www.liberaalarchief.be
terug naar overzicht
Albert Mechelynck (1854-1924)
Sint-Annaplein


Albert Mechelynck op het St Annaplein Op het einde van de Tweede Wereldoorlog prijkte er een lege sokkel op het Sint-Annaplein. Volgens het opschrift hoorde daar de buste van Albert Mechelynck te staan, minister van Staat en ondervoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Collaborateurs (of vandalen?) hadden het bronzen stuk in de Visserij gegooid. Bij dreggingswerken kwam het weer boven water. Op 17 november 1946 werd het monument opnieuw ingehuldigd, met een grootse manifestatie want de week daarop waren er gemeenteraadsverkiezingen. Maar ook de erudiete Mechelynck kon de Gentse liberalen niet meer redden en deze liepen een zware kiesnederlaag op. Voor het eerst sinds 1857 moesten ze een niet-liberaal – de CVP’er Emile Claeys – als burgemeester dulden. Ironie van het lot: de man die tussen 1854 en 1857 de liberalen buitenspel zette, was Judocus Delehaye, grootvader van… Albert Mechelynck.

Albert Mechelynck studeerde rechten aan de Gentse universiteit en schreef zich in 1879 in aan de Gentse balie. Hij sloot zich aan bij de Liberale Associatie en werd in 1884 verkozen tot provincieraadslid. Datzelfde jaar werd hij secretaris van het Oost-Vlaamse Comité ten voordele van de ter beschikking gestelde onderwijzers. Dat comité bood financiële hulp en rechtsbijstand aan onderwijzers uit het officieel onderwijs die ontslagen of ter beschikking gesteld werden in uitvoering van de nieuwe wet op het lager onderwijs (1884) die de katholieke regering van Jules Malou na de schoolstrijd doorgevoerd had. In 1904 ruilde hij de provincieraad voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij bleef er zetelen tot zijn overlijden. Als parlementslid was hij gespecialiseerd in het begrotingsbeleid en koloniale kwesties. Tussen 1906 en 1914 was hij heel actief in de strijd voor de algemene invoering van de evenredige vertegenwoordiging. Hij was ook lid en achtbare meester van de vrijmetselaarsloge Le Septentrion, waar hij zich profileerde als een vrij progressief man die de invoering van het algemeen stemrecht niet ongenegen was.

detail van monument Albert MechelynckAls weinig anderen was Mechelynck er zich van bewust dat de Liberale Partij dringend aan vernieuwing toe was en zich voor alle klassen moest openstellen. De oprichting van wijkkringen en lokale partijafdelingen en steun aan het liberale verenigingsleven beschouwde hij dan ook als essentieel voor het voortbestaan van de partij en haar gedachtegoed. Na de Eerste Wereldoorlog en de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen werd de nood aan modernisering nog nijpender. Daarom besloten de partijtenoren een permanente partijstructuur op te richten, iets wat bij de oprichting van de partij in 1846 nog overbodig was geweest. Protagonist van dit besluit was Mechelynck, die in 1921 de eerste nationale partijvoorzitter werd.

De Gentenaars leerden Mechelynck vooral kennen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij engageerde zich in verscheidene hulporganisaties en speelde een belangrijke rol in het morele verzet tegen de bezetter. Als jurist verleende hij bijstand aan menig beschuldigde van anti-Duitse activiteiten en publiceerde hij een werk over de Conventie van Den Haag. In deze studie over het oorlogsrecht uitte hij impliciet zware kritiek op Duitsland, wat hem uiteraard door de bezetter niet in dank werd afgenomen. In 1916 pakten de Duitsers de man op en plaatsten hem zonder uitleg op secreet, waarop zijn confraters hem uit protest prompt tot stafhouder van de balie kozen. Hij kwam vrij, maar werd in 1918 een tweede keer gearresteerd en gedurende de laatste dagen van de bezetting als gijzelaar vastgehouden.

In 1924 werd Mechelynck zwaar ziek. Koning Albert I, met wie hij bevriend was en die hij officieus adviseerde, benoemde hem de dag voor zijn overlijden tot minister van Staat. Dat was een merkwaardige vorm van erkenning voor een politicus die nooit minister was geweest. Zijn begrafenis op 13 maart bracht een massa volk op de been. Zij aan zij met de talrijke afgevaardigden van de lokale liberale verenigingen stapten de hoogste vertegenwoordigers uit de politieke wereld en de magistratuur naar de Westerbegraafplaats, waar zijn lijk werd bijgezet in de familiekelder.

Een maand na zijn overlijden namen de Gentse politici Camille De Bast en Victor Carpentier het initiatief om, met de steun van het stadsbestuur, een monument voor hem op te richten. Hippolyte Leroy, die ook de monumenten voor Karel Miry en Charles de Kerchove had gemaakt, kreeg de opdracht. Hij ontwierp een hoge arduinen sokkel waarop een bronzen borstbeeld van de gevierde werd geplaatst. Inscripties herinneren aan zijn parlementaire loopbaan. Een dankbare jonge vrouw die tegen de zuil aanleunt, biedt hem een ruiker bloemen aan. Het monument kreeg een plaatsje op het Sint-Annaplein, uitkijkend op de Brabantdam waar Mechelynck had gewoond. De inhuldiging op 7 juni 1925 lokte opnieuw een massa hoogwaardigheidsbekleders en tientallen liberale verenigingen naar Gent.

E. Braun  Ch. de Kerchove  O. de Kerchove  J. Guislain  F. Laurent   A. Mechelynck  H. Metdepennningen  K. Miry  J-F. Willems       top