www.liberaalarchief.be
terug naar overzicht
Emile Braun (1849-1927)
Emile Braunplein


Emile Braun monument “Miele Zoetekoek” was een populaire en verdienstelijke burgemeester. Onmiddellijk na zijn dood besliste de Gentse gemeenteraad zijn nagedachtenis te huldigen met een monument, maar het duurde tien jaar voor het er stond. De Gentenaars kennen het overigens niet als het gedenkteken van Braun, maar als de "pisserkes" van Minne.

Vader Thomas Braun was een leerlooier die zich als autodidact had opgewerkt tot inspecteur-generaal van het onderwijs. Zoon Emile studeerde aan de Gentse universiteit voor ingenieur bruggen en wegen en behaalde zijn diploma in 1873. De Gentse burgemeester Charles de Kerchove zag in hem een stevige bondgenoot voor zijn grootse urbanisatieplannen en benoemde hem tot hoofdingenieur van de dienst openbare werken. Braun bleef dat onder burgemeester Hippolyte Lippens. Zo werkte hij mee aan het ambitieuze Zollikofer-De Vigneplan dat de verloederde volkswijken tussen het Zuidstation en het stadscentrum door een deftige buurt met brede straten wilde vervangen.

detail monument Emile BraunNog tijdens de uitvoering van dit project deed de Gentse Liberale Associatie een beroep op Braun voor de provincieraadsverkiezingen van 1891. Hij versloeg zijn tegenstander met een verbazend gemak. Omdat Lippens in zijn ingenieur een stemmenkanon én schepen zag, kwam deze ook op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1895 te staan. Dat waren de eerste met toepassing van het algemeen meervoudig stemrecht en Hippolyte Lippens werd niet herkozen. Braun scoorde hoog en mocht de burgemeesterssjerp overnemen. Door de verruiming van het stemrecht waren de Gentse liberalen echter hun meerderheid kwijt. Braun bestuurde de stad noodgedwongen met een liberaal minderheidscollege dat gesteund werd door de katholieke oppositie en gedoogd werd door de socialisten. Deze formule hield, met de onvermijdelijke ups en downs, stand tot 1911. Toen nam een paarse coalitie van liberalen en socialisten het stadsbestuur in handen. Na de verkiezingen van 1921 gaf Braun de fakkel door aan zijn partijgenoot Alfred Vander Stegen, die Gent zou besturen tot de Tweede Wereldoorlog. Hij bleef wel nog volksvertegenwoordiger tot 1925. Braun overleed twee jaar later in het Franse kuuroord Vichy en werd begraven op de Westerbegraafplaats.

Tijdens Brauns ambtstermijn veranderde Gent grondig van aanschijn. In de Kuip was de transformatie nog het meest opvallend. De burgemeester liet alle huisjes slopen die de drie torens – het Belfort, de Sint-Baafskathedraal en de Sint-Niklaaskerk – aan het zicht onttrokken en met het oog op de Wereldtentoonstelling van 1913 lanceerde hij een grootscheepse restauratiecampagne. Vooral het Gravensteen en zijn wijde omgeving (Veerleplein, Gras- en Korenlei) kregen een grondige beurt. Zelfs in het centrum van Gent durfde hij nieuwe wegen te trekken, zoals de Belfortstraat, de Baudeloostraat en de Kunstlaan. De straten rond de Vrijdagmarkt, de Muinkkaai, Meerhem en het Van Duyseplein alsook de wijken Heirnis, Sint-Pieters-Aaigem en Sint-Pieters-Aalst werden gesaneerd. Over de Leie bouwde hij de huidige Verlorenkost- en Minnemeersbrug.

Braun had ook veel aandacht voor de publieke voorzieningen. Gent kreeg een Nederlandse Schouwburg op het Sint-Baafsplein en een Museum voor Schone Kunsten in het Citadelpark. De productie en distributie van elektriciteit, water en gas bracht hij onder in stedelijke of gemengde regieën. Het stadsbestuur maakte werk van de afvalophaling en de elektrische tram deed zijn intrede. Er gebeurden belangrijke investeringen om de haven en het kanaal Gent-Terneuzen te moderniseren.

Gezien het indrukwekkende palmares van burgemeester Braun leek de oprichting van een monument slechts een kwestie van maanden te worden. De stadsschool in de Voldersstraat kreeg alvast de naam “Emile Brauninstituut” en ook het pleintje tussen het Belfort en de Sint-Niklaaskerk werd naar hem genoemd. Zoals verwacht keurde de gemeenteraad al in oktober 1927 de oprichting van een monument goed. Er werd een budget van 125.000 frank uitgetrokken. Maar de eerste ontwerpen belandden in de papiermand. George Minne zorgde voor een uitweg uit de impasse toen hij voorstelde een van zijn werken, de Bron der Geknielden, aan zijn geboortestad te schenken. Dit werk kon aanvankelijk evenmin op veel enthousiasme rekenen, maar werd uiteindelijk toch aanvaard. Daarmee waren alle problemen nog niet van de baan. De socialisten wilden het voorziene budget slechts vrijgeven als het stadsbestuur een vergelijkbaar bedrag in een fonds voor jonge werklozen stortte. De gemeenteraad ging na kort overleg op die eis in.

Op de beeldengroep van Minne kon men evenwel geen gedenkplaat aanbrengen. Dat probleem zorgde opnieuw voor vertraging. Om het op te lossen kwam er naast de "pisserkes" een sobere muur, ontworpen door stadsarchitect Charles Bar. De familie Braun betaalde zelf het portretmedaillon, een werk van Karel De Cock. De onthulling van het monument had plaats op 19 juli 1937 ter gelegenheid van de tiende verjaardag van Brauns overlijden.

E. Braun  Ch. de Kerchove  O. de Kerchove  J. Guislain  F. Laurent   A. Mechelynck  H. Metdepennningen  K. Miry  J-F. Willems       top