweede op de lijst na opnieuw De Clercq. In 1982 besloot hij zich terug te trekken en ging op rust. In 1974 reeds had hij op de universiteit zijn emeritaat verkregen en zijn werk aan de balie was in 1981 afgesloten met een viering van vijftig jaar dienst. Hij trok zich terug op zijn flat aan de Rooseveltlaan van waar hij een prachtig uitzicht had over het Zuidpark en hertrouwde na het overlijden van zijn vrouw in 1984 met Annie De Can. In november 1984 huldigde de Gentse PVV zijn éminence grise op het stadhuis en onthulde er zijn borstbeeld, gebeeldhouwd door Bert Coolens. Merchiers overleed op 5 februari 1986 en werd burgerlijk begraven op de Westerbegraafplaats.

Bart D'hondt