www.liberaalarchief.be
terug naar overzicht
François Laurent (1810-1887)
François Laurentplein


François Laurent is de meest controversiële figuur die in Gent een standbeeld gekregen heeft. Hij was een boegbeeld van de Franstalige bourgeoisie, bestreed hardnekkig het opkomende socialisme en stond bekend als een notoir antiklerikaal. Het is des te vreemder dat men de school die zijn naam kreeg, wel eens “Saint-Laurent” noemde en dat het plein waar zijn beeld staat, ook als “Place Saint-Laurent” vermeld wordt.

François LaurentFrançois Laurent, afkomstig uit Luxemburg, studeerde rechten in Luik en werd al in 1836 benoemd tot hoogleraar aan de Gentse universiteit. Op korte tijd verwierf hij een internationale reputatie als specialist in het burgerlijk recht. Zijn ontwerp voor een nieuw burgerlijk wetboek was een gedurfde en visionaire tekst die hervormingen en emancipatie suggereerde op terreinen die pas in de voorbije decennia bespreekbaar werden, zoals de rechten van de vrouw en het statuut van de natuurlijke kinderen. Tezelfdertijd maakte hij naam met een reeks historisch-filosofische publicaties waarin hij, met het volste respect voor de godsdienst op zich, meermaals de strijd aanbond met de Kerk en haar structuren.

Laurents grootste verdienste voor het 19e-eeuwse Gent lag niet op het juridische vlak maar in zijn inzet voor de volksopvoeding. Hij was een overtuigd vooruitgangsoptimist en een aanhanger van “de maakbare mens”. In zijn maatschappijvisie stonden de groei naar gelijkheid en het welzijn via vorming centraal. Om dat te bereiken volgde Laurent diverse wegen. Zo werd hij politiek actief en maakte van 1864 tot 1872 deel uit van de Gentse gemeenteraad. Op het stadhuis ontpopte hij zich als een gedreven verdediger van het stadsonderwijs. Zo zette hij het werk voort van zijn vriend Gustave Callier, die van 1858 tot 1863 de charismatische schepen van Onderwijs was geweest.

Een tweede weg bestond uit zijn campagne voor het schoolsparen. Volgens Laurent was sparen voor de arbeidersklasse de eerste noodzakelijke stap om van meer welvaart te kunnen genieten. Zijn publicaties over dit onderwerp kregen internationaal weerklank. Op zijn aandringen besloot de gemeenteraad het schoolsparen in te voeren in alle stadsscholen.

detail monument François LaurentOp de derde plaats publiceerde hij heel wat teksten, vaak polemiserend, waarin hij pleitte voor maatregelen als de invoering van een verlengde leerplicht en een aansluitend verbod op kinder- en jongerenarbeid. Dat was niet evident in een economie die nog volgens harde kapitalistische principes geleid werd.

De vierde weg was die van de “Laurentgenootschappen”. Deze verenigingen verzorgden een vorm van voortgezet onderwijs voor de jonge schoolverlaters uit het stedelijk net, gecombineerd met een uitgebreid aanbod aan ontspanning in de vorm van toneel, sport en muziek. Er werden ook uitstappen georganiseerd en de meeste kringen beschikten zelfs over een eigen bibliotheek. De eerste, Vrijheidsliefde, werd opgericht in 1868 in de Rabotwijk. Het werd een succes dat snel navolging kreeg in de andere wijken van de stad. De twee grootste, Vrijheidsliefde en Geluk in ’t Werk, bleven actief tot in de jaren 1960. De leden betaalden een kleine bijdrage, de rest van de werkingsmiddelen was afkomstig uit milde giften van de Société l’Avenir en de Société Callier (twee maatschappijen die door de liberalen waren opgericht om naschoolse vorming en onderwijs te helpen financieren). In de dagelijkse inzet voor zijn kringen bloeide Laurent helemaal open. Hij hielp zelf mee aan de organisatie van activiteiten, de inrichting van tentoonstellingen of de bedelacties voor de tombola’s.

François Laurent stierf begin 1887 en werd bijgezet in de grafkelder van zijn vriend Callier op de Westerbegraafplaats. Alles wees erop dat een standbeeld niet lang op zich zou laten wachten. Enkele weken na zijn begrafenis lanceerde de Brusselse advocaat Poirier een eerste oproep, maar vond geen gehoor. Vijftien jaar later, in 1902, deden oud-studenten van de Gentse universiteit een nieuwe oproep, en ditmaal met succes. Jules Van Biesbroeck ontwierp een bronzen monument, een reliëf van meer dan twintig vierkante meter, waarop een allegorische voorstelling van het onderwijs, de filantropie, de filosofie en het recht, het decor vormt achter een zittende Laurent.

Een inschrijvingslijst bracht het basiskapitaal samen, waarna in de gemeenteraad een bitsige discussie volgde over het al dan niet verlenen van subsidies. De katholieke raadsleden verzetten zich heftig tegen het initiatief en de socialisten lieten in het dagblad Vooruit weten dat ze evenmin warm liepen voor dit project. Het monument kwam er uiteindelijk toch dankzij de socialistische voorman Edward Anseele. Hij was in zijn jeugd een van de beschermelingen van Laurent geweest en wist zijn gemeentefractie achter het voorstel te scharen. Met zesentwintig stemmen voor, zes tegen en twee onthoudingen keurde de raad de subsidies goed. De feestelijke onthulling, met een passende gelegenheidscantate, had plaats in 1908, ruim twintig jaar na het overlijden van de eminente rechtsgeleerde.

E. Braun  Ch. de Kerchove  O. de Kerchove  J. Guislain  F. Laurent   A. Mechelynck  H. Metdepennningen  K. Miry  J-F. Willems       top